Uitspraak
GERECHTSHOF AMSTERDAM
[geïntimeerde] ,
Gerechtshof Amsterdam
In deze civiele zaak staat de vraag centraal of appellant hoofdelijk aansprakelijk is voor de schade die geïntimeerde heeft geleden door de sluiting van zijn coffeeshop op last van de burgemeester na drie geweldsincidenten. De burgemeester sloot het bedrijf na een eerste explosie door een onbekende, een tweede explosie veroorzaakt door appellant, en een derde incident waarbij een derde met een vuurwapen schoot.
De rechtbank had appellant en de derde veroordeeld tot hoofdelijke aansprakelijkheid voor de schade als gevolg van de sluiting. Appellant ging in hoger beroep tegen deze hoofdelijke aansprakelijkheid en de omvang van de schade. Hij stelde dat de sluiting vooral het gevolg was van het derde incident en dat de schade onvoldoende was onderbouwd.
Het hof oordeelde dat de sluiting gebaseerd was op alle drie de incidenten en dat appellant mede aansprakelijk is op grond van artikel 6:102 BW Pro vanwege samenlopende oorzaken. Ook artikel 6:99 BW Pro werd toegepast. De schade was voldoende onderbouwd met financiële stukken en een deskundigenberekening. De vordering werd grotendeels bevestigd, met een kleine correctie in de schadeberekening. Appellant werd veroordeeld tot betaling van € 232.783,00 plus rente en proceskosten.
Uitkomst: Appellant is hoofdelijk aansprakelijk voor € 232.783,00 schadevergoeding plus rente en proceskosten wegens sluiting coffeeshop na geweldsincidenten.