ECLI:NL:GHAMS:2026:239
Gerechtshof Amsterdam
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Bekrachtiging machtiging uithuisplaatsing pasgeboren baby met moeder in moeder-kindhuis
De moeder is in 2025 bevallen van haar kind en verblijft sindsdien met het kind in een moeder-kindhuis. De kinderrechter had een machtiging tot uithuisplaatsing verleend, welke de moeder in hoger beroep aanvocht met het verzoek om alleen ondertoezichtstelling te handhaven en de uithuisplaatsing te beëindigen.
De moeder wenst met haar kind bij haar ouders te wonen met ondersteuning van familie, maar het hof constateert dat er onvoldoende duidelijkheid is over de veiligheid en opvoedvaardigheden van de moeder. De moeder heeft een licht verstandelijke beperking en een verleden met criminele activiteiten en jeugdreclassering. De strafrechtelijke bijzondere voorwaarde tot verblijf in een moeder-kindhuis is onduidelijk, maar het hof acht het niet in het belang van het kind om het risico te lopen dat de moeder een jeugddetentie moet uitzitten.
Het hof overweegt dat professionele begeleiding in het moeder-kindhuis noodzakelijk is om de opvoedvaardigheden van de moeder te ontwikkelen en de veiligheid van het kind te waarborgen. De start van het verblijf is positief, en het hof bekrachtigt daarom de machtiging tot uithuisplaatsing. De grootouders kunnen een ondersteunende rol vervullen, maar de moeder en het kind staan centraal.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt de machtiging tot uithuisplaatsing van de pasgeboren baby met de moeder in het moeder-kindhuis vanwege het belang van het kind en de noodzaak van professionele begeleiding.