Uitspraak
15-094176-22 tegen de betrokkene:
Procesgang
8 februari 2022 tot en met 12 april 2022. Het vonnis in de strafzaak is op 4 november 2023 onherroepelijk geworden.
Onderzoek van de zaak
11 december 2025 en naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in eerste aanleg.
Vonnis waarvan beroep
Schatting van het wederrechtelijk verkregen voordeel
[persoon 15] is door ING tegengehouden. Deze bedragen zal het hof daarom, anders dan in het ontnemingsrapport, niet meenemen in de berekening.
€ 13.419,29toegerekend.
€ 18.869,76toegerekend.
(€ 13.419,29 + € 18.869,76 =) € 32.289,05betreft.
Verplichting tot betaling aan de Staat
€ 32.289,05, de verplichting tot betaling aan de Staat ter ontneming van het wederrechtelijk verkregen voordeel wordt vastgesteld op
nihil.
Toepasselijk wettelijk voorschrift
BESLISSING
32.289,05 (tweeëndertigduizend tweehonderdnegenentachtig euro en vijf cent).
betaling aan de Staatter ontneming van het wederrechtelijk verkregen voordeel
nihil.
mr. N.M. Simons, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van
22 januari 2026.