Uitspraak
Onderzoek van de zaak
Omvang van het hoger beroep
Tenlasteleggingen
Zaak A (15-109395-22):Feit 1. primairhij op of omstreeks 1 mei 2022 te Enkhuizen, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om [benadeelde 1] opzettelijk van het leven te beroven, met dat opzet die [benadeelde 1] met een mes, althans met een scherp voorwerp, meermalen althans een maal, in zijn buik en/of linkerzij, althans in het lichaam, te steken, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;
hij op of omstreeks 1 mei 2022 te Enkhuizen, aan [benadeelde 1] opzettelijk zwaar lichamelijk letsel, te weten een geperforeerde darm, heeft toegebracht door die [benadeelde 1] met een mes, althans met een scherp voorwerp, meermalen althans een maal, in zijn buik en/of linkerzij, althans in het lichaam, te steken;
hij op of omstreeks 1 mei 2022 te Enkhuizen, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om aan [benadeelde 1] opzettelijk zwaar lichamelijk letsel toe te brengen met dat opzet die [benadeelde 1] met een mes, althans met een scherp voorwerp, meermalen althans een maal, in zijn buik en/of linkerzij, althans het lichaam, te steken terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;
hij op of omstreeks 1 mei 2022 te Enkhuizen, [benadeelde 1] heeft mishandeld door die [benadeelde 1] een knietje en/of een of meerdere trappen en/of schoppen in het gezicht, althans tegen het hoofd, te geven;
Zaak C (15-216864-22):Feit 1hij in of omstreeks 1 oktober 2021 tot en met 1 januari 2022 te Alkmaar, in elk geval in Nederland, [benadeelde 4] heeft mishandeld door een of meerdere malen met de vuist tegen de arm(en) te stompen;
Feit 2.hij op of omstreeks 19 juli 2021 te Alkmaar, althans in Nederland, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om met het oogmerk om zich en/of een ander wederrechtelijk te bevoordelen door bedreiging met smaad, smaadschrift en/of openbaring van een geheim [benadeelde 5] heeft gedwongen tot afgifte van enig goed, te weten een geldbedrag van 150 euro, dat geheel of ten dele aan die [benadeelde 5] en/of aan een derde toebehoorde, door:
Vonnis waarvan beroep
Bewijsoverwegingen
Zaak C onder 1
Bewezenverklaring
hij op 1 mei 2022 te Enkhuizen, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om [benadeelde 1] opzettelijk van het leven te beroven, met dat opzet die [benadeelde 1] met een mes in zijn linkerzij heeft gestoken, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;
hij op 1 mei 2022 te Enkhuizen, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om aan [benadeelde 1] opzettelijk zwaar lichamelijk letsel toe te brengen met dat opzet die [benadeelde 1] een schop tegen het hoofd heeft gegeven, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;
hij in de periode van 1 december 2021 tot en met 1 januari 2022 te Alkmaar [benadeelde 4] heeft mishandeld door meerdere malen met de vuist tegen de armen te stompen;
hij op 19 juli 2021 te Alkmaar in Nederland, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om met het oogmerk om zich wederrechtelijk te bevoordelen door bedreiging met smaad, smaadschrift en/of openbaring van een geheim [benadeelde 5] heeft gedwongen tot afgifte van een geldbedrag van 150 euro, dat geheel of ten dele aan die [benadeelde 5] toebehoorde, door die [benadeelde 5] te sommeren om een geldbedrag van 150 euro te betalen en die [benadeelde 5] mede te delen dat hij voornoemde naaktfoto's openbaar zou maken indien die [benadeelde 5] geen geld zou overmaken; terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid.
bijlage Ivan dit arrest zijn vervat.
Strafbaarheid van het bewezenverklaarde en de verdachte
Strafbepaling conform artikel 423, vierde lid, Sv
Oplegging van straf en maatregel
minderdan zestien maanden in voorlopige hechtenis heeft doorgebracht, te gelden dat de behandeling op zitting moet zijn afgerond met een eindarrest binnen twee jaar, nadat de redelijke termijn als bedoeld in artikel 6 EVRM Pro is aangevangen, tenzij sprake is van bijzondere omstandigheden. Bijzondere omstandigheden zijn gesteld noch gebleken. Dit betekent dat in voorliggende zaak in beginsel eindarrest dient te zijn gewezen binnen twee jaar na instellen rechtsmiddel en wel op 13 september 2026. Er wordt 4 februari 2026 eindarrest gewezen. Naar het oordeel van het hof is in hoger beroep daarom geen sprake van overschrijding van de redelijke termijn.
Vordering van de benadeelde partij [benadeelde 1] (Zaak A)
Vordering van de benadeelde partij [benadeelde 3] (Zaak B)
Toepasselijke wettelijke voorschriften
BESLISSING
gevangenisstrafvoor de duur van
40 (veertig) maanden.
18 (achttien) maanden, niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten omdat de verdachte zich voor het einde van een proeftijd van
2 (twee) jarenaan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt of de verdachte gedurende de proeftijd van 2 (twee) jaren dan wel de hierna te noemen bijzondere voorwaarde(n) niet heeft nageleefd.
[benadeelde 1] , geboren te Hoorn op 27 december 1971en zich niet zal begeven in
[adres] in Enkhuizen.
gevangenisstrafvoor de duur van
4 (vier) maanden.
onttrekking aan het verkeervan het in beslag genomen, nog niet teruggegeven voorwerp, te weten:
€ 16.745,02 (zestienduizend zevenhonderdvijfenveertig euro en twee cent)bestaande uit
€6.745,02 (zesduizend zevenhonderdvijfenveertig euro en twee cent) materiële schade en € 10.000,00 (tienduizend euro) immateriële schade, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de hierna te noemen aanvangsdatum tot aan de dag der voldoening.