Uitspraak
GERECHTSHOF AMSTERDAM
1.[gedaagde 1] ,
2. [gedaagde 2] ,
3. [gedaagde 3] ,
1.Het geding in hoger beroep
2.Feiten
3.Vordering in hoger beroep
4.Beoordeling
-bepaald dat, indien [eiser] weigert haar medewerking te verlenen aan 1) de ondertekening van de overeenkomst van opdracht tot verkoop, 2) de totstandkoming van de koopovereenkomst en 3) de levering van de onroerende zaak aan de toekomstige koper het bestreden vonnis dezelfde kracht heeft als een door [eiser] ondertekende volmacht aan [gedaagden] c.s. om de in die veroordeling omschreven rechtshandeling te verrichten. Anders dan [gedaagden] c.s. menen, heeft de voorzieningenrechter daarmee geen uitspraak gewezen waarin is bepaald dat deze in de plaats treedt van een tot levering van een registergoed bestemde akte, zoals is bepaald in artikel 3:300 lid 2 BW. Er is immers “slechts” bepaald dat het vonnis dezelfde kracht heeft als een door [eiser] ondertekende volmacht aan de overige erfgenamen, waarbij expliciet is verwezen naar artikel 3:300 lid 1 BW. Dat betekent dat in dit geval het vereiste van inschrijving in het rechtsmiddelenregister ex artikel 3:301 lid 2 BW niet geldt, en dat [eiser] niet reeds om die reden niet kan worden ontvangen in haar hoger beroep.