ECLI:NL:GHAMS:2026:306

Gerechtshof Amsterdam

Datum uitspraak
10 februari 2026
Publicatiedatum
10 februari 2026
Zaaknummer
23-002396-24
Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 36e Sr
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Ontneming wederrechtelijk verkregen voordeel uit hennepkwekerij bevestigd door gerechtshof

Het gerechtshof Amsterdam heeft op 10 februari 2026 uitspraak gedaan in hoger beroep tegen het vonnis van de politierechter van 8 oktober 2024, waarin de betrokkene was veroordeeld voor het telen en aanwezig hebben van hennep. De politierechter legde een ontnemingsvordering van €16.300,- op, maar het hof vernietigde dit vonnis en stelde het wederrechtelijk verkregen voordeel vast op €19.010,80.

Het hof baseerde zich op het ontnemingsrapport en het rapport FP Afpakken, waarbij werd vastgesteld dat de betrokkene 200 hennepplanten op een oppervlakte van 11,8 vierkante meter had, met een opbrengst van 27,2 gram per plant. Er waren aanwijzingen voor een eerdere oogst, zoals hennepresten op droogrekken en een verzadigd koolstoffilter, wat het hof aannemelijk achtte ondanks het verweer van de verdediging.

De berekening van het wederrechtelijk verkregen voordeel hield rekening met de opbrengst van de hennep, de verkoopprijs per gram, en aftrekbare kosten zoals afschrijvingskosten, stekken, variabele kosten en elektriciteit. De betrokkene voerde aan geen draagkracht te hebben, maar het hof vond dit onvoldoende onderbouwd en legde de betalingsverplichting van €19.010,80 op aan de Staat.

Het arrest bepaalt tevens een maximale gijzelingstermijn van 190 dagen voor het geval de betrokkene niet aan de betalingsverplichting voldoet.

Uitkomst: Betrokkene is veroordeeld tot betaling van €19.010,80 aan de Staat ter ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel uit hennepkwekerij.

Uitspraak

afdeling strafrecht
parketnummer: 23-002396-24 (ontneming)
datum uitspraak: 10 februari 2026
TEGENSPRAAK
Arrest van het gerechtshof Amsterdam gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Amsterdam van 8 oktober 2024 op de vordering van het openbaar ministerie ingevolge artikel 36e van het Wetboek van Strafrecht in de ontnemingszaak met parketnummer 13-127505-22 tegen de betrokkene:
[verdachte],
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1968,
adres: [adres] .

Procesgang

Het openbaar ministerie heeft in eerste aanleg gevorderd dat aan de betrokkene de verplichting zal worden opgelegd tot betaling van een geldbedrag aan de Staat ter ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel, geschat tot een bedrag van € 19.010,80.
De betrokkene is bij vonnis van de politierechter in de rechtbank Amsterdam van 8 oktober 2024 veroordeeld voor -kort gezegd- het telen en aanwezig hebben van hennep.
De politierechter heeft bij vonnis van 8 oktober 2024 de betrokkene de verplichting opgelegd tot betaling aan de Staat van een bedrag van € 16.300,00 ter ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel.
De betrokkene heeft hoger beroep ingesteld tegen beide vonnissen.
De betrokkene is bij arrest van het gerechtshof Amsterdam van 10 februari 2026 veroordeeld voor -kort gezegd- het telen van hennep.

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van 27 januari 2026 en naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in eerste aanleg.
Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen de betrokkene en de raadsman naar voren hebben gebracht.

Vonnis waarvan beroep

Het vonnis waarvan beroep zal worden vernietigd, omdat het hof tot een andere schatting van het wederrechtelijk verkregen voordeel komt dan de rechtbank.
Schatting van het wederrechtelijk verkregen voordeel
Standpunt van de advocaat-generaal
De advocaat-generaal heeft ter terechtzitting in hoger beroep gevorderd dat aan de betrokkene de verplichting wordt opgelegd tot betaling aan de staat van € 19.010,80 ter ontneming van het wederrechtelijk verkregen voordeel.
Volgens de advocaat-generaal is het standpunt van de verdediging dat de kweekruimte hooguit acht vierkante meter was onvoldoende onderbouwd. Gelet hierop moet worden aangesloten bij het ontnemingsrapport, dat uitgaat van een opbrengst van 27,2 gram hennep per plant.
Standpunt van de verdediging
De raadsman heeft zich primair op het standpunt gesteld dat de betrokkene geen eerdere oogst heeft gehad. De verdachte is in december 2021 begonnen met de bouw van de kwekerij en heeft daarbij tweedehands materialen gebruikt. Subsidiair wordt de hoogte van het wederrechtelijk verkregen voordeel betwist. Daartoe wordt aangevoerd dat de betrokkene 200 planten op acht vierkante meter had. De opbrengst per hennepplant was daarom 23 gram per plant en niet 27,2 gram per plant.
Oordeel van het hof
Grondslag
De verplichting tot betaling van een geldbedrag aan de Staat ter ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel kan worden opgelegd aan degene die is veroordeeld wegens een strafbaar feit en die voordeel door dat feit of uit de baten daarvan heeft verkregen. Ook kan wederrechtelijk voordeel verkregen uit andere strafbare feiten, waaromtrent voldoende aanwijzingen bestaan dat zij door de betrokkene zijn begaan, worden ontnomen (artikel 36e lid 2 Sr).
De betrokkene is bij arrest van dit hof veroordeeld voor het telen van hennep op 14 maart 2022. Het hof is van oordeel dat in het ontnemingsrapport [1] voldoende aanwijzingen zijn vermeld waaruit volgt dat de betrokkene andere strafbare feiten heeft begaan, namelijk dat hij in de periode voorafgaand aan 14 maart 2022 hennepplanten heeft geteeld. Voor deze aanwijzingen wordt naar wat hierna is vermeld onder ‘eerdere oogsten’. Het hof acht voldoende aannemelijk dat de betrokkene hieruit wederrechtelijk voordeel heeft verkregen.
Het hof baseert de hiernavolgende berekening van het wederrechtelijk verkregen voordeel op het ontnemingsrapport [2] , dat mede is gebaseerd op het rapport FP Afpakken. [3]
Eerdere oogsten
Uit het ontnemingsrapport volgt dat in de hennepkwekerij spullen zijn aangetroffen die duiden op één eerdere oogst. In een
canacutteren op droogrekken zijn hennepresten aangetroffen. Op het balkon werd een vervuilde koolstoffilter aangetroffen. De koolstof in het filter raakt na verloop van tijd door het gebruik verzadigd en verliest daardoor zijn werking, waarna het koolstoffilter moet worden vervangen. Verder lag er een niet doorbroken stoflaag op de kappen van de armaturen van de assimilatielampen. De houten latten waar de assimilatielampen aan waren opgehangen waren verkleurd op de plaatsen waar de lampen waren bevestigd aan de lat. In de hennepkwekerij is ook een knipschaar met hennepresten aangetroffen. [4]
Het ter terechtzitting in hoger beroep door en namens de betrokkene gevoerde verweer, dat de koolstoffilters, droogrekken en lampen tweedehands zijn aangeschaft en dat deze om die reden al vervuild waren met stof, is niet aannemelijk geworden. Deze verklaring is op geen enkele wijze onderbouwd en is in strijd met het gegeven dat op de lampenkappen een niet doorbroken stoflaag is aangetroffen.
Gelet op het voorgaande is het hof van oordeel dat er voldoende aanwijzingen bestaan dat er één succesvolle oogst heeft plaatsgevonden en verwerpt het hof het verweer van de verdediging.
Opbrengst
De opbrengst per hennepplant is afhankelijk van de hoeveelheid hennepplanten per vierkante meter. Hoe lager het aantal planten per vierkante meter, hoe hoger de opbrengst per plant. Uit het ontnemingsrapport blijkt dat de oppervlakte van de
beplantingin de kweekruimte 11,8 vierkante meter was. Dat de planten op maximaal acht vierkante meter stonden, zoals door de verdediging is bepleit, is niet onderbouwd en niet aannemelijk geworden. In de kweekruimte stonden 200 hennepplanten, zodat er 17 hennepplanten per vierkante meter stonden. Daar hoort volgens het ontnemingsrapport een minimale opbrengst van 27,2 gram per plant bij.
De daadwerkelijke verkoopprijs van de hennep kon niet worden vastgesteld. Het hof volgt het rapport FP Afpakken op dit punt en gaat uit van een geldelijke opbrengst van € 4,07 per gram hennep. [5]
Kosten
Het hof acht het aannemelijk dat de betrokkene ten behoeve van het verkrijgen van het wederrechtelijk voordeel kosten heeft gemaakt die voor aftrek in aanmerking komen. Het hof zal met betrekking tot de afschrijvingskosten, de inkoopprijs van de stekken en de overige variabele kosten uitgaan van de standaardberekeningen, die worden gebruikt voor de schatting wederrechtelijk verkregen voordeel hennepkwekerij bij binnenteelt onder kunstlicht. [6]
Uit het ontnemingsrapport blijkt dat de betrokkene de elektriciteit op legale wijze heeft betrokken en periodiek heeft voldaan. [7] Daarbij wordt aangesloten bij de berekening door het energiebedrijf of, indien een berekening niet voorhanden is, een kostenpost per lamp per oogst zoals opgenomen in het Rapport FP Afpakken. [8] In dit geval is geen berekening door het energiebedrijf voorhanden. Uit het dossier blijkt dat in de kweekruimte 16 assimilatielampen hingen met een wattage van 400 per lamp. [9] Blijkens het Rapport FP Afpakken bedragen de elektriciteitskosten per oogst:
16 lampen x € 87,00 = € 1.392,00. [10]
Berekening van het wederrechtelijk verkregen voordeel
Gelet op het voorgaande wordt het wederrechtelijk verkregen voordeel als volgt berekend.
Opbrengst
200 planten x 27,2 gram (17 planten per vierkante meter) = 5.440 gram hennep
Opbrengst per oogst: 5.440 gram hennep x € 4,07 (prijs per gram) € 22.140,80
Kosten
Afschrijvingskosten € 200,00
Hennepstekken € 762,00
Variabele kosten € 776,00
Elektriciteitskosten € 1.392,00
Totaal aan kosten € 3.130,00
Wederrechtelijk verkregen voordeel
Het geschatte wederrechtelijk verkregen voordeel wordt aldus vastgesteld op:
€ 22.140,80 – € 3.130,00 =
€ 19.010,80.

Verplichting tot betaling aan de Staat

Ter terechtzitting is door en namens de betrokkene aangevoerd dat de betrokkene momenteel geen inkomen ontvangt en niet in staat is om een ontnemingsvordering te voldoen.
In de ontnemingszaak kan – vooruitlopend op de executiefase – de draagkracht van de betrokkene alleen dan met vrucht aan de orde worden gesteld, indien ter terechtzitting voldoende concreet onderbouwd wordt aangevoerd dan wel anderszins blijkt dat de betrokkene nu en in de toekomst naar redelijke verwachting geen draagkracht heeft dan wel zal krijgen. Dat is niet het geval. Het is onvoldoende aannemelijk geworden dat de betrokkene nu en in de toekomst over onvoldoende draagkracht zal beschikken om aan de betalingsverplichting te voldoen. Er is dan ook in dit stadium geen reden om op grond van de draagkracht van de betrokkene de betalingsverplichting op nihil vast te stellen of aanzienlijk te matigen.
Aan de betrokkene wordt, ter ontneming van het door hem wederrechtelijk verkregen voordeel, de verplichting opgelegd tot betaling aan de Staat van een bedrag van
€ 19.010,80.

Toepasselijk wettelijk voorschrift

De op te leggen maatregel is gegrond op artikel 36e van het Wetboek van Strafrecht.

BESLISSING

Het hof:
Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:
Stelt het bedrag waarop het door de betrokkene wederrechtelijk verkregen voordeel wordt geschat vast op een bedrag van €
19.010,80 (negentienduizend tien euro en tachtig cent).
Legt de betrokkene de verplichting op tot
betaling aan de Staatter ontneming van het wederrechtelijk verkregen voordeel van een bedrag van
€ 19.010,80 (negentienduizend tien euro en tachtig cent).
Bepaalt de duur van de gijzeling die ten hoogste kan worden gevorderd op 190 dagen.
Dit arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mr. A.M. Koolen - Zwijnenburg, mr. A.P.M. van Rijn en mr. C. Beuze, in tegenwoordigheid van mr. J.M. Pattinama, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van 10 februari 2026.
=========================================================================
[…]

Voetnoten

1.Rapport berekening wederrechtelijk verkregen voordeel hennepkwekerij van 9 mei 2022, opgemaakt in de wettelijke vorm door de daartoe bevoegde opsporingsambtenaar (niet doorgenummerde pagina’s 1-5, met bijlagen tot pagina 9), hierna: ontnemingsrapport.
2.Rapport berekening wederrechtelijk verkregen voordeel hennepkwekerij van 9 mei 2022, opgemaakt in de wettelijke vorm door de daartoe bevoegde opsporingsambtenaar (niet doorgenummerde pagina’s 1-5), hierna: ontnemingsrapport.
3.Wederrechtelijk verkregen voordeel hennepkwekerij bij binnenteelt onder kunstlicht, standaardberekening en normen, update 1 juni 2016 van het FP Afpakken.
4.Ontnemingsrapport, p. 3.
5.Wederrechtelijk verkregen voordeel hennepkwekerij bij binnenteelt onder kunstlicht, standaardberekening en normen, update 1 juni 2016, van het FP Afpakken, p. 8.
6.Wederrechtelijk verkregen voordeel hennepkwekerij bij binnenteelt onder kunstlicht, standaardberekening en normen, update 1 juni 2016, van het FP Afpakken, p. 9.
7.Ontnemingsrapport, p. 4.
8.Wederrechtelijk verkregen voordeel hennepkwekerij bij binnenteelt onder kunstlicht, standaardberekening en normen, update 1 juni 2016, van het FP Afpakken, p. 9.
9.Ontnemingsrapport, p. 4.
10.Wederrechtelijk verkregen voordeel hennepkwekerij bij binnenteelt onder kunstlicht, standaardberekening en normen, update 1 juni 2016, van het FP Afpakken, p. 9.