Uitspraak
GERECHTSHOF AMSTERDAM
1.De zaak in het kort
2.De procedure in hoger beroep
3.De feiten
4.De omvang van het hoger beroep (zaaknummer 200.353.841/01)
5.De motivering van de beslissing
gemeenschappelijkegewone verblijfplaats van de echtgenoten. Het begrip “eerste gewone verblijfplaats na het huwelijk” is een feitelijk begrip. Van belang is niet alleen waar iemand feitelijk verblijft, maar ook hoe duurzaam dat verblijf is en daarnaast met welke intentie hij daar verblijft. Deze eerste gewone verblijfplaats dient binnen een redelijk korte termijn na de huwelijkssluiting te worden gevestigd. Over het algemeen wordt aangenomen in de jurisprudentie dat tussen het moment van de huwelijkssluiting en het moment dat partijen hun eerste huwelijksdomicilie vestigen enige tijd mag liggen, in de regel een marge van ongeveer zes maanden. Afhankelijk van de omstandigheden kan ook een langere termijn in aanmerking worden genomen.
Pas in juni 2017 heeft de vrouw aan de man aangegeven dat zij naar Nederland wilde verhuizen. Partijen moesten voor de aanvraag van een verblijfsvergunning op hetzelfde adres ingeschreven staan, reden waarom de man zich op 6 juni 2017 op het adres van het appartement van de vrouw te [plaats C] heeft ingeschreven. Partijen hadden tot die tijd dus de intentie om in Turkije te (blijven) wonen, zodat de gewone verblijfplaats van partijen Turkije was.”De opmerking van de man ter zitting in hoger beroep dat partijen in juli 2017 aanvankelijk voor een vakantie naar Nederland waren gekomen en pas daarna besloten in Nederland te blijven, strookt dan ook niet met zijn eerdere stelling.