ECLI:NL:GHAMS:2026:32

Gerechtshof Amsterdam

Datum uitspraak
6 januari 2026
Publicatiedatum
9 januari 2026
Zaaknummer
200.358.961/01
Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 7:671c lid 1 BWArt. 7:671c lid 2 onder b BWArt. 7:673 lid 1 sub b onder 2 BWArt. 7:638 lid 8 BWArt. 7:683 lid 2 BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Ontbinding arbeidsovereenkomst wegens ernstig verwijtbaar handelen werkgever met toekenning billijke vergoeding

In deze zaak staat centraal of de ontbinding van de arbeidsovereenkomst tussen ThePhoneLab en werknemer het gevolg is van ernstig verwijtbaar handelen van de werkgever. Het hof volgt de kantonrechter en oordeelt bevestigend. De werknemer, die gediagnosticeerd is met een Autisme Spectrum Stoornis, ervoer problemen met de verzuimbegeleiding en het niet correct opvolgen van adviezen van de bedrijfsarts door de werkgever.

De werkgever legde een verplicht gesprek op voordat de werknemer de bedrijfsarts had kunnen bezoeken, wat onredelijk werd bevonden gezien de medische situatie van de werknemer. Daarnaast werd het advies van de bedrijfsarts om een gesprek met een neutrale derde te voeren niet correct opgevolgd, mede doordat de arbo-adviseur die als neutrale derde zou optreden voortijdig het gesprek verliet. De werkgever kwam ook terug op gemaakte afspraken en betaalde het loon van de werknemer over januari en februari 2025 niet tijdig, wat extra stress veroorzaakte.

Het hof stelt vast dat de werkgever ernstig verwijtbaar heeft gehandeld en kent daarom een billijke vergoeding toe van €50.000 bruto, hoger dan de eerdere toekenning van €35.434. De transitievergoeding wordt bevestigd en het verzoek tot vergoeding van professionele hulp en immateriële schade wordt afgewezen. Het verzoek tot volledige proceskosten wordt eveneens afgewezen wegens het ontbreken van misbruik van procesrecht. De ontbinding van de arbeidsovereenkomst wordt bekrachtigd, waarbij de werkgever niet-ontvankelijk wordt verklaard voor het hoger beroep tegen de ontbindingsbeslissing.

Uitkomst: Het hof bevestigt ernstig verwijtbaar handelen van werkgever, ontbinding arbeidsovereenkomst en kent werknemer een billijke vergoeding van €50.000 toe.

Uitspraak

GERECHTSHOF AMSTERDAM

afdeling civiel recht en belastingrecht
zaaknummer : 200.358.961/01
zaaknummer rechtbank : 11565629 / EA VERZ 25-208
beschikking van de meervoudige burgerlijke kamer van 6 januari 2026
inzake
THEPHONELAB AMSTERDAM B.V.,
gevestigd te Amsterdam,
appellante in principaal hoger beroep,
verweerster in incidenteel hoger beroep,
advocaat: mr. L.Q. Jolink te Amsterdam,
tegen
[geïntimeerde] ,
wonend te [woonplaats] ,
verweerder in principaal hoger beroep,
appellant in incidenteel hoger beroep,
advocaat: mr. E.L.H. van der Vos te Amsterdam.
Partijen worden hierna ThePhoneLab en [geïntimeerde] genoemd.

1.De zaak in het kort

Het gaat in deze zaak om de vraag of de ontbinding van de arbeidsovereenkomst tussen partijen het gevolg is van ernstig verwijtbaar handelen van ThePhoneLab. Het hof beantwoordt deze vraag, evenals de kantonrechter, bevestigend. Het hof kent aan [geïntimeerde] een billijke vergoeding toe van € 50.000,- bruto. Het verzoek van [geïntimeerde] tot veroordeling van ThePhoneLab in de volledige proceskosten wordt afgewezen.

2.Het geding in hoger beroep

ThePhoneLab is bij beroepschrift van 10 september 2025 in hoger beroep gekomen van de beschikking die de kantonrechter in de rechtbank Amsterdam (hierna: de kantonrechter) op 11 juni 2025 onder bovenvermeld zaaknummer heeft gegeven tussen [geïntimeerde] als verzoeker en ThePhoneLab als verweerster (hierna: de bestreden beschikking).
Partijen hebben daarna de volgende stukken ingediend:
  • een verweerschrift in hoger beroep, tevens een incidenteel hoger beroep, in het verweerschrift aangeduid als ‘tegenverzoeken’, met producties, van de zijde van [geïntimeerde] ;
  • een verweerschrift in incidenteel hoger beroep, met producties, van de zijde van ThePhoneLab;
  • aanvullende productie 26 van de zijde van ThePhoneLab; en
  • aanvullende producties 26 tot en met 30 van de zijde van [geïntimeerde] .
Vervolgens zijn op 2 respectievelijk 3 december 2025 van de zijde van [geïntimeerde] nog aanvullende producties 30 en 31 toegezonden. Op 4 december 2025 zijn van de zijde van ThePhoneLab de aanvullende producties 27 en 28 toegezonden. Het hof heeft de door zowel [geïntimeerde] als ThePhoneLab op 2, 3 en 4 december 2025 toegezonden producties geweigerd, met als reden dat deze zonder goede grond te laat zijn toegezonden.
Partijen hebben de zaak tijdens de mondelinge behandeling van 5 december 2025 laten toelichten, ThePhoneLab door mr. Jolink en [geïntimeerde] door mr. Van der Vos, beiden aan de hand van overgelegde spreekaantekeningen. Partijen hebben tevens vragen van het hof beantwoord. Ten slotte is een beschikking gevraagd.
Beide partijen hebben in hoger beroep bewijs van hun stellingen aangeboden.

3.Feiten

De kantonrechter heeft in overwegingen 2.1 tot en met 2.24 van de bestreden beschikking de feiten vastgesteld die zij tot uitgangspunt heeft genomen. Samengevat en waar nodig aangevuld met andere feiten die als enerzijds gesteld en anderzijds niet of onvoldoende betwist zijn komen vast te staan, gaat het hof uit van de volgende feiten.
3.1.
[geïntimeerde] , geboren op [geboortedatum] , is op [datum] in dienst getreden bij ThePhoneLab. Hij was laatstelijk werkzaam in de functie van [functie] voor 38 uur per week tegen een salaris van € 3.181,- bruto per maand exclusief vakantiegeld.
3.2.
[geïntimeerde] is gediagnosticeerd met een Autisme Spectrum Stoornis (hierna: ASS). Voor [geïntimeerde] betekent dit dat hij behoefte heeft aan structuur en voorspelbaarheid, en dat hij moeite heeft met plotselinge veranderingen, stress en relationele aspecten zoals communicatie. ThePhoneLab is hiervan op de hoogte.
3.3.
Op 2 november 2024 heeft [geïntimeerde] zich ziekgemeld.
3.4.
[naam 1] , directeur van ThePhoneLab (hierna: [naam 1] ), heeft [geïntimeerde] kort na zijn ziekmelding verzocht om een gesprek. [geïntimeerde] heeft daarop meermaals te kennen gegeven dat hij eerst een bedrijfsarts wilde spreken.
3.5.
Op 14 november 2024 heeft [naam 2] , arbo-adviseur van de Arbodienst (hierna: [naam 2] ), telefonisch contact opgenomen met [geïntimeerde] . Zij heeft [geïntimeerde] tijdens dit gesprek verzocht om een koffiemoment in te plannen. Hierop heeft [geïntimeerde] medegedeeld dat hij eerst de bedrijfsarts wenste te zien. Een dag later heeft [naam 2] laten weten dat toch eerst een koffiemoment diende plaats te vinden.
3.6.
Bij brief van 18 november 2024 heeft [naam 3] , de toenmalige gemachtigde van [geïntimeerde] (hierna: [naam 3] ), aan ThePhoneLab bericht dat [geïntimeerde] de verzuimbegeleiding door [naam 2] als schofferend heeft ervaren, omdat zij telefonisch tegen hem was uitgevallen. Zij heeft namens [geïntimeerde] dringend verzocht om op korte termijn een consult bij de bedrijfsarts in te plannen.
3.7.
Bij e-mail van 25 november 2024 heeft [naam 2] onder meer aan [geïntimeerde] geschreven dat haar gesprek met hem niet prettig was verlopen, dat zij het protocol moet doorlopen en een gesprek onder begeleiding van haar als adviseur een belangrijke stap is. In de email heeft [naam 2] verder geschreven dat na uitvraag bij de medische lijn opnieuw een onprettig gesprek heeft plaatsgevonden met [geïntimeerde] , waarbij zijn opstelling volgens [naam 2] niet oké was. [geïntimeerde] heeft zich te houden aan verzuimbegeleidingsprotocollen voordat een afspraak met de bedrijfsarts kan worden gepland, en de situatie en manier van gesprek zal gecommuniceerd moeten worden met de werkgever en bedrijfsarts, aldus [naam 2] .
3.8.
Op 2 december 2024 heeft het eerste consult van [geïntimeerde] met bedrijfsarts [naam 4] plaatsgevonden. In de terugkoppeling heeft de bedrijfsarts het volgende advies opgenomen:
“Uw werknemer heeft medische klachten met objectiveerbare beperkingen t.a.v. (eigen) arbeid. De beperkingen zijn werk-gerelateerd. Uw werknemer heeft een gerichte behandeling. Ik krijg niet de indruk dat er sprake is van een conflict. Het is wel belangrijk te voorkomen dat het een conflict wordt. Ik adviseer ergens de komende 2 weken een gesprek met elkaar te voeren in bijzijn van een neutrale derde partij, om de arbeids-gerelateerde factoren te bespreken en goede afspraken te maken voor de toekomst. Ik adviseer de komende 6 weken nog geen arbeidsbelasting, ik adviseer ruimte voor herstel en behandeling. Wel adviseer ik na het gesprek over 2 weken om steunend contact met elkaar te onderhouden.”.
3.9.
Op 11 december 2024 heeft het door de bedrijfsarts geadviseerde gesprek plaatsgevonden tussen [geïntimeerde] , [naam 3] , [naam 1] en [naam 2] . In dit gesprek heeft [naam 2] toegelicht dat het gesprek zou gaan over reintegratie. [naam 3] heeft vervolgens gesteld dat [geïntimeerde] eerst moest herstellen voordat over re-integratie kon worden gesproken. Vervolgens heeft [naam 2] het gesprek verlaten en is het gesprek zonder haar voortgezet. Tussen [naam 1] en [geïntimeerde] is toen afgesproken dat [geïntimeerde] rust zou nemen en dat hij na zijn reeds geplande vakantie naar Indonesië zijn herstel verder zou bespreken met de bedrijfsarts.
3.10.
Bij e-mail van 23 december 2024 heeft [naam 2] aan [geïntimeerde] - onder meer - het volgende geschreven:
“Ik hoop dan ook dat ik het je zo goed en duidelijk in deze mail kan uitleggen wat de risico’s zijn van de houding die nu aangenomen wordt.
Het gesprek van 11-12 was een door de medische lijn geadviseerd gesprek waarbij alle partijen actief moeten meewerken. Iemand heeft tijdens het begin van het gesprek aangegeven (zover ik het begrijp gezien hier niet is ingegrepen) met jouw toestemming dat de situatie niet besproken zal worden naar wat jij nodig zou hebben bij re-integratie.
  • Vanaf het moment dat jij ziek bent zijn we bezig met re-integratie of dat nou actief is of passief dus daar moeten we het altijd over hebben
  • De bedrijfsarts heeft aangegeven dat we het er over moeten hebben wat er in het verleden is gebeurd om verder te komen.
Dit zijn harde vereisten in re-integratie en Wet verbetering Poortwachter. Door dit niet te willen doen zou werkgever jou volgens diezelfde wetten een loonsanctie op moeten leggen tot je dat wel zou doen. Bij een Loonsanctie is een werkgever verplicht jouw salaris te bevriezen of stop te zetten tot de verplichte stappen weer gedaan worden.
Gezien jou vertegenwoordiging heeft aangegeven dat je dit niet aankan heb ik dit teruggelegd bij de bedrijfsarts en die blijft bij de mening staan dat jij vaardig en voldoende mogelijkheden zou hebben om dat te doen.
(…)
Mijn advies is dan ook volgende: Ondanks dat het verplichte gesprek niet heeft plaatsgevonden en er ruim voldoende grond is voor een Loonsanctie is mijn advies dat werkgever deze nog niet inzet.
Met als reden dat de vertegenwoordiging de uitspraak van geen gesprek heeft gedaan. Mijn zeer dringende aanraden is dan ook om de rest van het advies van de medische lijn te volgen door elke week constructief contact te hebben met de werkgever op een vast moment in de week. Het drie gesprek zou technisch gezien nog steeds moeten plaatsvinden maar mogelijk als dat in een informele setting besproken kan worden wat de aanleiding was van ziekte etc. dat dit niet meer nodig is. Bij deze gesprekken verwacht ik een open houding en actief gedrag naar elkaar anders zal ik mijn advies alsnog moeten aanpassen, iets wat ik echt niet hoop te hoeven doen. Gezien de duur van verzuim moet er binnenkort ook een plan van aanpak opgesteld worden, dit is een verplicht onderdeel in de wet verbetering poortwachter. Mijn advies is hierin om samen een afspraak te maken om deze op te stellen en af te spreken welke acties er nodig zijn voor een goede re-integratie. Hierin herhaal ik nogmaals dat geen contact geen optie is volgens de regels.
Hierbij spreek ikOpnieuwde hoop en wens uit dat volgende gesprekken beter zullen verlopen en dat we samen kunnen kijken naar een goed plan voor re-integratie.”.
3.11.
Bij e-mail van 27 december 2024 heeft [naam 1] aan [geïntimeerde] - onder meer - het volgende geschreven:
“We spraken toen af in het nieuwe jaar een afspraak met de bedrijfsarts in te plannen na jouw vakantie, wat pas ergens eind februari zal zijn. (…) De bedrijfsarts heeft eerder geadviseerd om wekelijks een constructief contactmoment te hebben op een vast tijdstip. Door het verloop van ons eerdere driegesprek is dit tot op heden niet gerealiseerd. Het advies van de bedrijfsarts blijft echter leidend, en daarom wil ik nu een vast contactmoment met jou inplannen.”.
3.12.
In diezelfde e-mail heeft [naam 1] voorgesteld te beginnen met het wekelijkse vaste contactmoment op maandag 30 of dinsdag 31 december 2024.
3.13.
Bij e-mail van 30 december 2024 heeft [naam 3] aan [naam 1] geschreven dat zij zich grote zorgen maakt over de verzuimbegeleiding en het herstelproces van [geïntimeerde] . In deze email heeft zij verwezen naar de gemaakte afspraak in het gesprek van 11 december 2024, en naar de e-mails van [naam 2] en [naam 1] van 23 respectievelijk 27 december 2024 waarin op de afspraak werd teruggekomen.
3.14.
In reactie hierop heeft [naam 2] ook op 30 december 2024 een email aan [geïntimeerde] gestuurd, waarin onder meer is geschreven dat zij alleen maar wilde uitleggen wat de regels waren en de loonsanctie geen dreiging was, dat contact onderhouden verplicht is en niet valt onder arbeidsbelasting, dat zij zelf ook Asperger heeft en verschillende burn-outs heeft gehad dus zij het wel snapt, dat het hebben van een burn-out vervelend en moeilijk is, maar dat de manier waarop de gemachtigde van [geïntimeerde] het aanpakt niet handig of verstandig is.
3.15.
Op 2 januari 2025 heeft [geïntimeerde] bij Paradigma (naar het hof begrijpt de klachtenbehandelaar van de Arbodienst) een klacht ingediend tegen [naam 2] die hij als volgt heeft samengevat:
“Kort samengevat houdt mijn klacht in dat ik zeer veel stress ervaar van haar interventies in het kader van mijn verzuimbegeleiding. In plaats van mij rust te gunnen zodat ik kan herstellen maakt zij stelselmatig op een zeer nare en onprofessionele manier inbreuk op mijn persoon. Dit ervaar ik als zeer bedreigend, het verergert mijn ziekte en het frustreert mijn genezingsproces.”.
3.16.
Op 9 januari 2025 heeft een consult plaatsgevonden bij arbeidsvermogenspecialist [naam 5] , werkend onder supervisie van bedrijfsarts [naam 6] . In de terugkoppeling is het volgende opgenomen:
“Sinds het vorige consult is de belastbaarheid niet verder verbeterd. Er zijn passende behandelingen gaande, en er zal een vervolginterventie in de curatieve sector binnenkort worden aangevraagd. Uw medewerker zal van 18-01 - 14-02 op vakantie gaan. Tijdens de vakantie periode is dhr. vrijgesteld van re-integratieverplichtingen (WVP). Na de vakantie kunnen werkgever en werknemer samen met een onafhankelijk 3e persoon bijv. een mediator een afspraak maken omtrent de werk gerelateerde aspecten. (…)”.
3.17.
Op 13 januari 2025 heeft ThePhoneLab de toegang tot de bedrijfsemail van [geïntimeerde] geblokkeerd.
3.18.
Bij e-mail van 16 januari 2025 is de door [geïntimeerde] ingediende klacht tegen [naam 2] door Paradigma ongegrond verklaard.
3.19.
Op 18 januari 2025 is [geïntimeerde] met zijn vriendin op vakantie gegaan naar Indonesië.
3.20.
ThePhoneLab heeft het loon van [geïntimeerde] over januari 2025 niet tijdig betaald. Nadat [geïntimeerde] hiervan tijdens zijn vakantie op de hoogte kwam, heeft hij vanuit Indonesië contact opgenomen met [naam 3] . [naam 3] heeft vervolgens vergeefs op 27 en 30 januari 2025 telefonisch en per email getracht contact op te nemen met ThePhoneLab. Bij e-mail van 30 januari 2025 heeft [naam 1] [naam 3] geïnformeerd dat er geen behoefte is aan telefonisch contact, aangezien contact over verzuim en reintegratie primair tussen werknemer en werkgever dient plaats te vinden.
3.21.
Bij e-mail van 30 januari 2025 heeft [naam 1] aan [geïntimeerde] geschreven dat hij zich niet heeft gehouden aan zijn verplichting om steunend contact met ThePhoneLab te onderhouden tijdens zijn ziekte. Dit is in strijd met het verzuimprotocol en daarom is besloten geen loon uit te keren, aldus [naam 1] .
3.22.
Bij brief van 3 februari 2025 heeft [naam 3] namens [geïntimeerde] ThePhoneLab gesommeerd het loon over januari 2025 te betalen.
3.23.
Op 14 februari 2025 is [geïntimeerde] teruggekomen van vakantie.
3.24.
Bij e-mail van 17 februari 2025 heeft [naam 1] [geïntimeerde] voorgesteld om telefonisch contact te hebben en enkele data gestuurd voor het inplannen daarvan. In reactie hierop heeft [geïntimeerde] bij e-mail van dezelfde datum gevraagd wat [naam 1] daarmee wilde bereiken. In de email heeft [geïntimeerde] verder geschreven dat hij telefonisch contact nu niet aankan, omdat zijn loon zonder gegronde reden niet was betaald, hij moedwillig in de betalingsproblemen is gebracht zonder kennisgeving vooraf, [naam 1] wist dat hij in Indonesië op vakantie was en niet adequaat kon reageren op de inhouding van het loon, [naam 1] telefonisch contact met [naam 3] weigerde, [naam 1] niet reageerde op de sommatiebrief en dat [geïntimeerde] van dat alles enorm veel stress kreeg op vakantie. In de e-mail heeft [geïntimeerde] verder geschreven dat [naam 1] per e-mail kan reageren.
3.25.
In reactie hierop heeft [naam 1] bij e-mail van 18 februari 2025 onder meer geschreven dat de bedrijfsarts eerder heeft geadviseerd om onderling steunend contact te onderhouden, en dat zijn e-mail een hernieuwde poging was om daaraan te voldoen. [naam 1] heeft verder geschreven dat hij contact heeft gehad met een HR-adviseur van Techniek Nederland die gespecialiseerd is in de CAO voor het Technisch Installatiebedrijf. Volgens het verzuimprotocol heeft ThePhoneLab het recht om het loon in te houden als blijkt dat [geïntimeerde] zich niet houdt aan de afspraak.
3.26.
Op 24 februari 2025 heeft [geïntimeerde] bij de rechtbank Amsterdam een verzoekschrift tot ontbinding van zijn arbeidsovereenkomst ingediend, onder toekenning van onder meer een transitievergoeding en een billijke vergoeding.
3.27.
ThePhoneLab heeft ook het loon van [geïntimeerde] over februari 2025 niet tijdig betaald.
3.28.
Op 6 maart 2025 heeft [naam 3] namens [geïntimeerde] ThePhoneLab verzocht het loon van januari en februari 2025 te betalen.
3.29.
Bij e-mail van 6 maart 2025 heeft [naam 2] aan [geïntimeerde] - onder meer - geschreven dat zij heeft vernomen dat geen telefonisch overleg is geweest tussen [geïntimeerde] en ThePhoneLab en dat zij verplicht is [geïntimeerde] te wijzen op de mogelijke gevolgen als hij de richtlijnen niet volgt. [naam 2] heeft verder geschreven dat zij heeft vernomen dat momenteel sprake is van een loonopschorting, maar als er in de komende periode geen actie komt vanuit [geïntimeerde] , dat ThePhoneLab verplicht is om in plaats van een loonopschorting een loonstop toe te passen. In reactie hierop heeft [geïntimeerde] bij e-mail van 8 maart 2025 geschreven dat hij geen vertrouwen meer heeft in haar en dat hij aan [naam 1] heeft laten weten dat hij alleen nog schriftelijk met hem wil communiceren.
3.30.
Op 11 maart 2025 heeft ThePhoneLab mr. Jolink ingeschakeld. Mr. Jolink heeft ThePhoneLab geadviseerd het loon over januari en februari 2025 aan [geïntimeerde] te voldoen. Op 20 maart 2025 heeft ThePhoneLab het loon over deze maanden aan [geïntimeerde] voldaan.
3.31.
Op 21 maart 2025 is een kort geding dagvaarding aan ThePhoneLab betekend. Bij vonnis van 30 april 2025 heeft de kantonrechter in kort geding de (gewijzigde) vordering van [geïntimeerde] tot betaling van wettelijke verhoging over het loon van januari en februari 2025, vermeerderd met wettelijke rente en incassokosten, grotendeels toegewezen. In het vonnis is tevens geoordeeld dat ThePhoneLab geen waarschuwingsbrief voor de loonsanctie heeft gestuurd en dat de e-mail van [naam 2] niet als waarschuwingsbrief in de zin van de wet kan worden gezien.

4.Procedure in eerste aanleg

4.1.
[geïntimeerde] heeft in eerste aanleg - samengevat - verzocht om bij beschikking, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad, de tussen partijen bestaande arbeidsovereenkomst per direct te ontbinden. [geïntimeerde] heeft daarnaast verzocht om ThePhoneLab te veroordelen tot betaling van:
  • een billijke vergoeding van € 118.116,- bruto, na vermindering teruggebracht tot € 35.434,- bruto, alsmede
  • een vergoeding voor professionele hulp bij recuperatie van € 5.000,- netto,
  • een immateriële schadevergoeding van € 3.000,- netto,
  • een transitievergoeding van € 6.912,- bruto en
  • een vergoeding van € 3.265,- bruto voor ten onrechte afgeboekte verlofuren,
  • vermeerderd met de wettelijke rente.
[geïntimeerde] heeft verder verzocht ThePhoneLab te veroordelen tot het opmaken van een eindafrekening en betaling van hetgeen op grond daarvan verschuldigd is, met veroordeling van ThePhoneLab in de proceskosten.
4.2.
ThePhoneLab heeft aangevoerd dat zij geen bezwaar heeft tegen toewijzing van het verzoek tot ontbinding van de arbeidsovereenkomst, maar heeft zich verzet tegen toewijzing van de overige verzoeken.
4.3.
Bij de bestreden beschikking heeft de kantonrechter - samengevat - de tussen partijen bestaande arbeidsovereenkomst per 11 juni 2025 (direct) ontbonden, omdat sprake is van omstandigheden die maken dat de arbeidsovereenkomst behoort te eindigen. De kantonrechter heeft verder geoordeeld dat ThePhoneLab ernstig verwijtbaar heeft gehandeld jegens [geïntimeerde] en ThePhoneLab veroordeeld tot betaling aan [geïntimeerde] van de verzochte billijke vergoeding van € 35.434,- bruto en een transitievergoeding van € 6.835,14 bruto. De verzochte vergoedingen voor professionele hulp bij recuperatie en immateriële schadevergoeding zijn afgewezen. De kantonrechter heeft het verzoek tot betaling van € 3.265,- bruto wegens ten onrechte afgeboekte verlofuren toegewezen, evenals de wettelijke rente over de bedragen en het verzoek tot het opmaken van een eindafrekening. De kantonrechter heeft ThePhoneLab veroordeeld in de proceskosten.

5.Verzoeken in hoger beroep

5.1.
Tegen deze beslissingen en de daaraan ten grondslag gelegde motivering komt ThePhoneLab in principaal hoger beroep met
acht grievenop. ThePhoneLab heeft in hoger beroep geconcludeerd dat het hof de bestreden beschikking zal vernietigen en - uitvoerbaar bij voorraad - alsnog de verzoeken van [geïntimeerde] zal afwijzen met veroordeling van [geïntimeerde] in de kosten van het geding in beide instanties.
5.2.
[geïntimeerde] heeft in principaal hoger beroep geconcludeerd dat het hof de bestreden beschikking zal bekrachtigen, behoudens de beslissing ten aanzien van de billijke vergoeding ter hoogte van € 35.434,- bruto, ten aanzien waarvan [geïntimeerde] in incidenteel hoger beroep verzoekt om deze vast te stellen op € 85.642,89 bruto. [geïntimeerde] verzoekt het hof verder ThePhoneLab te veroordelen tot betaling van de daadwerkelijk in hoger beroep gemaakte advocaatkosten.
5.3.
ThePhoneLab heeft in incidenteel hoger beroep geconcludeerd tot afwijzing van de verzoeken van [geïntimeerde] .

6.Beoordeling

6.1.
ThePhoneLab heeft integraal hoger beroep tegen de bestreden beschikking ingesteld, daarmee dus ook tegen de beslissing tot ontbinding van de arbeidsovereenkomst. Dit is in strijd met het bepaalde in artikel 7:683 lid 2 BW Pro. ThePhoneLab zal daarom in haar verzoek niet-ontvankelijk verklaard worden voor zover dit is gericht tegen de beslissing tot ontbinding van de arbeidsovereenkomst.
6.2.
Het principaal en incidenteel hoger beroep hebben, afgezien van de bijkomende verzoeken, hoofdzakelijk betrekking op i) de vraag of ThePhoneLab ernstig verwijtbaar heeft gehandeld of nagelaten, en ii) de hoogte van een eventuele billijke vergoeding. De verzoeken en de gronden waarop deze gebaseerd zijn, zullen hierna per onderwerp gezamenlijk worden behandeld.
Ernstig verwijtbaar handelen of nalaten door ThePhoneLab
6.3.
Grieven 1 tot en met 4 in principaal hoger beroeprichten zich tegen het oordeel van de kantonrechter dat sprake is geweest van ernstig verwijtbaar handelen of nalaten door ThePhoneLab.
6.4.
De kantonrechter heeft de arbeidsovereenkomst van [geïntimeerde] op diens verzoek ontbonden op grond van artikel 7:671c lid 1 BW. Uit artikel 7:671c lid 2 onder b BW volgt dat aan [geïntimeerde] een billijke vergoeding kan worden toegekend indien de ontbinding van de arbeidsovereenkomst het gevolg is van ernstig verwijtbaar handelen of nalaten van ThePhoneLab.
6.5.
Het hof is, evenals de kantonrechter, van oordeel dat ThePhoneLab ernstig verwijtbaar heeft gehandeld jegens [geïntimeerde] en dat de ontbinding van zijn arbeidsovereenkomst daarvan het gevolg is. Het hof licht dit als volgt toe.
Verplicht gesprek vóór eerste bezoek aan bedrijfsarts
6.6.
Na zijn ziekmelding heeft [geïntimeerde] herhaaldelijk verzocht om een bezoek aan de bedrijfsarts, alvorens met zijn werkgever in gesprek te willen gaan over re-integratie. Zowel [naam 1] als [naam 2] legden echter een verplicht gesprek (‘koffiemoment’ of ‘driegesprek’) op, voordat [geïntimeerde] door een bedrijfsarts was gezien. Het hof overweegt, evenals de kantonrechter, dat zonder beoordeling van een bedrijfsarts niet kon worden vastgesteld of [geïntimeerde] in staat was om aan een dergelijk opgelegd gesprek deel te nemen. ThePhoneLab heeft gesteld dat dit koffiemoment door de bedrijfsarts was geadviseerd en dat [naam 2] dit voorafgaand met de bedrijfsarts had afgestemd. Uit de door haar overgelegde productie 26 (een verklaring van de arbodienst) volgt weliswaar dat tussen [naam 2] en de bedrijfsarts in algemene zin is gesproken over een passende aanpak, maar ook dat er op dossierniveau geen afstemming met de bedrijfsarts heeft plaatsgevonden. ThePhoneLab heeft niet nader onderbouwd dat de bedrijfsarts in het concrete geval van [geïntimeerde] zou hebben geadviseerd dat een verplicht gesprek aan het eerste consult moest voorafgaan, zodat het hof aan die stelling voorbijgaat. Het hof beoordeelt het verzoek van [geïntimeerde] om zijn situatie eerst met een bedrijfsarts te bespreken alvorens in gesprek te gaan met zijn werkgever, mede gelet op zijn ASS waarmee ThePhoneLab ook bekend was, als een in dit geval redelijk verzoek. Dat verzoek heeft ThePhoneLab ten onrechte tegengewerkt.
Niet (correct) opvolgen adviezen bedrijfsarts en terugkomen op gemaakte afspraak
6.7.
Na het eerste consult op 2 december 2024 heeft de bedrijfsarts geadviseerd dat partijen, binnen twee weken na dat gesprek, een gesprek met elkaar voeren in aanwezigheid van een neutrale derde, dat [geïntimeerde] de komende zes weken niet met arbeid zou worden belast, en dat partijen na het gesprek (over twee weken) ‘steunend’ contact met elkaar onderhouden (zie 3.8). Op 11 december 2024 heeft een gesprek plaatsgevonden waarbij [naam 2] kennelijk op initiatief van ThePhoneLab aanwezig was in de rol van neutrale derde (zie 3.9). ThePhoneLab heeft betoogd dat zij onbegrijpelijk vindt dat de kantonrechter twijfelt of [naam 2] wel als neutrale derde kan worden gezien. Het hof overweegt dat voorafgaand aan dit gesprek voor ThePhoneLab al duidelijk was dat het eerdere contact tussen [geïntimeerde] en [naam 2] moeizaam was verlopen. In dat verband acht het hof het niet onbegrijpelijk dat twijfel bestond over het antwoord op de vraag of [naam 2] als neutrale derde partij kon worden beschouwd. Het hof hecht eraan op te merken dat [naam 1] ter zitting in hoger beroep desgevraagd heeft verklaard dat [naam 2] (ook) aan het gesprek deelnam vanuit haar rol als arbo-adviseur. Het hof overweegt evenwel dat voor zover [naam 2] gezien zou kunnen worden als neutrale derde, vaststaat dat zij kort na aanvang van het gesprek is weggelopen, kennelijk uit ontevredenheid over het verloop van het gesprek. Daardoor was - in strijd met het advies van de bedrijfsarts - geen neutrale derde (meer) aanwezig bij het gesprek. Het betoog van ThePhoneLab dat het gedrag van [naam 3] hiertoe aanleiding zou hebben gegeven, wordt door het hof niet onderschreven. Het is nu juist de rol van een neutrale derde om het gesprek in goede banen te leiden en zich onafhankelijk op te stellen. Dat heeft [naam 2] niet gedaan. Het voorgaande betekent dat ThePhoneLab het advies van de bedrijfsarts in dit verband niet heeft opgevolgd.
6.8.
[naam 1] en [geïntimeerde] hebben het gesprek op 11 december 2024 vervolgens voortgezet. Vaststaat dat is afgesproken dat [geïntimeerde] rust zou nemen en dat na zijn geplande vakantie naar Indonesië (na 14 februari 2025) verdere afstemming over zijn herstel met de bedrijfsarts zou plaatsvinden (zie 3.9). [naam 2] heeft echter bij e-mail van 23 december 2024 in scherpe bewoordingen verwijten geuit aan het adres van [geïntimeerde] over zijn houding tijdens het gesprek van 11 december 2024 en gewezen op een loonsanctie, waarvoor volgens haar al ruim voldoende grond zou bestaan. Daarnaast heeft [naam 2] in de email dringend geadviseerd om elke week constructief contact te hebben met ThePhoneLab op een vast moment in de week (zie 3.10). Dit was niet in lijn met de tussen [naam 1] en [geïntimeerde] gemaakte afspraak. Enkele dagen later is ook [naam 1] teruggekomen op de gemaakte afspraak en heeft hij in zijn e-mail van 27 december 2024 ‘voorgesteld’ een vast wekelijks contactmoment in te plannen, dat een aantal dagen daarna zou moeten aanvangen (zie 3.11).
6.9.
Het hof overweegt dat de bedrijfsarts, anders dan [naam 2] en [naam 1] in hun emails hebben geschreven, geen vast wekelijks contactmoment heeft geadviseerd. Het advies betrof uitsluitend het onderhouden van steunend contact, en wel nadat een gesprek met een neutrale derde had plaatsgevonden. Voor ThePhoneLab moet duidelijk zijn geweest dat [geïntimeerde] het contact met [naam 2] niet als steunend ervaarde. Van belang is verder dat [naam 1] vervolgens heeft toegezegd dat [geïntimeerde] tot na zijn vakantie rust zou krijgen. Met de e-mail van [naam 2] en later ook van [naam 1] zelf wordt eenzijdig teruggekomen op de gemaakte afspraak dat pas na de vakantie van [geïntimeerde] zou worden gewerkt aan het herstel. [geïntimeerde] heeft opgemerkt hiervan stress te hebben ervaren. Het hof heeft daar begrip voor. Los daarvan overweegt het hof dat de e-mail van [naam 2] , waarin melding wordt gemaakt van een loonsanctie, op geen enkele manier kan worden aangemerkt als het door de bedrijfsarts geadviseerde ‘steunende’ contact. ThePhoneLab heeft in hoger beroep gesteld dat de kantonrechter in de bestreden beschikking de email ten onrechte heeft bestempeld als ‘venijnig’. Het hof overweegt dat ook zonder oordeel over de toonzetting vaststaat dat ThePhoneLab met deze emails zowel in strijd heeft gehandeld met het advies van de bedrijfsarts als met de door [naam 1] eerder gemaakte afspraak.
6.10.
ThePhoneLab heeft aangevoerd dat zij achteraf bezien de afspraak dat na de vakantie van [geïntimeerde] verdere afstemming zou plaatsvinden niet had kunnen maken, zodat zij geen keuze had dan hierop terug te komen. Hiertoe heeft zij gesteld dat zij conform het advies van de bedrijfsarts moest handelen en dat zij als werkgever verplicht is tot reintegratie inspanningen. Het advies van de bedrijfsarts was echter juist dat [geïntimeerde] rust zou worden gegund en dat - na een gesprek in aanwezigheid van een neutrale derde, waarvan is vastgesteld dat dit niet heeft plaatsgevonden - ‘steunend’ contact zou worden onderhouden. Van naleving van dit advies is geen sprake. Daarbij overweegt het hof dat ThePhoneLab zich had moeten realiseren dat het op deze wijze terugkomen op gemaakte afspraken, zeker voor een werknemer met ASS, bij wie structuur en voorspelbaarheid een belangrijke rol spelen, extra belastend is.
6.11.
Daarbij komt dat, zelfs nadat [naam 3] haar zorgen had geuit over de verzuimbegeleiding en het terugkomen op de gemaakte afspraak, [geïntimeerde] op 30 december 2024 een e-mail van [naam 2] ontving waarin wederom werd benadrukt dat contact onderhouden verplicht is (zie 3.14). Daarbij heeft zij opgemerkt dat de manier waarop [naam 3] de situatie aanpakt, niet handig of verstandig is. Ook dit heeft niet bijgedragen aan de door de bedrijfsarts voorgeschreven en door [naam 1] toegezegde rust voor [geïntimeerde] , zoals ook de kantonrechter terecht heeft overwogen.
ThePhoneLab heeft onterecht het loon niet betaald
6.12.
Tijdens het tweede consult op 9 januari 2025 heeft de arbeidsvermogenspecialist geconstateerd dat de belastbaarheid van [geïntimeerde] niet is verbeterd. In de terugkoppeling is opgenomen dat [geïntimeerde] tijdens zijn vakantie was vrijgesteld van re-integratieverplichtingen en dat ThePhoneLab en [geïntimeerde] na deze vakantie een afspraak konden maken met een onafhankelijke derde, zoals een mediator (zie 3.16).
6.13.
ThePhoneLab heeft er in haar stukken op gewezen dat het eerdere advies van de bedrijfsarts om steunend contact te onderhouden ook nog steeds gold, zodat [geïntimeerde] tussen het tweede consult bij de bedrijfsarts (donderdag 9 januari 2025) en het begin van zijn vakantie (zaterdag 18 januari 2025) re-integratieverplichtingen had. Het hof volgt ThePhoneLab hierin niet. In het advies van de bedrijfsarts stond immers dat ThePhoneLab en [geïntimeerde] na de vakantie een afspraak konden maken voor een gesprek in aanwezigheid van een onafhankelijke derde. Met het verplicht opleggen van een gesprek reeds voor aanvang van de vakantie van [geïntimeerde] heeft ThePhoneLab wederom het advies van de bedrijfsarts niet correct opgevolgd.
6.14.
Vervolgens heeft ThePhoneLab voor de vakantie de toegang van [geïntimeerde] tot zijn emailbox geblokkeerd, zonder toelichting of aankondiging. Daarna heeft ThePhoneLab zonder voorafgaande waarschuwing het loon van [geïntimeerde] over januari 2025 niet betaald, terwijl zij wist dat [geïntimeerde] op vakantie was. Het is aannemelijk dat [geïntimeerde] hierdoor in de betalingsproblemen is gekomen en stress heeft ervaren. Het hof overweegt dat het niet betalen van loon reeds op zichzelf ingrijpend is, maar dat dit voor een werknemer met ASS - voor wie structuur en voorspelbaarheid extra belangrijk zijn en van wie bekend is dat moeite bestaat met plotselinge veranderingen - als extra ingrijpend kan worden ervaren. ThePhoneLab wist bovendien dat [geïntimeerde] in Indonesië verbleef, in een andere tijdzone en mogelijk beperkt bereikbaar was. Het feit dat ThePhoneLab na de onterechte loonstop vervolgens ieder contact met [naam 3] weigerde, valt haar evenzeer aan te rekenen.
6.15.
ThePhoneLab heeft in haar stukken en ter zitting in hoger beroep erop gewezen dat zij handelde conform advies van [naam 2] en een door haar benaderde HR-adviseur van de branchevereniging. In dit kader heeft ThePhoneLab gesteld dat zij slechts één fout heeft begaan, en wel door [geïntimeerde] niet voorafgaand te waarschuwen dat zij het loon van januari 2025 niet zou betalen. ThePhoneLab heeft verder gesteld dat de financiële gevolgen van haar fout reeds zijn hersteld op 20 maart 2025 en dat zij daarmee had voldaan aan de sommatie van [geïntimeerde] van 6 maart 2025.
6.16.
Het hof overweegt allereerst dat ThePhoneLab verantwoordelijk blijft voor haar eigen handelen, ook wanneer zij afgaat op (achteraf ondeugdelijk gebleken) advies van (door haar ingeschakelde) derden. Het hof gaat voorbij aan de stelling van ThePhoneLab dat slechts sprake was van één fout. Het hof overweegt daarbij dat de gedragingen van [geïntimeerde] hoe dan ook geen loonopschorting rechtvaardigden. Bovendien staat vast dat ThePhoneLab herhaaldelijk het advies van de bedrijfsarts niet heeft opgevolgd en de met [geïntimeerde] gemaakte afspraak heeft geschonden, waardoor [geïntimeerde] stress in plaats van de nodige rust heeft gekregen. Van een eenmalige fout is dan ook geen sprake; er is juist sprake van een aaneenschakeling van onzorgvuldig handelen waaraan ThePhoneLab heeft vastgehouden en waarbij zij [geïntimeerde] ten onrechte verwijten heeft gemaakt.
6.17.
Het hof overweegt verder dat ThePhoneLab met haar stelling dat de fout reeds zou zijn hersteld op 20 maart 2025, voorbijgaat aan het feit dat zij gedurende twee maanden ten onrechte geen loon aan [geïntimeerde] heeft betaald. Bovendien lijkt ThePhoneLab hiermee te miskennen dat zij op dat moment uitsluitend is overgegaan tot betaling van het achterstallige loon, terwijl de door [geïntimeerde] - terecht - gevorderde wettelijke verhoging, wettelijke rente en buitengerechtelijke incassokosten onbetaald zijn gebleven. Deze kosten heeft ThePhoneLab pas voldaan nadat de kantonrechter haar daartoe in kort geding bij vonnis had veroordeeld (zie 3.31).
Tussenconclusie
6.18.
De hiervoor bedoelde omstandigheden in onderling verband leiden het hof tot de conclusie dat sprake is van ernstig verwijtbaar handelen van ThePhoneLab. De ontbinding van de arbeidsovereenkomst van [geïntimeerde] is hiervan het gevolg. Grieven 1 tot en met 4 in principaal hoger beroep slagen dus niet.
Hoogte van de billijke vergoeding
6.19.
Het voorgaande brengt mee dat [geïntimeerde] recht heeft op een billijke vergoeding. Met
grief 5 in principaal hoger beroepverzoekt ThePhoneLab - naar het hof begrijpt - dat het hof de door de kantonrechter vastgestelde billijke vergoeding van € 35.434,- bruto op nihil althans een lager bedrag vaststelt, terwijl [geïntimeerde] het hof in
incidenteel hoger beroepverzoekt de billijke vergoeding te verhogen tot € 85.642,89 bruto. Deze grieven zullen hierna gezamenlijk worden besproken.
6.20.
Bij de bepaling van de hoogte van de billijke vergoeding komt het volgens vaste rechtspraak aan op een beoordeling van alle omstandigheden van het geval, waarbij acht wordt geslagen op de door de Hoge Raad genoemde gezichtspunten. Met de gevolgen van het ontslag kan rekening worden gehouden, voor zover die gevolgen zijn toe te rekenen aan het verwijt dat de werkgever kan worden gemaakt. Het gaat er uiteindelijk om dat de werknemer wordt gecompenseerd voor het ernstig verwijtbaar handelen of nalaten van de werkgever en het verlies van de arbeidsovereenkomst als gevolg daarvan, waarbij acht moet worden geslagen op de waarde van de arbeidsovereenkomst die mede wordt bepaald door de te verwachten levensduur van de arbeidsverhouding.
6.21.
Het hof stelt voorop dat de omvang van de billijke vergoeding - in overeenstemming met het uitgangspunt in het civiele procesrecht - dient te worden beoordeeld aan de hand van de feiten en omstandigheden zoals deze ten tijde van de beslissing in hoger beroep bekend zijn (ex nunctoetsing).
6.22.
Het hof begrijpt het verzoek van [geïntimeerde] om verhoging van de billijke vergoeding aldus dat het een ‘lump sum’ betreft, onderbouwd met een aantal argumenten waarop het hof hierna zal ingaan.
6.23.
De kantonrechter is bij de vaststelling van de billijke vergoeding uitgegaan van een resterende duur van het dienstverband van 36 maanden, te rekenen vanaf het moment van de bestreden beschikking. De kantonrechter heeft daarnaast in overweging 4.10 van de bestreden beschikking het volgende overgenomen:
“Bij de vaststelling van de hoogte van de billijke vergoeding is ook rekening gehouden met de gevolgen die het ernstig verwijtbare handelen van ThePhoneLab voor [geïntimeerde] heeft gehad. Niet alleen de feitelijke gevolgen, zoals de beëindiging van het dienstverband en de vertraging van het herstel van zijn ziekte, maar ook de psychische gevolgen.”.
6.24.
Het hof overweegt dat voldoende aannemelijk is geworden dat de negatieve gevolgen voor [geïntimeerde] thans ernstiger zijn dan waarvan de kantonrechter is uitgegaan. [geïntimeerde] heeft gesteld dat zijn psychische gesteldheid - mede vanwege zijn ASS - verder is verslechterd, dat zijn gezondheidsschade is toegenomen en dat als gevolg daarvan zijn herstelproces is vertraagd. Hij was ten tijde van de mondelinge behandeling in hoger beroep nog steeds in behandeling voor zijn psychische klachten. ThePhoneLab heeft dit alles niet betwist. Daarmee staat voldoende vast dat zowel de materiële als immateriële schade van [geïntimeerde] zijn toegenomen. Het hof betrekt dit, aldus ex nunc toetsend, bij de vaststelling van de hoogte van de billijke vergoeding.
6.25.
Het hof gaat ervan uit dat [geïntimeerde] een periode van 36 maanden, te rekenen vanaf het moment van deze beschikking, nodig zal hebben om te herstellen en een passende werkkring te verkrijgen. Het hof acht, gelet op het ontbreken van diploma’s in combinatie met het niet meer hebben van een betaalde baan, het voldoende aannemelijk dat enigerlei vorm van scholing noodzakelijk is voor het vanuit werkloosheid vinden van een nieuwe baan en dat niet vaststaat dat die scholing gevolgd kan worden met volledig behoud van een uitkering. Het hof houdt daar rekening mee.
6.26.
Het hof houdt bij de vaststelling van de billijke vergoeding geen rekening met de door [geïntimeerde] gestelde buitengerechtelijke incassokosten met betrekking tot zijn loon over januari 2025. Deze kosten zijn op zichzelf toewijsbaar en de hoogte daarvan is door ThePhoneLab niet betwist, maar deze kosten houden geen verband met het einde van de arbeidsovereenkomst, zodat deze niet bij de billijke vergoeding kunnen worden betrokken. Ook de kosten voor het eigen risico van [geïntimeerde] zal het hof niet bij de billijke vergoeding betrekken. Niet vaststaat dat deze kosten niet gemaakt zouden zijn zonder het ernstig verwijtbaar handelen van ThePhoneLab.
6.27.
Gelet op alle omstandigheden van het geval ziet het hof aanleiding om de billijke vergoeding vast te stellen op € 50.000,- bruto. Hierbij heeft het hof, naast de bovengenoemde omstandigheden, mede in aanmerking genomen de mate van verwijtbaarheid van de gedragingen van ThePhoneLab, alsmede de door [geïntimeerde] gestelde nare ervaring van zijn vakantie in Indonesië. Dit onderdeel van het incidenteel hoger beroep slaagt derhalve. De grief van ThePhoneLab gericht op een lagere billijke vergoeding faalt.
Transitievergoeding
6.28.
Met
grief 6 in principaal hoger beroepkomt ThePhoneLab op tegen toekenning van de transitievergoeding. Deze grief bouwt voort op de tevergeefs voorgestelde grieven die strekken tot het oordeel dat geen sprake zou zijn van ernstig verwijtbaar handelen of nalaten door ThePhoneLab. Nu het hof hiervoor heeft overwogen dat daarvan wel sprake is, heeft [geïntimeerde] op grond van artikel 7:673 lid 1 sub b onder Pro 2 BW recht op een transitievergoeding. Deze grief faalt dan ook.
Afgeboekte vakantiedagen
6.29.
Met
grief 7 in principaal hoger beroepbestrijdt ThePhoneLab het oordeel van de kantonrechter dat voor de vakantie van [geïntimeerde] van 18 januari tot en met 14 februari 2025 geen vakantiedagen mochten worden afgeboekt. Het hof volgt de kantonrechter in dit oordeel en licht dit als volgt toe.
6.30.
Artikel 7:638 lid 8 BW Pro ziet op het verrekenen van vakantiedagen wanneer een werknemer voor of tijdens een reeds vastgestelde vakantie ziek wordt. De Hoge Raad is hierop nader ingegaan in zijn arrest van 17 november 2023 (ECLI:NL:HR:2023:1603). In dat arrest heeft de Hoge Raad overwogen dat lid 8 enkel ziet op verrekening van vakantiedagen in het geval dat de werknemer ziek wordt vóór of tijdens een vakantie die reeds was vastgesteld. De Hoge Raad leidt uit de parlementaire geschiedenis af dat deze regeling beoogt ervoor te zorgen dat een werknemer die vóór of tijdens een reeds vastgestelde vakantie ziek wordt zijn vakantiedagen behoudt, zodat hij die op een later moment kan benutten. Gelet op dit doel kunnen deze vakantiedagen alleen worden afgeboekt indien een werknemer daarmee ‘uitdrukkelijk en gericht’ instemt. Voor het aannemen van die instemming is volgens de Hoge Raad niet voldoende dat de werknemer die ziek is geworden nadat zijn vakantie is vastgesteld en voordat deze is aangevangen, aan de bedrijfsarts of werkgever kenbaar maakt dat hij nog steeds met vakantie wil gaan.
6.31.
Vaststaat dat de betreffende vakantieperiode was vastgesteld voordat [geïntimeerde] ziek werd. Niet gesteld of gebleken is dat [geïntimeerde] uitdrukkelijk en gericht heeft ingestemd met het afboeken van zijn vakantiedagen. De kantonrechter heeft dan ook terecht geoordeeld dat ThePhoneLab voor de vakantie van [geïntimeerde] in januari en februari 2025 geen vakantiedagen had mogen afboeken. Ook deze grief slaagt niet.
Volledige proceskosten
6.32.
[geïntimeerde] verzoekt in
incidenteel hoger beroepom ThePhoneLab te veroordelen tot betaling van de daadwerkelijk in hoger beroep gemaakte advocaatkosten. De Hoge Raad heeft in zijn arrest van 6 april 2012 (ECLI:NL:HR:2012:BV7828), en in latere rechtspraak herhaald, bepaald dat volledige proceskosten slechts kunnen worden toegewezen indien sprake is van misbruik van procesrecht of onrechtmatig handelen. Daarvan kan sprake zijn wanneer het instellen van de vordering, gelet op de evidente ongegrondheid ervan en in verband met de betrokken belangen van de wederpartij, achterwege had behoren te blijven. Dit kan zich voordoen als een partij zijn vordering baseert op feiten en omstandigheden waarvan hij de onjuistheid kende of behoorde te kennen, of op stellingen waarvan hij op voorhand moest begrijpen dat deze geen kans van slagen hebben (HR 29 juni 2007, LJN BA3516,
NJ2007/353). Bij het aannemen hiervan past terughoudendheid, gelet op het recht op toegang tot de rechter dat mede gewaarborgd wordt door artikel 6 EVRM Pro.
6.33.
Het hof stelt voorop dat hiermee een hoge drempel geldt voor het toewijzen van volledige proceskosten. In dit geval is niet gebleken van misbruik van procesrecht of onrechtmatig handelen door ThePhoneLab, zodat die drempel niet wordt gehaald. Het hof wijst het verzoek tot toekenning van de volledige proceskosten daarom af.
Slotsom en proceskosten
6.34.
Gelet op het voorgaande slaagt ook
grief 8 in principaal hoger beroepniet, waarmee ThePhoneLab opkomt tegen de door de kantonrechter uitgesproken proceskostenveroordeling. ThePhoneLab dient als de in hoger beroep in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten te worden veroordeeld, die tot op heden worden begroot op € 4.004,- aan de zijde van [geïntimeerde] (€ 362,- griffierecht en tweemaal tarief II is € 2.428,- aan advocaatkosten in principaal hoger beroep plus tweemaal de helft van tarief II is € 1.214,- aan advocaatkosten in incidenteel hoger beroep).
6.35.
De slotsom is dat de grieven in principaal hoger beroep niet slagen en dat het incidenteel hoger beroep gedeeltelijk slaagt.
6.36.
Het hof zal de bestreden beschikking gedeeltelijk vernietigen, in die zin dat in plaats van de toegekende billijke vergoeding van € 35.434,- bruto, een bedrag van € 50.000,- bruto zal worden toegekend. Het hof zal ThePhoneLab niet-ontvankelijk voor zover zij hoger beroep heeft ingesteld tegen de beslissing tot ontbinding van de arbeidsovereenkomst en voor het overige de bestreden beschikking bekrachtigen. Door geen van beide partijen zijn concrete stellingen te bewijzen aangeboden die, indien bewezen, tot een andere beslissing zouden kunnen leiden, zodat hun bewijsaanbiedingen daarom wordt gepasseerd.

7.Beslissing

Het hof:
rechtdoende in principaal en incidenteel hoger beroep:
verklaart ThePhoneLab niet-ontvankelijk voor zover zij hoger beroep heeft ingesteld tegen de beslissing tot ontbinding van de arbeidsovereenkomst;
vernietigt de bestreden beschikking voor zover daarbij de billijke vergoeding is bepaald op € 35.434,- bruto;
en in zoverre opnieuw rechtdoende:
- kent aan [geïntimeerde] ten laste van ThePhoneLab een billijke vergoeding van € 50.000,- bruto toe en veroordeelt ThePhoneLab tot betaling van die vergoeding aan [geïntimeerde] ;
- bekrachtigt de bestreden beschikking voor het overige;
- veroordeelt ThePhoneLab in de kosten van het geding in principaal en incidenteel hoger beroep, tot op heden aan de zijde van [geïntimeerde] vastgesteld op € 4.004,-;
verklaart deze veroordelingen uitvoerbaar bij voorraad;
wijst het meer of anders verzochte af.
Deze beschikking is gegeven door mrs. G.C. Boot, H.T. van der Meer en A.L. Bervoets en door de rolraadsheer in het openbaar uitgesproken op 6 januari 2026.