ECLI:NL:GHAMS:2026:322

Gerechtshof Amsterdam

Datum uitspraak
28 januari 2026
Publicatiedatum
11 februari 2026
Zaaknummer
23-000325-25
Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 416 Sv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verdachte niet-ontvankelijk verklaard in hoger beroep wegens intrekking bezwaren

In deze zaak heeft het gerechtshof Amsterdam op 28 januari 2026 uitspraak gedaan in het hoger beroep tegen het vonnis van de rechtbank Amsterdam van 28 januari 2025. Verdachte had hoger beroep ingesteld, maar heeft via zijn raadsvrouw laten weten zijn bezwaren tegen het vonnis niet langer te handhaven en verzocht om niet-ontvankelijkverklaring in het hoger beroep.

De advocaat-generaal heeft geen bezwaar gemaakt tegen dit verzoek. Het hof heeft geen rechtens te respecteren belang kunnen ontdekken dat een verder onderzoek in de zaak zou rechtvaardigen. Daarom heeft het hof op 27 januari 2026 partijen vooraf geïnformeerd over het voornemen om verdachte niet-ontvankelijk te verklaren.

Op basis van artikel 416, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering heeft het hof de verdachte niet-ontvankelijk verklaard in het hoger beroep. Dit arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, bestaande uit de genoemde rechters, en uitgesproken op de openbare terechtzitting.

Uitkomst: Verdachte is niet-ontvankelijk verklaard in het hoger beroep wegens intrekking van zijn bezwaren.

Uitspraak

afdeling strafrecht
parketnummer: 23-000325-25
datum uitspraak: 28 januari 2026
TEGENSPRAAK (gemachtigd raadsvrouw)
Arrest van het gerechtshof Amsterdam gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de rechtbank Amsterdam van 28 januari 2025 in gevoegde strafzaken onder de parketnummers
13-007016-23 en 13-340036-24, alsmede 13-056834-22 (TUL) tegen
[verdachte],
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 2003,
adres: [adres] .

Onderzoek ter terechtzitting

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van
28 januari 2026.
Namens de verdachte is hoger beroep ingesteld tegen voormeld vonnis.
Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal, strekkend tot
niet-ontvankelijkverklaring van de verdachte in het hoger beroep op grond van artikel 416, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering.

Ontvankelijkheid van de verdachte in het hoger beroep

De raadsvrouw heeft per e-mailbericht van 27 januari 2026 en ter terechtzitting in hoger beroep op
28 januari 2026 namens de verdachte te kennen gegeven dat hij zijn oorspronkelijke bezwaren tegen het vonnis niet langer wenst te handhaven en dat hij het hof verzoekt hem in het hoger beroep niet-ontvankelijk te verklaren.
De advocaat-generaal heeft het hof per e-mailbericht van 27 januari 2026 geïnformeerd dat zij zich niet zal verzetten tegen het niet-ontvankelijk verklaren van de verdachte in hoger beroep.
Nu het hof overigens niet is gebleken van enig rechtens te respecteren belang dat is gediend met enig onderzoek van de zaak heeft het hof op 27 januari 2026 per e-mailbericht op voorhand aan partijen bericht dat het hof voornemens is de verdachte niet-ontvankelijk te verklaren in het ingestelde hoger beroep.
Gelet op bovenstaande, en gehoord de advocaat-generaal, wordt de verdachte niet-ontvankelijk verklaard in het ingestelde hoger beroep, gelet op het bepaalde in artikel 416, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering.

BESLISSING

Het hof:
Verklaart de verdachte niet-ontvankelijk in het hoger beroep.
Dit arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mr. N. van der Wijngaart, mr. E.J Hofstee en mr. A.M.A. Keulen, in tegenwoordigheid van
mr. L.C. de Groot, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van
28 januari 2026.
Mrs. E.J. Hofstee, A.M.A. Keulen en L.C. de Groot zijn buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.