ECLI:NL:GHAMS:2026:322
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Verdachte niet-ontvankelijk verklaard in hoger beroep wegens intrekking bezwaren
In deze zaak heeft het gerechtshof Amsterdam op 28 januari 2026 uitspraak gedaan in het hoger beroep tegen het vonnis van de rechtbank Amsterdam van 28 januari 2025. Verdachte had hoger beroep ingesteld, maar heeft via zijn raadsvrouw laten weten zijn bezwaren tegen het vonnis niet langer te handhaven en verzocht om niet-ontvankelijkverklaring in het hoger beroep.
De advocaat-generaal heeft geen bezwaar gemaakt tegen dit verzoek. Het hof heeft geen rechtens te respecteren belang kunnen ontdekken dat een verder onderzoek in de zaak zou rechtvaardigen. Daarom heeft het hof op 27 januari 2026 partijen vooraf geïnformeerd over het voornemen om verdachte niet-ontvankelijk te verklaren.
Op basis van artikel 416, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering heeft het hof de verdachte niet-ontvankelijk verklaard in het hoger beroep. Dit arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, bestaande uit de genoemde rechters, en uitgesproken op de openbare terechtzitting.
Uitkomst: Verdachte is niet-ontvankelijk verklaard in het hoger beroep wegens intrekking van zijn bezwaren.