In deze civiele zaak gaat het om een klacht van een erfgenaam tegen een notaris over de afwikkeling van de nalatenschap van zijn moeder, die in augustus 2019 overleed. De erfgenamen hadden de notaris een herroepelijke volmacht gegeven voor beheer en vereffening van de nalatenschap. Klager verwijt de notaris onvoldoende belangenbehartiging, een trage en inadequate afwikkeling en exorbitante declaraties.
De kamer voor het notariaat verklaarde de klacht deels gegrond en legde een waarschuwing op. Het hof bevestigt dit oordeel en verklaart een extra klachtonderdeel gegrond. Het hof oordeelt dat de notaris onvoldoende voortvarend heeft gehandeld, onvoldoende regie voerde en dat de declaraties niet in verhouding stonden tot de geleverde diensten. De notaris had actiever moeten communiceren en de afwikkeling sneller moeten laten verlopen.
De notaris had slechts een beperkte rol als boedelgevolmachtigde en was niet bevoegd zelfstandig tot verdeling over te gaan. Het hof acht de belangenbehartiging van klager niet onvoldoende en wijst het eerste klachtonderdeel af. De maatregel van waarschuwing blijft gehandhaafd. De notaris wordt veroordeeld het betaalde griffierecht in hoger beroep aan klager te vergoeden.