Uitspraak
thans gedetineerd in [detentieadres].
1.Onderzoek van de zaak
26 januari 2026, 27 januari 2026 en 18 februari 2026 en naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in eerste aanleg.
2.Tenlastelegging
- de keel en/of hals van die [slachtoffer] dicht geknepen en/of dicht gedrukt en/of
- (vervolgens) de keel en/of hals dicht geknepen gehouden/of dicht gedrukt gehouden, althans samendrukkend en/of samenknijpend geweld uitgeoefend op de keel/hals van die [slachtoffer] en/of
- de mond en/of neus van die [slachtoffer] dichtgehouden en/of bedekt,
3.Vonnis waarvan beroep
4.Bewijsoverwegingen
Observaties en aantreffen lichaam
Forensische bevindingen
“Van de neus en de mond zijn huidbiopten afgenomen en microscopisch onderzocht. Daarop waren nog geen ontstekingscellen aanwezig die de verwonding helpen te genezen. Dergelijke cellen kunnen op zijn vroegst na 30 minuten na het oplopen van het letsel worden aangetroffen. Het slachtoffer heeft na het verkrijgen van het letsel dus niet lang genoeg geleefd om die genezingsreactie op te doen treden. Hetzelfde geldt voor de hoofdhuid.” [12]
- De linker oogleden toonden een paarse huidverkleuring. Aan de linker oogbindvliezen waren enkele stip- tot vlekvormige bloeduitstortingen.
- Er waren oppervlakkige huidbeschadigingen en bloeduitstortingen aan de achterzijde van de schouders en stuit. In de diepere rugspieren rechts en (minder uitgesproken) in de spier(vliez)en van de voorste rompwand waren bloeduitstortingen; er waren geen ribbreuken.
- Er waren bloeduitstortingen in de hoofdhuid.
Verklaringen van de verdachte
Scenario van de verdachte
Overwegingen van het hof
Scenario van de verdediging
Overwegingen van het hof
fair trialals bedoeld in artikel 6 van Pro het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens en de fundamentele vrijheden (EVRM). Het hof heeft ook overigens geen reden om aan de juistheid en de betrouwbaarheid van de sectiebevindingen te twijfelen.
5.Bewezenverklaring
- de hals van die [slachtoffer] dicht gedrukt en/of
- de hals dicht gedrukt gehouden, althans samendrukkend geweld uitgeoefend op de hals van die [slachtoffer] en/of
- de mond en neus van die [slachtoffer] dichtgehouden,
6.Strafbaarheid van het bewezenverklaarde
7.Strafbaarheid van de verdachte
8.Oplegging van straf (en/of maatregel)
first offenderis en dat feit 1 in verminderde mate aan de verdachte kan worden toegerekend. Daarnaast is verzocht de verdachte, gelet op de in hoger beroep gegeven adviezen van de psychiater, psycholoog en reclassering, geen begeleidings- en/of behandelmaatregel op te leggen.
De rest van ons leven zal nooit meer hetzelfde zijn. Alles wat ik mee mag maken in de toekomst moet ik doen zonder ouders. Mocht ik ooit kinderen mogen krijgen word ik hier weer aan herinnerd. Mocht ik ooit mogen trouwen word ik hier weer aan herinnerd. Ik heb mijn vader nog wel maar ja die man herken ik eigenlijk niet eens meer. Hij is niet meer de vader die ik vroeger altijd gekend heb”.
Toen ik een telefoontje kreeg van de politie vertelden zij mij dat mijn moeder niet meer te identificeren was. (…) Er moest een DNA-test gedaan worden om zeker te weten dat het mijn moeder is. Toen het 100 procent zeker mijn moeder was konden we afscheid nemen. Wel met een gesloten kist omdat ze zo erg toegetakeld zou zijn dat ze niet meer te herkennen was (…). Afscheid nemen is al heel moeilijk. Laat staan met een dichte kist en dat ik niet zeker wist of mijn moeder er wel in lag. (…) Enkele maanden later mocht ik eindelijk een fotoschouw doen en toen herkende ik mijn moeder. Ik heb gezien hoe mijn moeder er uit zag na de brand.”
Toerekening van de feiten
18 juni 2025 zogenoemde Pro Justitia-rapporten opgesteld. Zij komen daarin tot soortgelijke conclusies. Zij hebben – samengevat en voor zover van belang – het volgende gerapporteerd en geadviseerd:
- bij de verdachte is sprake van een persoonlijkheidsstoornis. De psycholoog beschrijft deze als een persoonlijkheidsstoornis met dwangmatige, afhankelijke en vermijdende trekken. Volgens de psychiater is sprake van een ‘cluster C persoonlijkheidsstoornis’ met dwangmatige, afhankelijke vermijdende trekken;
- van de stoornis was sprake ten tijde van de tenlastegelegde feiten;
- de stoornis beïnvloedde de gedragingen en gedragskeuzes van de verdachte ten aanzien van het onder 1 tenlastegelegde (mits bewezen). Vanwege zijn dwangmatige, afhankelijke en ontwijkende persoonlijkheidstrekken kon de verdachte het idee niet verdragen dat zijn echtgenote hem zou verlaten;
- geadviseerd wordt feit 1 in (hoogstens) een verminderde mate aan de verdachte toe te rekenen;
- de stoornis beïnvloedde de gedragingen van de verdachte ten aanzien van het onder 2 tenlastegelegde (mits bewezen) daarentegen niet en geadviseerd wordt feit 2 volledig aan de verdachte toe te rekenen.
Recidiverisico en maatregel
9.Vordering van de benadeelde partijen
Inleiding
Affectieschade benadeelde partij [benadeelde]
Affectieschade benadeelde partijen [benadeelde 2] en [benadeelde 3]
€ 17.500,00 aan affectieschade. Het hof wijst deze vorderingen tot vergoeding van affectieschade dan ook geheel toe.
Schadevergoedingsmaatregelen
momenteel in overlevingsstand [leeft] dit mbt de (trauma) gebeurtenissen in zijn familie, dit maakt dat zijn energielevel laag is, slecht slaapt, piekert, opgejaagd gevoel heeft, vergeetachtig is, negatieve gedachten heeft, schrik en lichamelijke spanningen ervaart’ en als indicatie/diagnose is gesteld: ‘
Naar aanleiding van bovenstaande, veel spanningsklachten’. Het hof is van oordeel dat noch op grond van het voorgaande, noch op grond van enige andere stukken in het dossier vastgesteld kan worden dat sprake is van naar objectieve maatstaven vastgesteld geestelijk letsel, terwijl – in het kader van het confrontatievereiste – niet gebleken is van een onverhoedse waarneming van de schokkende gebeurtenis. In samenhang bezien, kan de vordering tot vergoeding van schokschade dan ook niet worden toegewezen. Het hof zal dit gedeelte van de vordering dan ook afwijzen.
10.Toepasselijke wettelijke voorschriften
11.BESLISSING
gevangenisstrafvoor de duur van
12 (twaalf) jaren.
artikel 27, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht bedoelde vorm van voorarrest is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht, voor zover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht.
€ 20.000,00 (twintigduizend euro) ter zake van immateriële schade, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de hierna te noemen aanvangsdatum tot aan de dag der voldoening.
[benadeelde] , ter zake van het onder 1 bewezenverklaarde een bedrag te betalen van € 20.000,00 (twintigduizend euro) als vergoeding voor immateriële schade, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de hierna te noemen aanvangsdatum tot aan de dag der voldoening.
€ 17.500,00 (zeventienduizend vijfhonderd euro) ter zake van immateriële schade, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de hierna te noemen aanvangsdatum tot aan de dag der voldoening.
[benadeelde 2] , ter zake van het onder 1 bewezenverklaarde een bedrag te betalen van € 17.500,00 (zeventienduizend vijfhonderd euro) als vergoeding voor immateriële schade, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de hierna te noemen aanvangsdatum tot aan de dag der voldoening.
€ 17.500,00 (zeventienduizend vijfhonderd euro) ter zake van immateriële schade, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de hierna te noemen aanvangsdatum tot aan de dag der voldoening.
mr. C.H. Sillen, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van
18 februari 2026.