ECLI:NL:GHAMS:2026:413
Gerechtshof Amsterdam
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Bevestiging beëindiging ouderlijk gezag moeder over drie minderjarige kinderen
De zaak betreft het hoger beroep van de moeder tegen de beschikking van de rechtbank Noord-Holland die het ouderlijk gezag van haar en de vader over drie minderjarige kinderen heeft beëindigd en de gecertificeerde instelling (GI) heeft belast met de voogdij.
De moeder betwist de beëindiging van haar gezag en stelt dat zij samenwerkt met de GI en dat het gezag behouden moet blijven, mede op grond van artikel 8 EVRM Pro. De raad en de GI ondersteunen de beslissing van de rechtbank en benadrukken de ernstige bedreiging van de ontwikkeling van de kinderen door huiselijk geweld, hechtingsproblematiek en het onvermogen van de moeder om een veilige opvoedomgeving te bieden.
Het hof overweegt dat de kinderen al jarenlang onder toezicht staan en sinds november 2022 uit huis zijn geplaatst vanwege structurele onveiligheid en huiselijk geweld. De moeder toont onvoldoende inzicht en samenwerking met hulpverlening, waardoor het perspectief van de kinderen niet meer bij haar ligt. Voortzetting van het gezag is schadelijk voor de kinderen.
Het hof wijst het verzoek tot aanhouding van de zitting af en bevestigt de beschikking van de rechtbank. De beëindiging van het gezag is noodzakelijk en proportioneel, en de inbreuk op het recht op gezinsleven is gerechtvaardigd. De GI wordt benoemd tot voogd om de opvoedbeslissingen te nemen in het belang van de kinderen.
Uitkomst: Het hof bevestigt de beëindiging van het ouderlijk gezag van de moeder over de drie minderjarige kinderen en benoemt de gecertificeerde instelling tot voogd.