In deze zaak stond de verdachte terecht voor meerdere overtredingen van de Wegenverkeerswet 1994, waaronder het besturen van motorrijtuigen terwijl zijn rijbewijs was ingevorderd en niet was teruggegeven, en een ernstige snelheidsovertreding buiten de bebouwde kom. Het hof heeft het vonnis van de politierechter vernietigd vanwege onvolledige bewezenverklaring van de snelheidsovertreding in het eerdere vonnis.
Na onderzoek acht het hof wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte op diverse data en locaties motorrijtuigen bestuurde zonder geldig rijbewijs, en op 8 augustus 2024 met 146 km/u reed waar 80 km/u was toegestaan. De verdachte werd vrijgesproken van overige tenlastegelegde feiten die niet bewezen konden worden.
Het hof oordeelt dat de strafbaarheid van de feiten niet is uitgesloten en legt een gevangenisstraf van 20 weken op, waarvan 10 weken voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar, en een onvoorwaardelijke rijontzegging van 12 maanden. Tevens worden in beslag genomen voertuigen verbeurd verklaard en een valse kentekenplaat onttrokken aan het verkeer.
De ernst van de feiten, de herhaalde overtredingen ondanks eerdere veroordeling, en de gevaarzetting door de snelheidsovertreding, rechtvaardigen deze straf. Persoonlijke omstandigheden van de verdachte leiden niet tot matiging. Het arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam op 23 februari 2026.