ECLI:NL:GHAMS:2026:415

Gerechtshof Amsterdam

Datum uitspraak
23 februari 2026
Publicatiedatum
23 februari 2026
Zaaknummer
23-000722-25
Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 9 Wegenverkeerswet 1994Art. 130 Wegenverkeerswet 1994Art. 164 Wegenverkeerswet 1994Art. 21 Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990Art. 92 Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoger beroep wegens meerdere overtredingen van de Wegenverkeerswet en snelheidsovertreding

In deze zaak stond de verdachte terecht voor meerdere overtredingen van de Wegenverkeerswet 1994, waaronder het besturen van motorrijtuigen terwijl zijn rijbewijs was ingevorderd en niet was teruggegeven, en een ernstige snelheidsovertreding buiten de bebouwde kom. Het hof heeft het vonnis van de politierechter vernietigd vanwege onvolledige bewezenverklaring van de snelheidsovertreding in het eerdere vonnis.

Na onderzoek acht het hof wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte op diverse data en locaties motorrijtuigen bestuurde zonder geldig rijbewijs, en op 8 augustus 2024 met 146 km/u reed waar 80 km/u was toegestaan. De verdachte werd vrijgesproken van overige tenlastegelegde feiten die niet bewezen konden worden.

Het hof oordeelt dat de strafbaarheid van de feiten niet is uitgesloten en legt een gevangenisstraf van 20 weken op, waarvan 10 weken voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar, en een onvoorwaardelijke rijontzegging van 12 maanden. Tevens worden in beslag genomen voertuigen verbeurd verklaard en een valse kentekenplaat onttrokken aan het verkeer.

De ernst van de feiten, de herhaalde overtredingen ondanks eerdere veroordeling, en de gevaarzetting door de snelheidsovertreding, rechtvaardigen deze straf. Persoonlijke omstandigheden van de verdachte leiden niet tot matiging. Het arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam op 23 februari 2026.

Uitkomst: Verdachte is veroordeeld tot 20 weken gevangenisstraf waarvan 10 voorwaardelijk en 12 maanden rijontzegging wegens meerdere keren rijden zonder geldig rijbewijs en een ernstige snelheidsovertreding.

Uitspraak

afdeling strafrecht
parketnummer: 23-000722-25
datum uitspraak: 23 februari 2026
TEGENSPRAAK
Verkort arrest van het gerechtshof Amsterdam gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Noord-Holland van 12 maart 2025 in de gevoegde strafzaken onder de parketnummers 96-108277-24 (zaak 1), 96-065703-24 (zaak 2), 96-131515-24 (zaak 3), 96-139213-24 (zaak 4), 96-141495-24 (zaak 5), 96-145806-24 (zaak 6), 96-145855-24 (zaak 7), 96-145907-24 (zaak 8), 96-288307-24 (zaak 9), 96-153780-24 (zaak 10) en 96-255083-24 (zaak 11) tegen:
[verdachte],
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1995,
adres: [adres] .

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van 9 februari 2026 en naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in eerste aanleg.
De verdachte heeft hoger beroep ingesteld tegen voormeld vonnis.
Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van wat de verdachte en de raadsman naar voren hebben gebracht.

Tenlastelegging

Aan de verdachte is tenlastegelegd dat:
Zaak 1:
hij op of omstreeks 5 april 2023 te Schagen als degene van wie ingevolge artikel 130, tweede lid van de Wegenverkeerswet 1994, de overgifte van een op zijn naam gesteld rijbewijs was gevorderd en/of als degene van wie zijn rijbewijs was ingevorderd en aan wie dat rijbewijs niet was teruggegeven, op een weg, de Vliedlaan, een motorrijtuig, (snorfiets), van de categorie of categorieën waarvoor dat rijbewijs was afgegeven, als bestuurder heeft bestuurd;
Zaak 2:
hij op of omstreeks 4 september 2023 te Schagen als degene van wie ingevolge artikel 164 van Pro de Wegenverkeerswet 1994 de overgifte van een op zijn naam gesteld rijbewijs, een hem door het daartoe bevoegde gezag buiten Nederland afgegeven rijbewijs of een internationaal rijbewijs was gevorderd en/of van wie zodanig bewijs was ingevorderd en aan wie dat bewijs niet was teruggegeven, op de weg, de Haagbeukstraat, een motorrijtuig, (personenauto), van de categorie of categorieën, waarvoor dat bewijs was afgegeven, heeft bestuurd of als bestuurder heeft doen besturen;
Zaak 3:
hij op of omstreeks 16 juli 2023 te Wognum, gemeente Medemblik als degene van wie ingevolge artikel 164 van Pro de Wegenverkeerswet 1994 de overgifte van een op zijn naam gesteld rijbewijs, een hem door het daartoe bevoegde gezag buiten Nederland afgegeven rijbewijs of een internationaal rijbewijs was gevorderd en/of van wie zodanig bewijs was ingevorderd en aan wie dat bewijs niet was teruggegeven, op de weg, de Rijksweg A7, een motorrijtuig, (personenauto), van de categorie of categorieën, waarvoor dat bewijs was afgegeven, heeft bestuurd of als bestuurder heeft doen besturen;
Zaak 4:
hij op of omstreeks 16 juni 2023 te Schagen als degene van wie ingevolge artikel 164 van Pro de Wegenverkeerswet 1994 de overgifte van een op zijn naam gesteld rijbewijs, een hem door het daartoe bevoegde gezag buiten Nederland afgegeven rijbewijs of een internationaal rijbewijs was gevorderd en/of van wie zodanig bewijs was ingevorderd en aan wie dat bewijs niet was teruggegeven, op de weg, de Welmolen, een motorrijtuig, (snorfiets), van de categorie of categorieën, waarvoor dat bewijs was afgegeven, heeft bestuurd of als bestuurder heeft doen besturen;
Zaak 5:
hij op of omstreeks 29 juli 2023 te Schagen als degene van wie ingevolge artikel 164 van Pro de Wegenverkeerswet 1994 de overgifte van een op zijn naam gesteld rijbewijs, een hem door het daartoe bevoegde gezag buiten Nederland afgegeven rijbewijs of een internationaal rijbewijs was gevorderd en/of van wie zodanig bewijs was ingevorderd en aan wie dat bewijs niet was teruggegeven, op de weg, de Iepenlaan, een motorrijtuig, (snorfiets), van de categorie of categorieën, waarvoor dat bewijs was afgegeven, heeft bestuurd of als bestuurder heeft doen besturen;
Zaak 6:
hij op of omstreeks 22 augustus 2023 te Schagen als degene van wie ingevolge artikel 164 van Pro de Wegenverkeerswet 1994 de overgifte van een op zijn naam gesteld rijbewijs, een hem door het daartoe bevoegde gezag buiten Nederland afgegeven rijbewijs of een internationaal rijbewijs was gevorderd en/of van wie zodanig bewijs was ingevorderd en aan wie dat bewijs niet was teruggegeven, op de weg, de Laan, een motorrijtuig, (snorfiets), van de categorie of categorieën, waarvoor dat bewijs was afgegeven, heeft bestuurd of als bestuurder heeft doen besturen;
Zaak 7:
hij op of omstreeks 31 augustus 2023 te Alkmaar als degene van wie ingevolge artikel 164 van Pro de Wegenverkeerswet 1994 de overgifte van een op zijn naam gesteld rijbewijs, een hem door het daartoe bevoegde gezag buiten Nederland afgegeven rijbewijs of een internationaal rijbewijs was gevorderd en/of van wie zodanig bewijs was ingevorderd en aan wie dat bewijs niet was teruggegeven, op de weg, de Vondelstraat, een motorrijtuig, (personenauto), van de categorie of categorieën, waarvoor dat bewijs was afgegeven, heeft bestuurd of als bestuurder heeft doen besturen;
Zaak 8:
hij op of omstreeks 18 juli 2023 te Schagen als degene van wie ingevolge artikel 164 van Pro de Wegenverkeerswet 1994 de overgifte van een op zijn naam gesteld rijbewijs, een hem door het daartoe bevoegde gezag buiten Nederland afgegeven rijbewijs of een internationaal rijbewijs was gevorderd en/of van wie zodanig bewijs was ingevorderd en aan wie dat bewijs niet was teruggegeven, op de weg, de Menisweg, een motorrijtuig, (tweewielige bromfiets), van de categorie of categorieën, waarvoor dat bewijs was afgegeven, heeft bestuurd of als bestuurder heeft doen besturen;
Zaak 9:
hij op of omstreeks 29 augustus 2024 te Wijdewormer, gemeente Wormerland als degene van wie ingevolge artikel 164 van Pro de Wegenverkeerswet 1994 de overgifte van een op zijn naam gesteld rijbewijs, een hem door het daartoe bevoegde gezag buiten Nederland afgegeven rijbewijs of een internationaal rijbewijs was gevorderd en/of van wie zodanig bewijs was ingevorderd en aan wie dat bewijs niet was teruggegeven, op de weg, de A7, een motorrijtuig, (personenauto), van de categorie of categorieën, waarvoor dat bewijs was afgegeven, heeft bestuurd of als bestuurder heeft doen besturen;
Zaak 10:
hij op of omstreeks 29 juni 2023 te Voorthuizen, gemeente Barneveld als degene van wie ingevolge artikel 164 van Pro de Wegenverkeerswet 1994 de overgifte van een op zijn naam gesteld rijbewijs, een hem door het daartoe bevoegde gezag buiten Nederland afgegeven rijbewijs of een internationaal rijbewijs was gevorderd en/of van wie zodanig bewijs was ingevorderd en aan wie dat bewijs niet was teruggegeven, op de weg, de Rijksweg A1, een motorrijtuig, (personenauto), van de categorie of categorieën, waarvoor dat bewijs was afgegeven, heeft bestuurd of als bestuurder heeft doen besturen;
Zaak 11:
hij op of omstreeks 8 augustus 2024 te Avenhorn, gemeente Koggenland, buiten de bebouwde kom, als bestuurder van een personenauto op de voor het openbaar verkeer openstaande weg, de N194, heeft gereden met een snelheid van ongeveer 146 kilometer per uur, in elk geval de aldaar voor dat voertuig toegestane maximumsnelheid van 80 kilometer per uur met meer dan 30 kilometer per uur heeft overschreden;
Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zal het hof deze verbeterd lezen. De verdachte wordt daardoor niet in de verdediging geschaad.

Vonnis waarvan beroep

Het vonnis waarvan beroep kan niet in stand blijven omdat ten aanzien van zaak 11 de tenlastelegging en de bewezenverklaring niet in de (uitgewerkte) aantekening van het mondeling vonnis zijn opgenomen, terwijl het parketnummer van dit feit wel is vermeld in de aanhef van het proces-verbaal waarvan de aantekening van het mondeling vonnis deel uitmaakt en dit feit is vermeld bij de kwalificatie van de bewezenverklaarde feiten en de toepasselijke wettelijke voorschriften. Het hof vernietigt daarom het vonnis.

Bewezenverklaring

Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande dat:
Zaak 1:
hij op 5 april 2023 te Schagen als degene van wie ingevolge artikel 130, tweede lid van de Wegenverkeerswet 1994, de overgifte van een op zijn naam gesteld rijbewijs was gevorderd en/of als degene van wie zijn rijbewijs was ingevorderd en aan wie dat rijbewijs niet was teruggegeven, op een weg, de Vliedlaan, een motorrijtuig (snorfiets), van de categorie of categorieën waarvoor dat rijbewijs was afgegeven, als bestuurder heeft bestuurd;
Zaak 2:
hij op 4 september 2023 te Schagen als degene van wie een op zijn naam gesteld rijbewijs was ingevorderd en aan wie dat bewijs niet was teruggegeven, op de weg, de Haagbeukstraat, een motorrijtuig (personenauto), van de categorie of categorieën waarvoor dat bewijs was afgegeven, heeft bestuurd;
Zaak 3 (gevoegd):
hij op 16 juli 2023 te Wognum, gemeente Medemblik als degene van wie een op zijn naam gesteld rijbewijs was ingevorderd en aan wie dat bewijs niet was teruggegeven, op de weg, de Rijksweg A7, een motorrijtuig (personenauto), van de categorie of categorieën waarvoor dat bewijs was afgegeven, heeft bestuurd;
Zaak 4 (gevoegd):
hij op 16 juni 2023 te Schagen als degene van wie een op zijn naam gesteld rijbewijs was ingevorderd en aan wie dat bewijs niet was teruggegeven, op de weg, de Welmolen, een motorrijtuig (snorfiets), van de categorie of categorieën waarvoor dat bewijs was afgegeven, heeft bestuurd;
Zaak 5 (gevoegd):
hij op 29 juli 2023 te Schagen als degene van wie een op zijn naam gesteld rijbewijs was ingevorderd en aan wie dat bewijs niet was teruggegeven, op de weg, de Iepenlaan, een motorrijtuig (snorfiets), van de categorie of categorieën waarvoor dat bewijs was afgegeven, heeft bestuurd;
Zaak 6 (gevoegd):
hij op 22 augustus 2023 te Schagen als degene van wie een op zijn naam gesteld rijbewijs was ingevorderd en aan wie dat bewijs niet was teruggegeven, op de weg, de Laan, een motorrijtuig (snorfiets), van de categorie of categorieën waarvoor dat bewijs was afgegeven, heeft bestuurd;
Zaak 7 (gevoegd):
hij op 31 augustus 2023 te Alkmaar als degene van wie een op zijn naam gesteld rijbewijs was ingevorderd en aan wie dat bewijs niet was teruggegeven, op de weg, de Vondelstraat, een motorrijtuig (personenauto), van de categorie of categorieën waarvoor dat bewijs was afgegeven, heeft bestuurd;
Zaak 8 (gevoegd):
hij op 18 juli 2023 te Schagen als degene van wie een op zijn naam gesteld rijbewijs was ingevorderd en aan wie dat bewijs niet was teruggegeven, op de weg, de Menisweg, een motorrijtuig (tweewielige bromfiets), van de categorie of categorieën waarvoor dat bewijs was afgegeven, heeft bestuurd;
Zaak 9 (gevoegd):
hij op 29 augustus 2024 te Wijdewormer, gemeente Wormerland als degene van wie een op ,zijn naam gesteld rijbewijs was ingevorderd en aan wie dat bewijs niet was teruggegeven, op de weg, de A7, een motorrijtuig (personenauto), van de categorie of categorieën waarvoor dat bewijs was afgegeven, heeft bestuurd;
Zaak 10 (gevoegd):
hij op 29 juni 2023 te Voorthuizen, gemeente Barneveld, als degene van wie een op zijn naam gesteld rijbewijs was ingevorderd en aan wie dat bewijs niet was teruggegeven, op de weg, de Rijksweg A1, een motorrijtuig (personenauto), van de categorie of categorieën waarvoor dat bewijs was afgegeven, heeft bestuurd;
Zaak 11 (gevoegd):
hij op 8 augustus 2024 te Avenhorn, gemeente Koggenland, buiten de bebouwde kom, als bestuurder van een personenauto op de voor het openbaar verkeer openstaande weg, de N194, heeft gereden met een snelheid van ongeveer 146 kilometer per uur, in elk geval de aldaar voor dat voertuig toegestane maximumsnelheid van 80 kilometer per uur met meer dan 30 kilometer per uur heeft overschreden.
Hetgeen in de zaken 1 tot en met 11 meer of anders is tenlastegelegd, is niet bewezen. De verdachte moet hiervan worden vrijgesproken.
Het bewezenverklaarde is gegrond op de feiten en omstandigheden die in de bewijsmiddelen zijn vervat, zoals deze na het eventueel instellen van beroep in cassatie zullen worden opgenomen in de op te maken aanvulling op dit arrest.

Strafbaarheid van het bewezenverklaarde

Geen omstandigheid is aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het in de zaken 1 tot en met 11 bewezenverklaarde uitsluit, zodat dit strafbaar is.
Het in de zaak 1 bewezenverklaarde levert op:
overtreding van artikel 9, vierde lid, van de Wegenverkeerswet 1994.
Het in de zaak 2, zaak 3, zaak 4, zaak 5, zaak 6, zaak 7, zaak 8, zaak 9 en zaak 10 bewezenverklaarde levert
telkensop:
overtreding van artikel 9, zevende lid, van de Wegenverkeerswet 1994.
Het in de zaak 11 bewezenverklaarde levert op:
overtreding van het bepaalde bij artikel 21, aanhef en onder a van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990.
Strafbaarheid van de verdachte
De verdachte is strafbaar, omdat geen omstandigheid aannemelijk is geworden die de strafbaarheid ten aanzien van het in de zaak 1, zaak 2, zaak 3, zaak 4, zaak 5, zaak 6, zaak 7, zaak 8, zaak 9, zaak 10 en zaak 11 bewezenverklaarde uitsluit.

Oplegging van straf en maatregel

De politierechter in de rechtbank Noord-Holland heeft de verdachte voor het in eerste aanleg bewezenverklaarde veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van twintig weken waarvan tien weken voorwaardelijk, met een proeftijd van twee jaren en een ontzegging van de rijbevoegdheid voor de duur van twaalf maanden.
De advocaat-generaal heeft gevorderd dat de verdachte zal worden veroordeeld tot dezelfde straf en maatregel als door de rechter in eerste aanleg opgelegd.
Het hof heeft in hoger beroep de op te leggen straffen en maatregelen bepaald op grond van de ernst van de feiten en de omstandigheden waaronder deze zijn begaan en gelet op de persoon en de draagkracht van de verdachte. Het hof heeft daarbij in het bijzonder het volgende in beschouwing genomen.
Het rijbewijs van de verdachte is ingevorderd omdat, naar aanleiding van een reeks van overtredingen in het verkeer en gevaarlijk rijgedrag, het vermoeden bestond dat de verdachte niet beschikte over de vereiste rijvaardigheid. Dat heeft de verdachte er echter totaal niet van weerhouden om, terwijl zijn rijbewijs nog niet terug was gegeven, maar liefst tien keer een motorrijtuig te besturen. Door deel te nemen aan het verkeer zonder een daartoe vereist rijbewijs neemt de verdachte het risico dat, indien ongevallen zich voordoen, aan betrokken personen veel schade en overlast wordt toegebracht die niet verhaald kan worden, omdat de verdachte niet verzekerd is. Met zijn gedrag ondermijnt de verdachte bovendien het vertrouwen in de rijvaardigheid die moet worden geacht aanwezig te zijn bij vaardige weggebruikers.
Daarnaast heeft de verdachte, toen hij zijn rijbewijs net terug had, de maximale snelheid met een schrikbarende 66 kilometer per uur overschreden. Snelheidsovertredingen vormen een gevaar voor de verkeersveiligheid en leiden jaarlijks tot veel verkeersongevallen. Met zijn handelen heeft de verdachte getoond geen acht te slaan op de veiligheid van andere weggebruikers.
Naar het oordeel van het hof kan gelet op de ernst van het bewezen verklaarde, zoals onder meer tot uitdrukking komt in het hierop gestelde wettelijk strafmaximum en in de straffen die voor soortgelijke feiten worden opgelegd, en gelet op de hoeveelheid overtredingen niet worden volstaan met een andere of lichtere sanctie dan een straf die een deels onvoorwaardelijke vrijheidsbeneming voor de hierna te vermelden duur met zich brengt en een onvoorwaardelijke ontzegging van de rijbevoegdheid.
Ook heeft het hof acht geslagen op een de verdachte betreffend uittreksel uit de Justitiële Documentatie van 27 januari 2026, waaruit blijkt dat hij eerder ter zake van het onbevoegd besturen van een motorrijtuig onherroepelijk is veroordeeld.
Het hof ziet in hetgeen door de raadsman en verdachte is aangevoerd met betrekking tot de persoonlijke omstandigheden van de verdachte – gelet op de ernst en veelheid van de feiten – geen aanleiding om tot een andere strafmodaliteit te komen, of de ontzegging van de rijbevoegdheid voorwaardelijk op te leggen.
Het hof acht, alles afwegende, een gevangenisstraf en ontzegging van de rijbevoegdheid van na te melden duur passend en geboden.

Beslag

Verbeurdverklaring
Het in de zaak 2, zaak 3 en zaak 6 tenlastegelegde en bewezenverklaarde is begaan met behulp van de hierna in het dictum te noemen in beslag genomen en niet teruggegeven voorwerpen die aan de verdachte toebehoren. Zij zullen daarom worden verbeurd verklaard.
Onttrekking aan het verkeer
Bij gelegenheid van het onderzoek naar het door de verdachte in zaak 6 begane feit is een kentekenplaat aangetroffen dat niet hoort bij de bromfiets waarop het was aangebracht. Deze kentekenplaat is in beslag genomen en behoort aan de verdachte toe. Een dergelijke (valse) kentekenplaat kan dienen tot het begaan of de voorbereiding van verkeersdelicten dan wel tot belemmering van de opsporing daarvan. Het zal worden onttrokken aan het verkeer aangezien het ongecontroleerde bezit daarvan in strijd is met het algemeen belang en/of de wet.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

De op te leggen straffen en maatregel zijn gegrond op de artikelen 21 en 92 van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990, de artikelen 14a, 14b, 14c, 33, 33a, 36b, 36d, 57, 62 en 63 van het Wetboek van Strafrecht en de artikelen 9, 176, en 179 van de Wegenverkeerswet 1994.

BESLISSING

Het hof:
Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:
Verklaart zoals hiervoor overwogen bewezen dat de verdachte het in de zaak 1, zaak 2, zaak 3, zaak 4, zaak 5, zaak 6, zaak 7, zaak 8, zaak 9, zaak 10 en zaak 11 tenlastegelegde heeft begaan.
Verklaart niet bewezen wat de verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven is bewezenverklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij.
Verklaart het in de zaak 1, zaak 2, zaak 3, zaak 4, zaak 5, zaak 6, zaak 7, zaak 8, zaak 9, zaak 10 en zaak 11 bewezenverklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart de verdachte strafbaar.
Veroordeelt de verdachte tot een
gevangenisstrafvoor de duur van
20 (twintig) weken.
Bepaalt dat een gedeelte van de gevangenisstraf, groot
10 (tien) weken, niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten omdat de verdachte zich voor het einde van een proeftijd van
2 (twee) jarenaan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt.
Ontzegt de verdachte ter zake van het in de zaak 11 bewezenverklaarde de
bevoegdheid motorrijtuigen te besturenvoor de duur van
12 (twaalf) maanden.
Verklaart verbeurdde in beslag genomen, nog niet teruggegeven voorwerpen, te weten:
zaak 2 (96-065703-24): 1 STK Personenauto;
zaak 3 (96-131515-24): 1 STK Personenauto;
zaak 6 (96-145806-24): 1 STK Snorfiets..
Beveelt de
onttrekking aan het verkeervan het in beslag genomen, nog niet teruggegeven voorwerp, te weten:
zaak 6 (96-145806-24): 1 STK Kentekenplaat..
Dit arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mr. M. Iedema, mr. M.L.M. van der Voet en mr. J.F. van Halderen, in tegenwoordigheid van mr. J.M. Pattinama, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van 23 februari 2026.
De oudste raadsheer en de jongste raadsheer zijn buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.
[......]