De verdachte werd door de rechtbank Amsterdam vrijgesproken van twee tenlastegelegde feiten, maar veroordeeld voor belaging en bedreiging van zijn ex-partner. Hij stelde hoger beroep in tegen het vonnis, waaronder ook de vrijspraakbeslissingen, maar het hof verklaarde hem niet-ontvankelijk voor zover het hoger beroep tegen de vrijspraak was gericht.
Het hof bevestigde de bewezenverklaring van belaging en bedreiging, maar vernietigde de opgelegde taakstraf, voorwaardelijke gevangenisstraf en vrijheidsbeperkende maatregel. De rechtbank had een taakstraf van 240 uur opgelegd, een geheel voorwaardelijke gevangenisstraf van twee maanden en een contact- en locatieverbod.
Het hof matigde de taakstraf tot 200 uur vanwege een overschrijding van de redelijke termijn van berechting met ruim een jaar. De voorwaardelijke gevangenisstraf en het contact- en locatieverbod werden opgeheven, mede omdat de relatie tussen verdachte en slachtoffer was verbeterd en de verdachte sindsdien niet opnieuw met justitie in aanraking was gekomen.
De opgelegde straf is gebaseerd op de ernst van de feiten, de impact op het slachtoffer en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte. Het arrest werd uitgesproken op 23 februari 2026 door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam.