Uitspraak
1.Onderzoek van de zaak
2.Tenlastelegging
3.Vonnis van de rechtbank
4.Bewijsoverwegingen
gewoon gezegd: we zijn weer ready. Vlak daarna vraagt [medeverdachte 1] aan de gebruiker van het telefoonnummer eindigend op [cijfers 22] (het hof begrijpt hier en verder: [medeverdachte 5] ) wanneer het zou kunnen. Er wordt dan verder besproken wanneer [medeverdachte 5] en [medeverdachte 2] zouden kunnen. Ook komt ter sprake dat er steekproeven plaatsvinden. [medeverdachte 1] laat daarbij weten dat iedereen klaar staat en dat het voor zijn vriend is, die hij al zo lang niet had gezien en ‘voor wie ze altijd waren’. [medeverdachte 1] belt ook met [medeverdachte 2] om in het rooster te kijken wie er zijn op maandag. [medeverdachte 1] zegt daarbij dat "binnen" is geregeld en dat "binnen" geen probleem is. Op 10 mei 2021 belt [medeverdachte 1] met het telefoonnummer [cijfers 22] en vraagt of er voor “een zeven” of “twee vier” (het hof begrijpt: 17 of 24 mei) mensen geregeld kunnen worden. Op 15 mei 2021 belt [verdachte] naar [medeverdachte 1] en bespreken ze een aantal dagen waarop de invoer van verdovende middelen zou kunnen plaatsvinden. [medeverdachte 1] noemt in een sms-bericht aan [verdachte] de data 19, 21 en 26 of 31 (het hof begrijpt: 19, 21 en 26 of 31 mei). Hierop stuurt [verdachte] een sms-bericht terug dat hij 24 (het hof begrijpt: mei) ook moet regelen, hij zal ervoor betalen. [verdachte] vraagt die avond of [medeverdachte 1] ook de ‘taxi’ wil regelen. Op 21 mei 2021 vraagt [verdachte] aan [medeverdachte 1] of hij het voor maandag (het hof begrijpt: 24 mei) nog heeft geregeld. [medeverdachte 1] antwoordt dat hij ‘buiten’ nog niet heeft kunnen regelen. [medeverdachte 1] belt later met [verdachte] om deze informatie door te geven. [verdachte] geeft aan [medeverdachte 1] de opdracht om zijn mensen stand-by te houden. Hij gaat mensen bellen en laat binnen een uurtje weten of het lukt. Daarna spreken [medeverdachte 1] en [verdachte] over het regelen van de ‘taxi’ (vervoer van de cocaïne vanaf Schiphol). Om 16:31 uur stuurt [verdachte] een sms-bericht aan [medeverdachte 1] met de tekst ‘geef me tot 20 uur ze zijn bezig’. Om 19:50 uur zegt [medeverdachte 1] tegen [verdachte] dat hij tegen ‘die [bijnaam 4] ’ heeft gezegd dat hij stand-by moet blijven. Later die avond omstreeks 21:19 uur volgt een ontmoeting tussen [verdachte] en [medeverdachte 1] . Ongeveer twee uur later belt [verdachte] naar [medeverdachte 1] en zegt dat alles op schema ligt. [medeverdachte 1] vraagt of de lading op de T (het hof begrijpt: transfervracht) zit, omdat dat beter is. [verdachte] antwoordt dat hij dit morgenochtend hoort. De volgende ochtend, op 24 mei 2021 om 7:51 uur, laat [medeverdachte 1] aan [verdachte] weten dat het vliegtuig eerder dan gepland zal landen en dat de ‘taxi’ eerder moet komen. [verdachte] gaat dit aan de ‘taxi’ laten weten. Om 8:21 uur belt [medeverdachte 1] naar [medeverdachte 2] en zegt dat hij het gelijk moet weghalen, dat hij moet kijken hoe de situatie is maar als die auto (het hof begrijpt: de douane) er is dat hij dan rustig moet doen. [medeverdachte 2] belt om 8:31 uur terug en zegt tegen [medeverdachte 1] dat ‘ze’ er zijn en dat het vol is. Het hof begrijpt uit dit bericht dat [medeverdachte 2] aan [medeverdachte 1] laat weten dat er douane op het platform is. [medeverdachte 1] geeft dit door aan [verdachte] . Omstreeks 8:38 uur is [medeverdachte 2] gezien op platform R74, alwaar vlucht [vluchtnummer 2] zou worden gelost. Op 24 mei 2021 rond 8:41 uur is een vrachtvliegtuig met vluchtnummer [vluchtnummer 2] afkomstig uit Ecuador op Schiphol geland. De vracht uit dit vliegtuig werd afgehandeld door [bedrijf 1] .
5.Bewezenverklaring
hij op 24 mei 2021 te Schiphol, gemeente Haarlemmermeer, tezamen en in vereniging met anderen, opzettelijk binnen het grondgebied van Nederland heeft gebracht 320 kilogram cocaïne
hij in de periode van 25 november 2020 tot en met 24 mei 2021 in Nederland telkens tezamen en in vereniging met anderen, om een feit, bedoeld in het vierde of vijfde lid van artikel 10 van Pro de Opiumwet, te weten het opzettelijk binnen het grondgebied van Nederland brengen en/of vervoeren van een grote hoeveelheid verdovende middelen (cocaïne), voor te bereiden en/of te bevorderen
- een of meer anderen heeft getracht te bewegen om die feiten te plegen, te doen plegen, mede te plegen en/of om daarbij behulpzaam te zijn en/of om daartoe gelegenheid en/of inlichtingen te verschaffen en
- zich en een ander of anderen gelegenheid en inlichtingen tot het plegen van die feiten heeft trachten te verschaffen
- meermalen via telecommunicatie en/of persoonlijk contact gehad en overleg gevoerd en informatie uitgewisseld (onder meer over het beschikbaar zijn op de luchthaven Schiphol voor het uithalen en/of verder vervoeren van voornoemde verdovende middelen uit het betreffende vliegtuig, over het geplaatst zijn van voornoemde verdovende middelen op de betreffende vlucht en over de controle van de douane van de betreffende vlucht, en
- een ander gereed gehouden te assisteren bij het uithalen en/of verder vervoeren van voornoemde verdovende middelen uit het betreffende vliegtuig van de luchthaven Schiphol en informatie gevraagd dan wel gegeven over de personele bezetting bij [bedrijf 1] en
- een of meer actietelefoons voorhanden gehad en
- meermalen via telecommunicatie contact gehad en overleg gevoerd en informatie uitgewisseld onder meer over het hebben van voor de invoer relevante foto's en nummers van vrachtplaten en over de loslocatie van vrachtplaten en over het geplaatst zijn van voornoemde verdovende middelen op de betreffende vlucht en over de controle van de douane van de betreffende vlucht en
- een of meer actietelefoons voorhanden gehad en
- meermalen via telecommunicatie en/of persoonlijk contact gehad en overleg gevoerd en informatie uitgewisseld (onder meer over de controle van de douane van de betreffende vlucht), althans gesprekken gevoerd in versluierd taalgebruik met betrekking tot het invoeren en vervoeren van een grote hoeveelheid verdovende middelen en
- informatie gevraagd dan wel gegeven over de personele bezetting bij [bedrijf 1] en
- verzocht een foto opname te maken.
6.Strafbaarheid van het bewezenverklaarde
7.Strafbaarheid van de verdachte
8.Oplegging van straf
- aan de verdachte door het hof een onvoorwaardelijke gevangenisstraf is opgelegd van 6 jaren en 8 maanden;
- de verdachte onduidelijk is over zijn verblijfplaats. Uit de mededelingen van de raadsvrouw maakt het hof op dat de verdachte meerdere periodes per jaar in [land] verblijft, maar dat hij in Nederland woonachtig is. De verdachte is momenteel uitgeschreven bij zijn eerder in Nederland bekende adres. Hij heeft verzuimd schriftelijk een nieuw Nederlands of buitenlands adres door te geven aan de officier van justitie. De enige wijze waarop het hof een (buitenlands) adres van de verdachte heeft kunnen achterhalen waar hij mogelijk zou kunnen verblijven, is de vermelding van een woonadres bovenaan een brief van een ziekenhuis (waar de verdachte stelt onder behandeling te zijn) die door de raadsvrouw ter terechtzitting is overhandigd. Voor het hof staat niet vast dat het hier wel om het werkelijke adres van de verdachte gaat, nu, zoals tijdens de terechtzitting in hoger beroep is gebleken, ook vraagtekens zijn te plaatsen bij de authenticiteit van namens de verdachte overgelegde medische verklaring.
- de verdachte kennelijk op en neer reist tussen [land] en Nederland. Tijdens de vorige inhoudelijke behandeling in februari 2025 had de verdachte gezondheidsproblemen, waardoor hij niet in staat was naar Nederland af te reizen, terwijl hij wel gebruik wenste te maken van zijn aanwezigheidsrecht. Uit de mededelingen van de raadsvrouw maakt het hof op dat de verdachte nadien wel weer in Nederland is geweest. Momenteel verblijft de verdachte wederom in [land] met gezondheidsproblemen.
9.Beslag
10.Toepasselijke wettelijke voorschriften
11.BESLISSING
gevangenisstrafvoor de duur van
6 (zes) jaren en 8 (acht) maanden.
teruggaveaan de verdachte van het in beslag genomen, nog niet teruggegeven voorwerp, te weten: