ECLI:NL:GHAMS:2012:BZ0299
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak medeplegen invoer en voorbereiding cocaïne na onvoldoende bewijs afgeluisterde gesprekken
De verdachte werd beschuldigd van medeplegen van invoer en voorbereidingshandelingen van cocaïne tussen mei en oktober 2009, gebaseerd op afgeluisterde telefoongesprekken, observaties en verklaringen van medeverdachten.
Het openbaar ministerie stelde dat de gesprekken en contacten met medeverdachten duidden op betrokkenheid bij grootschalige drugshandel. Het hof benadrukte echter dat de inhoud van de gesprekken versluierd en onduidelijk was, met veelvuldig gebruik van codes en termen die niet ondubbelzinnig naar cocaïne verwezen.
Het hof stelde strenge eisen aan de bewijslevering en vond dat de afgeluisterde gesprekken onvoldoende waren verankerd in ondersteunend bewijs. Ook was onvoldoende vastgesteld dat de verdachte daadwerkelijk werd aangeduid met de gebruikte bijnamen. De verklaring van een medeverdachte werd niet als betrouwbaar bewijs geaccepteerd.
Hoewel er contacten en ontmoetingen waren tussen verdachte en medeverdachten, kon niet met voldoende zekerheid worden vastgesteld dat deze verband hielden met de voorbereidingen voor invoer van cocaïne. Hierdoor was het bewijs niet wettig en overtuigend.
Het hof vernietigde het vonnis van de rechtbank en sprak de verdachte vrij van alle tenlastegelegde feiten.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken van medeplegen invoer en voorbereidingshandelingen met cocaïne wegens onvoldoende bewijs.