ECLI:NL:GHAMS:2026:437

Gerechtshof Amsterdam

Datum uitspraak
25 februari 2026
Publicatiedatum
25 februari 2026
Zaaknummer
23-000802-24
Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 416 Sv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkheid verdachte in hoger beroep strafzaak

Het gerechtshof Amsterdam behandelde het hoger beroep van verdachte tegen het vonnis van de rechtbank Amsterdam van 3 april 2024. Tijdens de terechtzitting op 11 februari 2026 heeft het hof kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal om verdachte niet-ontvankelijk te verklaren.

De raadsvrouw van verdachte gaf per e-mail aan dat verdachte het hoger beroep niet wenst te handhaven, waardoor hij geacht wordt zijn bezwaren tegen het vonnis in te trekken. Het hof concludeerde dat er geen rechtens te respecteren belang bestaat bij verdere behandeling van het hoger beroep.

Op grond van artikel 416, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering verklaarde het hof verdachte niet-ontvankelijk in het hoger beroep. Het arrest werd uitgesproken door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam op 11 februari 2026.

Uitkomst: Verdachte wordt niet-ontvankelijk verklaard in het hoger beroep, waardoor het vonnis van de rechtbank Amsterdam in stand blijft.

Uitspraak

afdeling strafrecht
parketnummer: 23-000802-24
datum uitspraak: 11 februari 2026
Arrest van het gerechtshof Amsterdam gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de rechtbank Amsterdam van 3 april 2024 in de strafzaak onder parketnummer 13-338793-23 tegen
[verdachte],
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 2001,
adres: [adres] .

Onderzoek ter terechtzitting

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van
11 februari 2026.
De verdachte heeft hoger beroep ingesteld tegen voormeld vonnis.
Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal. De advocaat-generaal heeft gevorderd dat de verdachte niet-ontvankelijk wordt verklaard.

Ontvankelijkheid van de verdachte in het hoger beroep

Blijkens de e-mail van de raadsvrouw van 8 februari 2026 wenst de verdachte het hoger beroep niet te handhaven, zodat hij geacht moet worden de eerder tegen het vonnis opgegeven bezwaren in te trekken. Daarom zal hij, nu ook overigens niet is gebleken van enig rechtens te respecteren belang dat is gediend met enig nader onderzoek van de zaak, gelet op het bepaalde in artikel 416, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering, niet-ontvankelijk worden verklaard in het ingestelde hoger beroep.

BESLISSING

Het hof:
Verklaart de verdachte niet-ontvankelijk in het hoger beroep.
Dit arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mr. B.E. Dijkers, mr. M.J.A. Plaisier en mr. R.D. van Heffen, in tegenwoordigheid van
mr. C. van der Laan, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van
11 februari 2026.
Mr. R.D. van Heffen is buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.