ECLI:NL:GHAMS:2026:437
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid verdachte in hoger beroep strafzaak
Het gerechtshof Amsterdam behandelde het hoger beroep van verdachte tegen het vonnis van de rechtbank Amsterdam van 3 april 2024. Tijdens de terechtzitting op 11 februari 2026 heeft het hof kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal om verdachte niet-ontvankelijk te verklaren.
De raadsvrouw van verdachte gaf per e-mail aan dat verdachte het hoger beroep niet wenst te handhaven, waardoor hij geacht wordt zijn bezwaren tegen het vonnis in te trekken. Het hof concludeerde dat er geen rechtens te respecteren belang bestaat bij verdere behandeling van het hoger beroep.
Op grond van artikel 416, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering verklaarde het hof verdachte niet-ontvankelijk in het hoger beroep. Het arrest werd uitgesproken door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam op 11 februari 2026.
Uitkomst: Verdachte wordt niet-ontvankelijk verklaard in het hoger beroep, waardoor het vonnis van de rechtbank Amsterdam in stand blijft.