In deze zaak heeft het gerechtshof Amsterdam op 2 februari 2026 uitspraak gedaan in hoger beroep tegen het vonnis van de politierechter van 27 juli 2023. De verdachte, geboren in 1984, was in eerste aanleg veroordeeld, maar het hof vernietigde het vonnis voor wat betreft de strafoplegging en deed in dat onderdeel opnieuw recht.
Het hof legde een gevangenisstraf van 35 dagen op, waarvan 2 dagen niet ten uitvoer worden gelegd tenzij de verdachte zich binnen een proeftijd van 2 jaar opnieuw schuldig maakt aan een strafbaar feit. Tevens werd bepaald dat de tijd die de verdachte in voorarrest heeft doorgebracht, in mindering wordt gebracht op de opgelegde straf, voor zover deze tijd niet reeds op een andere straf is verrekend.
Voor het overige bevestigde het hof het vonnis van de politierechter. Zowel de verdachte als de advocaat-generaal hebben ter terechtzitting afstand gedaan van het recht om in cassatie te gaan, waardoor de uitspraak definitief is geworden.