Uitspraak
GERECHTSHOF AMSTERDAM
1.[appellant 1] ,
[appellant 2],
1.De zaak in het kort
2.Het geding in hoger beroep
3.Feiten
4.Procedure bij de rechtbank
5.Vordering in hoger beroep
6.Beoordeling
€ 2.580(tarief II, 2 punten)
Gerechtshof Amsterdam
De bank registreerde strafrechtelijke persoonsgegevens van appellanten in het Externe Verwijzingsregister en bij de Stichting Fraudebestrijding Hypotheken naar aanleiding van een onderzoek naar hypotheekfraude. De rechtbank had deze registraties ongedaan gemaakt, maar het hof vernietigt dit oordeel deels en oordeelt dat de bank gerechtigd was de gegevens te registreren.
De feiten betreffen een hypothecaire lening waarbij de hypotheekaanvraag berustte op vervalste jaarrekeningen en onjuiste inkomensgegevens. Appellanten tekenden de hypotheekofferte waarin een te hoog jaarinkomen stond vermeld, terwijl zij wisten of behoorden te weten dat de gegevens onjuist waren. De bank stelde dat dit valsheid in geschrifte en witwassen opleverde, en dat de verdenking zwaarder was dan een redelijk vermoeden van schuld.
Appellanten betwistten hun betrokkenheid en stelden dat de vervalsing door hun adviseur was gepleegd zonder hun medeweten. Het hof stelde vast dat de fraude onomstreden was, maar dat de vraag was of appellanten zelf betrokken waren. Gezien het ondertekende document en de discrepantie in inkomensgegevens achtte het hof de verdenking zwaarder dan een redelijk vermoeden van schuld.
Het hof oordeelde verder dat de registraties proportioneel en subsidiariteit voldeden, gezien het belang van de bank en de financiële sector bij fraudebestrijding. De vorderingen van appellanten tot schadevergoeding en doorhaling van de registraties werden afgewezen. Appellanten werden veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: Het hof oordeelt dat de bank terecht strafrechtelijke persoonsgegevens van appellanten registreerde en wijst de vorderingen tot doorhaling en schadevergoeding af.