Op 9 november 2023 pleegde de verdachte een overtreding van artikel 8, vijfde lid, van de Wegenverkeerswet 1994 in Alkmaar. De politierechter in de rechtbank Noord-Holland veroordeelde de verdachte op 17 maart 2025. Tegen dit vonnis stelde de verdachte hoger beroep in bij het gerechtshof Amsterdam.
Het hof vernietigde het vonnis van de politierechter en deed opnieuw recht. De verdachte werd veroordeeld tot een taakstraf van 40 uur en 20 dagen hechtenis. Tevens werd de verdachte ontzegd om motorrijtuigen te besturen voor de duur van 9 maanden. Daarnaast werd een bijkomende straf van ontzegging van de rijbevoegdheid voor 2 jaren opgelegd, waarvan de tenuitvoerlegging werd opgeschort onder voorwaarde van een proeftijd.
De beslissing houdt in dat indien de verdachte zich binnen de proeftijd schuldig maakt aan een strafbaar feit, de ontzegging alsnog ten uitvoer kan worden gelegd. De uitspraak is gewezen door mr. R.D. van Heffen, in aanwezigheid van griffier mr. J.P.M. Veerman.