ECLI:NL:GHAMS:2026:531
Gerechtshof Amsterdam
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Bekrachtiging verlenging machtiging uithuisplaatsing minderjarige kinderen bij vader
De zaak betreft de verlenging van de machtiging tot uithuisplaatsing van twee minderjarige kinderen bij hun vader, waarbij de moeder in hoger beroep is gekomen tegen de beslissing van de kinderrechter die deze verlenging had toegestaan.
De kinderen staan sinds september 2022 onder toezicht van de gecertificeerde instelling (GI) en zijn in december 2024 met spoed uit huis geplaatst bij de vader vanwege zorgen over mishandeling en onveilige thuissituatie bij de moeder. De moeder betwist de noodzaak van de verlenging en stelt dat zij haar opvoedvaardigheden heeft verbeterd en dat de uithuisplaatsing niet in het belang van de kinderen is.
De GI en de vader steunen de verlenging, waarbij de GI benadrukt dat de veiligheid van de kinderen bij de moeder niet kan worden gegarandeerd en dat de kinderen traumatherapie volgen. De Raad voor de Kinderbescherming adviseert eveneens de verlenging te bekrachtigen.
Het hof concludeert dat de machtiging tot uithuisplaatsing noodzakelijk blijft vanwege blijvende zorgen over de opvoedvaardigheden van de moeder en het belang van de traumabehandeling van de kinderen. De moeder heeft onvoldoende inzicht in de impact van haar gedrag op de kinderen, waardoor het contact geblokkeerd blijft. Het hof bekrachtigt daarom de bestreden beschikking en benadrukt het belang van wekelijkse informatievoorziening door de vader aan de moeder.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt de verlenging van de machtiging tot uithuisplaatsing van de kinderen bij de vader tot 8 maart 2026.