ECLI:NL:GHAMS:2026:597
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bekrachtiging faillietverklaring na betwisting steunvordering en pluraliteit schuldeisers
Appellante is op verzoek van geïntimeerde Rabobank in staat van faillissement verklaard. In hoger beroep betwist zij het oordeel van de rechtbank dat summierlijk is gebleken van de steunvordering van de curator in het faillissement van een aanverwant bedrijf. Het hof oordeelt dat bespreking van deze steunvordering achterwege kan blijven omdat ook een vordering van de Belastingdienst als steunvordering kan dienen.
Rabobank heeft een hoofdsom van ruim €370.000,- uit hoofde van een geldlening en een steunvordering van ruim €1 miljoen ingediend. Appellante voert verweer tegen de steunvordering, stellende dat zij geen onverschuldigde betaling heeft gedaan en dat zij tijdelijk het pinapparaat van een failliet bedrijf gebruikte. Het hof stelt vast dat naast de vordering van Rabobank ook een preferente vordering van de Belastingdienst van bijna €45.000,- is ingediend, waarmee het pluraliteitsvereiste is voldaan.
Het hof concludeert dat appellante verkeert in de toestand van ophouden met betalen, omdat meerdere schuldeisers onbetaald blijven en er geen zicht is op betaling of inkomsten. Het hoger beroep faalt en het vonnis van de rechtbank wordt bekrachtigd.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt de faillietverklaring van appellante wegens ophouden met betalen en aanwezigheid van meerdere schuldeisers.