ECLI:NL:GHAMS:2026:605

Gerechtshof Amsterdam

Datum uitspraak
10 maart 2026
Publicatiedatum
10 maart 2026
Zaaknummer
23-002675-23
Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 9 SrArt. 14a SrArt. 14b SrArt. 14c SrArt. 22c Sr
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Gerechtshof bevestigt veroordeling voor opzetheling en diefstal met verbreking van motoren en fietsen

Het gerechtshof Amsterdam heeft op 10 maart 2026 uitspraak gedaan in het hoger beroep tegen het vonnis van de rechtbank Amsterdam van 4 oktober 2023. De verdachte werd gedeeltelijk niet-ontvankelijk verklaard in hoger beroep vanwege een partiële vrijspraak in eerste aanleg. Het hof sprak de verdachte vrij van de heling van drie motoren die in een opslagruimte waren aangetroffen, omdat niet wettig en overtuigend kon worden bewezen dat hij daarvan wist of beschikkingsmacht had.

Voor de overige tenlasteleggingen, waaronder opzetheling van twee bakfietsen en een elektrische fiets, en diefstal met verbreking van twee motorfietsen en een bakfiets (lokfiets), werd de verdachte wel veroordeeld. De feiten vonden plaats tussen april en juli 2023 in Amsterdam. De verdachte had meerdere eerdere veroordelingen voor vermogensdelicten, wat als recidive werd meegewogen.

Het hof legde een maximale taakstraf van 240 uur op en een gevangenisstraf van 180 dagen waarvan 127 dagen voorwaardelijk met een proeftijd van drie jaar. Dit om recht te doen aan de ernst van de feiten en de recidive, maar ook rekening houdend met de persoonlijke omstandigheden en vooruitgang van de verdachte. Daarnaast werden beslissingen genomen over inbeslaggenomen goederen en werd een vordering tot tenuitvoerlegging van een eerdere werkstraf afgewezen.

Uitkomst: Verdachte veroordeeld tot maximale taakstraf van 240 uur en 180 dagen gevangenisstraf waarvan 127 dagen voorwaardelijk met een proeftijd van drie jaar.

Uitspraak

afdeling strafrecht
parketnummer: 23-002675-23
datum uitspraak: 10 maart 2026
TEGENSPRAAK
Verkort arrest van het gerechtshof Amsterdam gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de rechtbank Amsterdam van 4 oktober 2023 in de gevoegde strafzaken onder de parketnummers
13-138694-23 (hierna: zaak A), 13-163863-23 (zaak B) en 13-136538-22 (TUL) tegen:
[verdachte],
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 2004,
adres: [adres] .

1.Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van
24 februari 2026 en naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in eerste aanleg.
De verdachte heeft hoger beroep ingesteld tegen voormeld vonnis.
Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen de verdachte en zijn raadsvrouw naar voren hebben gebracht.

2.Ontvankelijkheid van de verdachte in het hoger beroep

De verdachte is door de rechtbank gedeeltelijk vrijgesproken van hetgeen aan hem in zaak A onder 1 is tenlastegelegd, te weten van de heling van de Seat Ibiza (kenteken: [kenteken 1] ) en de Phat Four (fiets). Het hoger beroep is door de verdachte onbeperkt ingesteld, dus ook tegen de heling van de Seat en de Phat Four. Tegen een vrijspraak kan volgens de wet geen hoger beroep worden ingesteld (artikel 404, vijfde lid, van het Wetboek van Strafvordering). Daarom verklaart het hof de verdachte niet-ontvankelijk in het hoger beroep voor de heling van de Seat en de Phat Four.

3.Tenlasteleggingen

Aan de verdachte is, voor zover in hoger beroep nog aan de orde, tenlastegelegd dat:
Zaak A
1.
hij op of tussen één of meerdere tijdstip(pen) in de periode van 12 april 2023 tot en met 13 juni 2023 te Amsterdam, in elk geval in Nederland, meermalen, althans eenmaal:
  • een Urban Arrow (fiets), in de periode van 12 april 2023 tot en met 14 april 2023,
  • een Urban Arrow (fiets), op of omstreeks 21 april 2023,
  • een Cortina U1 (fiets), in de periode van 28 mei 2023 tot en met 6 juni 2023,
  • een BMW R1200 (motor) (chassisnummer: [chassisnummer 1] ), op of omstreeks 13 juni 2023,
  • een Ducati Monster (motor) (chassisnummer: [chassisnummer 2] ), op of omstreeks 13 juni 2023,
  • een BMW 169 (motor) (chassisnummer: [chassisnummer 3] ), op of omstreeks 13 juni 2023,
althans een of meer goederen heeft verworven, voorhanden heeft gehad en/of heeft overgedragen, terwijl hij ten tijde van de verwerving of het voorhanden krijgen van dit goed/deze goederen wist, althans redelijkerwijs had moeten vermoeden dat het (een) door misdrijf verkregen goed(eren) betrof;
2.
hij in of omstreeks de periode van 12 april 2023 tot en met 6 juni 2023 te Amsterdam, in elk geval in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, een BMW F650 GS motor (kenteken: [kenteken 2] ), in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan [slachtoffer] , in elk geval aan een ander dan aan verdachte en/of zijn mededader(s) toebehoorde(n) heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen;
3.
hij op of omstreeks 18 april 2023 te Amsterdam, in elk geval in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, een BMW F800 GS motor (kenteken: [kenteken 3] ), in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan [bedrijf] , in elk geval aan een ander dan aan verdachte en/of zijn mededader(s) toebehoorde(n) heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl verdachte en/of zijn mededader(s) zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft/hebben verschaft en/of dat/die weg te nemen goed onder zijn/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van braak en/of verbreking;
Zaak B
hij op of omstreeks 4 juli 2023 te Amsterdam, in elk geval in Nederland, een (lok)fiets, in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan Politie, in elk geval aan een ander toebehoorde(n) heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl verdachte zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft en/of die weg te nemen fiets onder zijn bereik heeft gebracht door middel van braak en/of verbreking.
Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zal het hof deze verbeterd lezen. De verdachte wordt daardoor niet in de verdediging geschaad.

4.Vonnis waarvan beroep

Het vonnis waarvan beroep, voor zover aan het oordeel van het hof onderworpen, zal worden vernietigd, omdat het hof tot een andere beslissing komt dan de rechtbank.

5.Bewijsoverweging

De raadsvrouw heeft betoogd dat de verdachte van de heling van de in zaak A onder 1 tenlastegelegde motoren (BMW R1200, Ducati Monster en BMW 169) moet worden vrijgesproken. Daartoe is – samengevat – aangevoerd dat niet is vast te stellen wanneer en door wie de drie motoren in de opslagruimte van de verdachte zijn geplaatst en dat daarmee niet bewezen kan worden dat de verdachte wist van die motoren, noch dat hij daarover beschikkingsmacht had.
Het hof komt tot het oordeel dat niet wettig en overtuigend bewezen kan worden dat de verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan de heling van deze motoren en overweegt daartoe als volgt.
In een opslagruimte met nummer [nummer 1] van het bedrijf [bedrijf] te Amsterdam zijn op 13 juni 2023 de drie voornoemde motoren aangetroffen. Deze zijn elk geruime tijd eerder gestolen. De opslagruimte werd vanaf 17 oktober 2022 door de verdachte gehuurd. Voor het betreden van het pand met de opslagruimtes moest een toegangscode worden gebruikt om het hek en de lift te bedienen en de opslagruimte zelf moest met een sleutel worden geopend. De op 25 april 2025 bij de raadsheer-commissaris gehoorde getuige [getuige] , van beroep clustermanager bij [bedrijf] , heeft daar verklaard dat de persoon die bij [bedrijf] een box huurt een unieke code krijgt, waarmee het pand én de lift kan worden betreden, die code één op één is gelinkt met de gehuurde box, de box is afgesloten met een maximaal beveiligd cilinderslot dat geopend kan worden met een sleutel, de huurder één bosje met daaraan drie dezelfde sleutels krijgt en de huurder desgewenst één of meerdere van die sleutels kan verstrekken aan een derde. Op 26 april 2023 is de verdachte de toegang tot de opslagruimte door [bedrijf] ontzegd, omdat hij de huur niet meer betaalde. Wel beschikte hij – en volgens de verdachte ook andere personen – nog altijd over een sleutel om zijn opslagruimte te kunnen openen. Een andere persoon genaamd [persoon] , met wie de verdachte volgens een medewerker van [bedrijf] vaak samen is gezien, heeft vervolgens vanaf 27 april 2023 zelf een opslagruimte met nummer [nummer 2] gehuurd bij [bedrijf] .
Op 6 juni 2023 rond 8.10 uur is de verdachte aangehouden en diezelfde dag is hij in verzekering gesteld. Op 13 juni 2023, toen de motoren werden aangetroffen, was hij nog altijd gedetineerd. Uit loggegevens van [bedrijf] is gebleken dat de toegangscode behorend bij opslagruimte [nummer 1] tot en met 26 april 2023 veelvuldig is gebruikt, maar daarna langere tijd niet meer. Enkel op 9 juni 2023 – tijdens de detentie van de verdachte – is daarvan nog gebruik gemaakt. Uit die loggegevens is voorts gebleken dat de toegangscode horend bij opslagruimte [nummer 2] vanaf 6 juni 2023 (na de aanhouding van de verdachte) tot en met 13 juni 2023 tientallen keren is gebruikt.
Het hof overweegt dat mede op basis van de loggegevens niet (voldoende) kan worden uitgesloten dat de motoren zonder medeweten van de verdachte door een andere persoon in zijn opslagruimte zijn geplaatst, nu niet bekend is op welk moment de motoren in de opslagruimte zijn geplaatst en het aannemelijk is dat gedurende de detentie verschillende personen toegang hebben gehad tot de opslagruimte, omdat zij met een code die aan een ander dan de verdachte was verstrekt het pand konden betreden en met een door de verdachte verstrekte sleutel de opslagruimte konden openen. Daarmee kan niet bewezen worden dat de verdachte wetenschap had van en/of beschikkingsmacht had over de motoren en dient de verdachte voor dit gedeelte van de tenlastelegging te worden vrijgesproken.

6.Bewezenverklaring

Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het in zaak A onder 1, 2 en 3 en in zaak B tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande dat:
Zaak A
1.
hij op tijdstippen in de periode van 12 april 2023 tot en met 6 juni 2023 te Amsterdam:
  • een Urban Arrow (fiets) op 12 april 2023,
  • een Urban Arrow (fiets) op 21 april 2023,
  • een Cortina U1 (fiets) op 6 juni 2023,
voorhanden heeft gehad, terwijl hij ten tijde van het voorhanden krijgen van deze goederen wist dat het door misdrijf verkregen goederen betrof;
2.
hij op 12 april 2023 te Amsterdam een BMW F650 GS motor (kenteken: [kenteken 2] ), die aan
[slachtoffer] toebehoorde, heeft weggenomen met het oogmerk om die zich wederrechtelijk toe te eigenen;
3.
hij op 18 april 2023 te Amsterdam, tezamen en in vereniging met een ander, een BMW F800 GS motor (kenteken: [kenteken 3] ), die aan [bedrijf] toebehoorde, heeft weggenomen met het oogmerk om die zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl verdachte en/of zijn mededader dat weg te nemen goed onder hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van verbreking;
Zaak B
hij op 4 juli 2023 te Amsterdam een lokfiets, die aan de politie toebehoorde, heeft weggenomen met het oogmerk om die zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl verdachte die weg te nemen fiets onder zijn bereik heeft gebracht door middel van verbreking.
Hetgeen in zaak A onder 1, 2 en 3 en in zaak B meer of anders is tenlastegelegd, is niet bewezen. De verdachte moet hiervan worden vrijgesproken.
Het bewezenverklaarde is gegrond op de feiten en omstandigheden die in de bewijsmiddelen zijn vervat, zoals deze na het eventueel instellen van beroep in cassatie zullen worden opgenomen in de op te maken aanvulling op dit arrest.

7.Strafbaarheid van het bewezenverklaarde

Geen omstandigheid is aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het in zaak A onder 1, 2 en 3 en in zaak B bewezenverklaarde uitsluit, zodat dit strafbaar is.
Het in zaak A onder 1 bewezenverklaarde levert op:
opzetheling, meermalen gepleegd.
Het in zaak A onder 2 bewezenverklaarde levert op:
diefstal.
Het in zaak A onder 3 bewezenverklaarde levert op:
diefstal door twee of meer verenigde personen, waarbij de schuldige het weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van verbreking.
Het in zaak B bewezenverklaarde levert op:
diefstal, waarbij de schuldige het weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van verbreking.

8.Strafbaarheid van de verdachte

De verdachte is strafbaar, omdat geen omstandigheid aannemelijk is geworden die de strafbaarheid ten aanzien van het in zaak A onder 1, 2 en 3 en in zaak B bewezenverklaarde uitsluit.

9.Oplegging van straffen

De rechtbank heeft de verdachte voor het in eerste aanleg in zaak A onder 1, 2 en 3 en in zaak B bewezenverklaarde veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 13 maanden met aftrek van voorarrest, waarvan 6 maanden voorwaardelijk, met een proeftijd van 2 jaren. Daarbij zijn bijzondere voorwaarden gesteld.
De advocaat-generaal heeft gevorderd dat de verdachte voor het in zaak A onder 1, 2 en 3 en in zaak B tenlastegelegde zal worden veroordeeld tot een taakstraf voor de duur van 240 uren en een gevangenisstraf voor de duur van 4 maanden, met aftrek van voorarrest.
De raadsvrouw heeft aangevoerd dat de verdachte zijn leven aardig op orde heeft, aangezien hij nu werk heeft en zich heeft afgekeerd van het plegen van strafbare feiten. De raadsvrouw heeft het hof verzocht de verdachte geen langere gevangenisstraf op te leggen dan de tijd die hij reeds in voorarrest heeft doorgebracht en heeft voorts betoogd dat een taakstraf een goede en passende straf is.
Het hof heeft in hoger beroep de op te leggen straf bepaald op grond van de ernst van de feiten en de omstandigheden waaronder deze zijn begaan en gelet op de persoon van de verdachte. Het hof heeft daarbij in het bijzonder het volgende in beschouwing genomen.
De verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan opzetheling van twee bakfietsen en een elektrische fiets, diefstal met verbreking van twee motorfietsen en diefstal met verbreking van een bakfiets (lokfiets). Hij heeft hiermee meerdere (gekwalificeerde) vermogensdelicten gepleegd, waarmee hij een inbreuk heeft gemaakt op de eigendomsrechten van de eigenaars van die goederen. Diefstallen van vervoermiddelen leveren veel overlast en financiële schade op in de samenleving en de heling van gestolen goederen houdt een illegaal handelscircuit in stand. De verdachte heeft kennelijk geen boodschap gehad aan deze negatieve gevolgen van zijn handelen en alleen uit eigen financieel gewin gehandeld.
Uit het strafblad van de verdachte van 10 februari 2026 volgt dat hij meermalen eerder onherroepelijk is veroordeeld voor in totaal zeven vermogensdelicten. Dit heeft hem er kennelijk niet van weerhouden zich nogmaals aan soortgelijke feiten schuldig te maken.
Het hof heeft bij de bepaling van de op te leggen straf(fen) gelet op straffen die in soortgelijke zaken worden opgelegd en die hun weerslag vinden in de oriëntatiepunten van het Landelijk Overleg Vakinhoud Strafrecht (LOVS). Hieruit volgt dat, gezien de recidive, in beginsel alleen al voor de diefstallen van de vervoermiddelen een maandenlange onvoorwaardelijke gevangenisstraf op zijn plaats is.
Gezien de persoonlijke omstandigheden van de verdachte die uit het reclasseringsadvies van
16 februari 2026 en het verhandelde ter terechtzitting zijn gebleken, ziet het hof toch aanleiding om de verdachte niet opnieuw gedetineerd te laten raken. De verdachte lijkt namelijk (voorzichtig) vooruitgang te hebben geboekt, aangezien hij fulltime werkt en recentelijk niet meer voor strafbare feiten in aanraking is gekomen met justitie. Het hof wil dit niet met een onvoorwaardelijke gevangenisstraf doorkruisen. Om alsnog recht te doen aan de ernst van de feiten en de recidive, zal het hof de verdachte de maximale taakstraf opleggen. Daarnaast zal hem een deels voorwaardelijke gevangenisstraf worden opgelegd, waarvan het onvoorwaardelijke deel gelijk is aan het voorarrest, met een proeftijd van 3 jaren. Zo raakt de verdachte enerzijds niet opnieuw gedetineerd, maar wordt hem anderzijds wel een forse stok achter de deur geboden om niet nogmaals strafbare feiten te begaan.
Het hof acht, alles afwegende, een taakstraf voor de duur van 240 uren en een gevangenisstraf voor de duur van 180 dagen, waarvan 127 dagen voorwaardelijk, met een proeftijd van 3 jaren, passend en geboden.

10.Toepasselijke wettelijke voorschriften

De op te leggen straffen zijn gegrond op de artikelen 9, 14a, 14b, 14c, 22c, 22d, 36b, 36c, 57, 63, 310, 311 en 416 van het Wetboek van Strafrecht.

11.Beslag

Onder de verdachte is allereerst het volgende voorwerp in beslag genomen:
- slotentrekker, kleur blauw (PL1300-2023146050-6362957).
Het in zaak B bewezenverklaarde is begaan met behulp van dit voorwerp. Het zal aan het verkeer worden onttrokken, aangezien het ongecontroleerde bezit daarvan in strijd is met het algemeen belang.
Onder de verdachte zijn verder de volgende voorwerpen in beslag genomen:
  • tas, merk The North Face (PL1300-2023146050-6362959);
  • pet, merk Nike, kleur blauw (PL1300-2023146050-6362958).
Het hof bepaalt dat deze voorwerpen, die de verdachte toebehoren, aan de verdachte zullen worden teruggegeven.
Onder de verdachte zijn tot slot de volgende voorwerpen in beslag genomen:
  • herenfiets, merk Doppio (PL1300-2023122555-6353878);
  • accu, merk Phat (PL1300-2023146050-6362956);
  • accu (PL1300-2023146050-G6364523).
Het hof bepaalt dat deze voorwerpen zullen worden bewaard ter behoeve van de rechthebbende, nu niet duidelijk is aan wie deze goederen toebehoren.

12.Vordering tenuitvoerlegging

Het openbaar ministerie heeft gevorderd de tenuitvoerlegging van de bij vonnis van de rechtbank Amsterdam van 25 augustus 2022 met parketnummer 13-136538-22 voorwaardelijk opgelegde werkstraf voor de duur van 80 uren. Deze vordering is in hoger beroep opnieuw aan de orde.
Zowel de advocaat-generaal als de raadsvrouw heeft zich op het standpunt gesteld dat deze vordering moet worden afgewezen, omdat deze voorwaardelijk opgelegde straf reeds op grond van een andere, onherroepelijke uitspraak ten uitvoer is gelegd. Het hof ziet daarin aanleiding om de vordering tot tenuitvoerlegging af te wijzen.

13.BESLISSING

Het hof:
Verklaart de verdachte niet-ontvankelijk in het hoger beroep, voor zover gericht tegen de beslissing ter zake van de in zaak A onder 1 tenlastegelegde goederen Seat Ibiza (kenteken: [kenteken 1] ) en Phat Four (fiets).
Vernietigt het vonnis waarvan beroep – voor zover aan het oordeel van het hof onderworpen – en doet in zoverre opnieuw recht:
Verklaart het in zaak A onder 1 tenlastegelegde met betrekking tot de goederen:
  • BMW R1200 (motor) (chassisnummer: [chassisnummer 1] );
  • Ducati Monster (motor) (chassisnummer: [chassisnummer 2] );
  • BMW 169 (motor) (chassisnummer: [chassisnummer 3] );
niet bewezen en spreekt verdachte daarvan vrij.
Verklaart zoals hiervoor overwogen bewezen dat de verdachte het in zaak A onder 1, 2 en 3 en zaak B tenlastegelegde heeft begaan.
Verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven is bewezenverklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij.
Verklaart het in zaak A onder 1, 2 en 3 en in zaak B bewezenverklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart de verdachte strafbaar.
Veroordeelt de verdachte tot een
gevangenisstrafvoor de duur van
180 (honderdtachtig) dagen.
Bepaalt dat een gedeelte van de gevangenisstraf, groot
127 (honderdzevenentwintig) dagen, niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten omdat de verdachte zich voor het einde van een proeftijd van
3 (drie) jarenaan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt.
Beveelt dat de tijd die door de verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in enige in artikel 27, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht bedoelde vorm van voorarrest is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht, voor zover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht.
Veroordeelt de verdachte tot een
taakstrafvoor de duur van
240 (tweehonderdveertig) uren, indien niet naar behoren verricht te vervangen door
120 (honderdtwintig) dagen hechtenis.
Beveelt de onttrekking aan het verkeer van het volgende in beslag genomen, nog niet teruggegeven voorwerp, te weten:
- slotentrekker, kleur blauw (PL1300-2023146050-6362957).
Gelast de teruggave aan de verdachte van de volgende in beslag genomen, nog niet teruggegeven voorwerpen, te weten:
  • tas, merk The North Face (PL1300-2023146050-6362959);
  • pet, merk Nike, kleur blauw (PL1300-2023146050-6362958).
Gelast de bewaring ten behoeve van de rechthebbende van de volgende in beslag genomen, nog niet teruggegeven voorwerpen, te weten:
  • herenfiets, merk Doppio (PL1300-2023122555-6353878);
  • accu, merk Phat (PL1300-2023146050-6362956);
  • accu (PL1300-2023146050-G6364523).
Wijst afde vordering van de officier van justitie van 23 juni 2023, strekkende tot tenuitvoerlegging van de bij vonnis van de rechtbank Amsterdam van 25 augustus 2022, parketnummer 13-136538-22, voorwaardelijk opgelegde werkstraf voor de duur van 80 uren.
Heft op het – geschorste – bevel tot voorlopige hechtenis.
Dit arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mr. E.J. Hofstee, mr. M.T.C. de Vries en mr. B. de Wilde, in tegenwoordigheid van
mr. C.H. Sillen, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van
10 maart 2026.