ECLI:NL:GHAMS:2026:640
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep afwijzing verzoek toelating schuldsaneringsregeling wegens onvoldoende stabilisatie
Appellant heeft hoger beroep ingesteld tegen het vonnis van de rechtbank Noord-Holland waarin haar verzoek tot toepassing van de wettelijke schuldsaneringsregeling werd afgewezen. De rechtbank oordeelde dat appellant onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat zij de verplichtingen van de regeling naar behoren zou kunnen nakomen, mede vanwege een gokverslaving en onduidelijkheid over haar psychische gesteldheid en inspanningen.
In hoger beroep heeft appellant aangevoerd dat zij medisch niet in staat was de eerste zitting bij te wonen en dat er geen sprake is van onwil of verslaving die nakoming van verplichtingen verhindert. Het hof heeft het dossier, het beroepschrift en medische stukken bestudeerd en concludeert dat appellant onvoldoende heeft onderbouwd dat haar situatie voldoende is gestabiliseerd.
Het hof wijst erop dat de gokverslaving niet overtuigend onder controle is gebracht en dat er nog sprake is van angst- en stemmingsklachten en slaapproblemen. Ook is onduidelijk hoe appellant na afloop van de tijdelijke ontheffing van de sollicitatieplicht aan haar verplichtingen zal voldoen. Het hof bekrachtigt daarom het vonnis van de rechtbank en wijst het verzoek tot toelating tot de schuldsaneringsregeling af.
Het hof benadrukt dat appellant vrij staat om bij voldoende stabilisatie en behandeling opnieuw een verzoek in te dienen.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt het vonnis van de rechtbank en wijst het verzoek tot toelating tot de schuldsaneringsregeling af wegens onvoldoende aannemelijkheid dat appellant aan de verplichtingen kan voldoen.