Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:GHAMS:2026:690

Gerechtshof Amsterdam

Datum uitspraak
13 maart 2026
Publicatiedatum
13 maart 2026
Zaaknummer
200.361.035/01OK
Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Type
Uitspraak
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Eerste aanleg - meervoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
artikel 6 EVRM
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Ondernemingskamer verklaart enquêteverzoek niet-ontvankelijk en veroordeelt in kosten op liquidatietarief

Kloekenland B.V. heeft bij de Ondernemingskamer een enquêteverzoek ingediend gericht op onderzoek naar het beleid en de gang van zaken van de Vennootschappen vanaf 1 januari 2024. Dit verzoek werd ingediend te midden van een lopende uitstotingsprocedure tussen partijen.

Laseth B.V. heeft het enquêteverzoek aangevochten en verzocht Kloekenland niet-ontvankelijk te verklaren en te veroordelen in de proceskosten, stellende dat het verzoek misbruik van procesrecht betrof. Kloekenland heeft het enquêteverzoek vervolgens ingetrokken en verzocht dat iedere partij haar eigen kosten draagt.

De Ondernemingskamer oordeelt dat door de intrekking het verzoek niet-ontvankelijk is en dat er geen sprake is van misbruik van procesrecht. De kostenveroordeling wordt vastgesteld op het gebruikelijke liquidatietarief van € 2.141, waarbij Kloekenland wordt veroordeeld in de kosten van de procedure tot op heden.

De beslissing is genomen met inachtneming van het recht op toegang tot de rechter en de strenge maatstaf voor misbruik van procesrecht, waarbij geen evidente ongegrondheid van het verzoek is vastgesteld.

Uitkomst: Kloekenland B.V. wordt niet-ontvankelijk verklaard in haar enquêteverzoek en veroordeeld in de proceskosten op basis van het liquidatietarief.

Uitspraak

beschikking
___________________________________________________________________
GERECHTSHOF AMSTERDAM
ONDERNEMINGSKAMER
zaaknummer: 200.361.035/01 OK
beschikking van de Ondernemingskamer van 13 maart 2026
inzake
de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
KLOEKENLAND B.V.,
gevestigd te Haarlem,
VERZOEKSTER,
advocaten:
mr. A.J.A. Jansenen
mr. M.H. van Hooft, beiden kantoorhoudende te Amsterdam,
t e g e n
de besloten vennootschappen met beperkte aansprakelijkheid
BRIGHTSTONE GROUP B.V.;
LUMEN GROUP B.V.;
BRIGHT PEOPLE B.V.;
gevestigd te Utrecht,
VERWEERSTERS,
e n t e g e n
de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
LASETH B.V.,
gevestigd te Utrecht,
BELANGHEBBENDE,
advocaten:
mr. W.M. Smelten
mr. M. Nuijten, beiden kantoorhoudende te Amsterdam,
Hierna zullen partijen en andere (rechts)personen als volgt worden aangeduid:
verzoekster als:
Kloekenland
verweerster als:
Lumen, Brightstone en Bright People en gezamenlijk als de Vennootschappen
belanghebbende als:
Laseth
[aandeelhouder A] als:
[aandeelhouder A]
[aandeelhouder B] als:
[aandeelhouder B]

1.Het verloop van het geding

1.1
Kloekenland heeft bij verzoekschrift van 29 oktober 2025 de Ondernemingskamer verzocht, samengevat, een onderzoek te bevelen naar het beleid en de gang van zaken van de Vennootschappen over de periode vanaf 1 januari 2024, bepaalde onmiddellijke voorzieningen te treffen en de Vennootschappen te veroordelen in de kosten van de procedure.
1.2
Tussen partijen loopt ook een uitstotingsprocedure (zaaknummer 200.356.962/01OK) bij de Ondernemingskamer. Het uitstotingsverzoek is door Laseth op 17 juli 2025 bij de Ondernemingskamer ingediend en de Ondernemingskamer heeft op 5 februari 2026 een beschikking gewezen, waarin zij - kort – het verzoek van Laseth om Kloekenland te bevelen de door haar gehouden aandelen in de vennootschappen over te dragen tegen een door de Ondernemingskamer vast te stellen prijs heeft toegewezen en een deskundige heeft benoemd om onderzoek te doen naar de waarde van de aandelen.
1.3
Een dag na voornoemde beschikking van de Ondernemingskamer heeft Laseth een brief aan de Ondernemingskamer gestuurd, waarin wordt verzocht, in het geval Kloekenland haar enquêteverzoek niet intrekt, het enquêteverzoek gefaseerd te behandelen, in die zin dat eerst de ontvankelijkheid zal worden behandeld voorafgaand aan een eventuele inhoudelijke behandeling.
1.4
Door de Ondernemingskamer ernaar gevraagd heeft Kloekenland per e-mail van 9 februari 2026 medegedeeld het enquêteverzoek vooralsnog te handhaven.
1.5
Op 11 februari 2026 heeft de Ondernemingskamer partijen laten weten dat de mondelinge behandeling van 12 maart 2026 doorgang zal vinden en een (volledige) inhoudelijke behandeling betreft.
1.6
Laseth heeft bij verweerschrift van 19 februari 2026 de Ondernemingskamer verzocht Kloekenland niet-ontvankelijk te verklaren in haar enquêteverzoek, althans dit af te wijzen en Kloekenland te veroordelen in de proceskosten.
1.7
Kloekenland heeft per e-mail van 6 maart 2026 het enquêteverzoek (inclusief de verzochte onmiddellijke voorzieningen) ingetrokken en de Ondernemingskamer verzocht te bepalen dat iedere partij de eigen kosten van deze procedure draagt.
1.8
Bij e-mail van 9 maart 2026 heeft Laseth de Ondernemingskamer verzocht primair, Kloekenland te veroordelen in de volledige proceskosten van Laseth in de enquêteprocedure. Subsidiair Kloekenland te veroordelen in de proceskosten die Laseth na 9 februari 2026 heeft gemaakt en meer subsidiair een proceskostenveroordeling uit te spreken die uitstijgt boven het gebruikelijke liquidatietarief.
1.9
Daartoe in gelegenheid gesteld heeft Kloekenland hierop bij e-mail van 11 februari 2026 gereageerd en verzocht de verzoeken van Laseth af te wijzen en te bepalen dat iedere partij haar eigen kosten draagt.

2.De gronden van de beslissing

2.1
Kloekenland heeft haar verzoek onder 1.1 ingetrokken. Dit betekent dat dit verzoek geen beoordeling en beslissing meer behoeft en dat Kloekenland niet-ontvankelijk is in haar verzoek.
2.2
Laseth heeft (primair) verzocht Kloekenland te veroordelen in de werkelijk gemaakte proceskosten. Zij heeft aan dit verzoek, kort gezegd, het volgende ten grondslag gelegd. Met het indienen van het enquêteverzoek heeft Kloekenland misbruik gemaakt van (proces)recht doordat zij haar enquêtebevoegdheid heeft aangewend met een ander doel dan waarvoor zij is verleend. Dit volgt onder andere uit het moment waarop het enquêteverzoek door Kloekenland is ingediend, één dag voor de mondeling behandeling in de uitstotingsprocedure, en de pogingen die Kloekenland vervolgens heeft gedaan om de (beschikking in de) uitstotingsprocedure aan te houden tot in de enquêteprocedure zou zijn beslist. Het enquêteverzoek is niet ingegeven door een reële behoefte aan een onderzoek maar om invloed uit te oefenen op het verloop van de uitstotingsprocedure. Laseth heeft als bewijs voor de gemaakte proceskosten een declaratie met overzicht van de verrichten werkzaamheden overlegd waaruit een totaal bedrag volgt van € 37.223,23 (incl. btw).
2.3
Kloekenland heeft aangevoerd dat geen sprake is van misbruik van (proces)recht of onrechtmatig handelen van Kloekenland. Nieuwe informatie kort voor de mondelinge behandeling van het uitstotingsverzoek gaf voor Kloekenland aanleiding alsnog een enquêteverzoek in te dienen. Het enquêteverzoek had tot doel openheid van zaken te krijgen en het herstel van de verhoudingen te bevorderen. Kloekenland achtte het in het belang van een eerlijk, doelmatig en efficiënt proces dat de Ondernemingskamer eerst een inzicht zou krijgen in de werkelijke en feitelijke situatie binnen de Vennootschappen alvorens een beslissing te nemen over het uitstotingsverzoek. De keuze het enquêteverzoek nu in te trekken is in belangrijke mate ingegeven door de wens om verdere escalatie te voorkomen.
2.4
De Ondernemingskamer overweegt als volgt. Een verzoek tot vergoeding van werkelijke proceskosten is slechts toewijsbaar in geval van misbruik van procesrecht of onrechtmatig handelen. Volgens vaste rechtspraak van de Hoge Raad is daarvan pas sprake als het instellen van de vordering, gelet op de evidente ongegrondheid ervan, in verband met de betrokken belangen van de wederpartij achterwege had behoren te blijven. Hiervan kan eerst sprake zijn als eiser zijn vordering baseert op feiten en omstandigheden waarvan hij de onjuistheid kende dan wel behoorde te kennen of op stellingen waarvan hij op voorhand moest begrijpen dat deze geen kans van slagen hadden. Bij het aannemen van misbruik van procesrecht of onrechtmatig handelen door het aanspannen van een procedure past terughoudendheid, gelet op het recht op toegang tot de rechter dat mede gewaarborgd wordt door artikel 6 EVRM Pro (HR 6 april 2012, ECLI:NL:HR:2012:BV7828 en HR 15 september 2017, ECLI:NL:HR:2017:2366). Aan deze strenge maatstaf is in het onderhavige geval niet voldaan.
2.5
Het enquêteverzoek is door Kloekenland niet op grond van onjuiste feiten en omstandigheden ingediend en dat reeds een uitstotingsprocedure aanhangig was gemaakt, waarin inmiddels ook uitspraak is gedaan, maakt niet dat het instellen van een enquêteverzoek misbruik van procesrecht oplevert. Er bestaat dan ook geen grond voor een veroordeling in de daadwerkelijk gemaakte proceskosten. Kloekenland zal derhalve worden veroordeeld de proceskosten berekend aan de hand van het gebruikelijke liquidatietarief te voldoen.

3.De beslissing

De Ondernemingskamer:
verklaart Kloekenland B.V. niet-ontvankelijk in haar verzoek;
veroordeelt Kloekenland B.V. in de kosten van de procedure tot op heden aan de kant van Laseth B.V. begroot op € 2.141;
verklaart deze kostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad.
Deze beschikking is gegeven door mr. J.M. de Jongh, voorzitter, mr. A.W.H. Vink en mr. E. Loesberg, raadsheren, en drs. A.G. Thomassen RT RV en drs G. Eikelenboom AAG, raden, in tegenwoordigheid van mr. N.E.M. Keereweer, griffier, en in het openbaar uitgesproken door J.M. de Jongh op 13 maart 2026.