Uitspraak
GERECHTSHOF AMSTERDAM
1.Het verdere verloop van het geding in hoger beroep
2.Het deskundigenrapport
1. Wilt u nagaan of de gegevens in de door Sanifix overgelegde documenten ter onderbouwing van de hoogte van haar schade (producties 13 (berekening schade door Trajectum), 27 (nieuwe berekening gederfde winst Benelux), 32 (nieuwe berekening gederfde winst Duitsland/Spanje/Frankrijk NK), 36 (nieuw overzicht van directe kosten (intern en extern)) en 44 (schadeberekening door boekhouder Sanifix), productie 46 grootboekrekening omzet Proffill over 2019, productie 47 grootboekrekening, omzet Proffill over 2020, productie 48 grootboekkaarten omzet Proffill over 2019 van alle gefactureerde omzet, productie 49 grootboekkaarten omzet Proffill over 2020 gefactureerde omzet, productie 50 omzet Proffill webshop met gerealiseerde omzet december 2002 tot 1 december 2021) aansluiten op de administratie van Sanifix en uw bevindingen noteren?
2. Wat is uw opvatting over de bezwaren van EBI c.s. ten aanzien van deze schadeberekening zoals weergegeven in rov. 3.19. en 3.26. van het tussenarrest van 21 mei 2024?
3. Deelt u de opvatting over de schade van de boekhouder van Sanifix zoals opgenomen in productie 44 eerste aanleg met inachtneming van de maatstaf dat vergeleken moet worden de toestand met de onterechte beëindiging per direct met de toestand met een opzegtermijn van 12 maanden gerekend vanaf 5 november 2020?
4. Wilt u, indien de gegevens bedoeld onder 1) niet kloppen of u een andere opvatting over de schade bent toegedaan dan staat opgenomen in productie 44 eerste aanleg, zelf met een onderbouwd alternatief komen om de schade te berekenen?
5. Zijn er nog andere punten die u naar voren wilt brengen waarvan het hof volgens u kennis dient te nemen bij de verdere beoordeling?
3.De verdere beoordeling
“Sanifix hanteert bij de berekening van de gederfde winst in de Benelux de volgende uitgangspunten:
“Op basis van deze uitgangspunten bedraagt de verwachte winst over de omzet in de Benelux in het Sollscenario € 71 .623. In het Ist-scenario is een winst gerealiseerd van € 18.953. Dit resulteert in een winstderving van € 52.670 over de omzet in de Benelux.”
-impliciet - de visie van Sanifix op een gelijkwaardig marktniveau binnen een periode van drie jaar in het territorium buiten de Benelux van de hand. Het is het hof ook niet duidelijk waarom Sanifix kiest voor een uitgangspositie bij verkoop buiten de Benelux gebaseerd op de (vergelijkbare) omzet in 2014 per persoon om nadien voor haar berekening toch een veel hogere omzet en winst in 2021 te begroten/schatten. Dat het startpunt van de verwerving van de (omvang van) omzet (nog steeds vergelijkenderwijs) voor de verkoop buiten de Benelux wordt verlegd, maakt immers nog niet dat vervolgens ook de geschatte omzet van de jaren na 2021 moet worden teruggerekend naar 2021 (dat is dan immers in zekere zin dubbelop). Bovendien miskent deze opvatting het uitgangspunt dat tegen november 2021 rechtmatig door EBI c.s. mocht worden opgezegd.
“Op basis van deze uitgangspunten bedraagt de verwachte winst over de omzet in het buitenland in het Soll-scenario € 75.749. In het Ist-scenario is een winst gerealiseerd van nihil. Dit resulteert in een winstderving van € 75.749 over de omzet in het buitenland.”
“Volgens Sanifix is er aanleiding om af te wijken van het gebruikelijke forfaitaire
-voor zover hier relevant - als volgt:
-partijen corresponderen immers in het Engels
-miskent de strekking van het Betekeningsverdrag. Ook aan de stelling dat Sanifix ook nog bewijs moet bijbrengen dat het vonnis daadwerkelijk vertaald is en aan EBI c.s. is toegezonden (via de geëigende kanalen) gaat het hof voorbij. Die stelling is in het licht van de procedurele aspecten, die nu eenmaal verbonden zijn aan twee zich in verschillende landen bevindende procespartijen, niet goed houdbaar. Voor zover EBI c.s. aangeven dat een eiswijziging in vergelijking met de eerste aanleg niet heeft plaatsgevonden, ziet EBI c.s. over het hoofd dat deze eiswijziging (inhoudend ook de kosten van de vertaling van het eindvonnis) is te vinden in het petitum van de memorie in het incidenteel appel. EBI c.s. hebben daarop ook inhoudelijk gereageerd. De grief slaagt.