ECLI:NL:GHAMS:2026:825

Gerechtshof Amsterdam

Datum uitspraak
26 maart 2026
Publicatiedatum
26 maart 2026
Zaaknummer
23-000610-25
Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 5a WVWArt. 163 WVWArt. 107 WVWArt. 14a SrArt. 14b Sr
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoger beroep wegens ernstige verkeersovertredingen met ontzegging rijbevoegdheid en verbeurdverklaring auto

De verdachte werd in hoger beroep veroordeeld voor het opzettelijk in ernstige mate overtreden van verkeersregels op 29 augustus 2023, waaronder negeren van een stopteken, fors te hard rijden, door rood rijden, slingeren, en het niet voor laten gaan van voetgangers. Daarnaast weigerde hij mee te werken aan een ademtest en reed hij met een verlopen rijbewijs.

Het hof verwierp het verweer dat de verdachte geen opzet had op het ernstig schenden van de verkeersregels. Uit de combinatie en ernst van de overtredingen bleek een bewust en onverantwoord rijgedrag dat levensgevaar opleverde. De verdachte had eerder verkeersdelicten op zijn strafblad, waardoor een taakstraf niet mogelijk was.

Het hof legde een gevangenisstraf van drie weken op, een ontzegging van de rijbevoegdheid voor twaalf maanden waarvan zes maanden voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar, en een geldboete van €110. Tevens werd de auto van de verdachte verbeurd verklaard vanwege het gebruik bij de ernstige overtredingen.

De uitspraak benadrukt de ernst van de feiten, de recidive en het belang van verkeersveiligheid. Het hof achtte een vrijheidsbenemende straf en gedeeltelijke onvoorwaardelijke ontzegging passend en geboden om de verdachte te ontmoedigen opnieuw de fout in te gaan.

Uitkomst: Verdachte veroordeeld tot 3 weken gevangenisstraf, 12 maanden rijontzegging waarvan 6 voorwaardelijk, verbeurdverklaring auto en geldboete van €110 wegens ernstige verkeersovertredingen.

Uitspraak

afdeling strafrecht
parketnummer: 23-000610-25
datum uitspraak: 26 maart 2026
TEGENSPRAAK
Verkort arrest van het gerechtshof Amsterdam gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Noord-Holland van 13 maart 2025 in de strafzaak onder parketnummer 96-222060-23 tegen
[verdachte],
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1994,
thans uit anderen hoofde gedetineerd in [detentieadres] .

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van 12 maart 2026 en naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in eerste aanleg.
De verdachte heeft hoger beroep ingesteld tegen voormeld vonnis.
Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen de verdachte en de raadsvrouw naar voren hebben gebracht.

Tenlastelegging

Aan de verdachte is tenlastegelegd dat:
1. primair
hij, op of omstreeks 29 augustus 2023 te Velsen-Zuid, gemeente Velsen, Spaarnwoude, gemeente Haarlemmerliede, Zwanenburg en/of Halfweg, gemeente Haarlemmermeer en/of te Amsterdam als bestuurder van een voertuig (personenauto), daarmee rijdende op de voor het verkeer openstaande weg zich opzettelijk zodanig heeft gedragen dat de verkeersregels in ernstige mate werden geschonden door
- niet te stoppen voor een stop- en/of volgteken, gegeven door middel van een aan een politievoertuig aangebracht verlicht transparant en/of
- één of meerdere malen fors harder te rijden dan de ter plaatse toegestane maximumsnelheid en/of
- één of meerdere malen met een hogere snelheid dan ter plaatse toegestaan door rood licht te rijden en/of
- tegen de verkeersrichting in te rijden en/of door de middengeleider te overschrijden en/of
- één of meerdere malen onvoldoende rechts te houden en/of te slingeren op een weg en/of
- één of meerdere voetgangers, die op een voetgangersoversteekplaats aan het oversteken waren of kennelijk op het punt stonden om over te steken, niet voor te laten gaan en/of
- over het trottoir te rijden en/of
- één of meerdere malen geen richting aan te geven bij het wisselen van een rijbaan en/of bij het afslaan, door welke verkeersgedragingen van verdachte levensgevaar of gevaar voor zwaar lichamelijk letsel voor een ander of anderen te duchten was;
1. subsidiair
hij, op of omstreeks 29 augustus 2023 te Velsen-Zuid, gemeente Velsen, Spaarnwoude, gemeente Haarlemmerliede, Zwanenburg en/of Halfweg, gemeente Haarlemmermeer en/of te Amsterdam als bestuurder van een voertuig (personenauto), daarmee rijdende op de weg, de A9, de A200, de N200, de Willem Schermerhornstraat, de Ruys de Beerenbrouckstraat en/of de Wigbolt Ripperdastraat,
- niet te stoppen voor een stop- en/of volgteken, gegeven door middel van een aan een politievoertuig aangebracht verlicht transparant en/of
- één of meerdere malen fors harder te rijden dan de ter plaatse toegestane maximumsnelheid en/of
- één of meerdere malen met een hogere snelheid dan ter plaatse toegestaan door rood licht te rijden en/of
- tegen de verkeersrichting in te rijden en/of door de middengeleider te overschrijden en/of
- één of meerdere malen onvoldoende rechts te houden en/of te slingeren op een weg en/of
- één of meerdere voetgangers, die op een voetgangersoversteekplaats aan het oversteken waren of kennelijk op het punt stonden om over te steken, niet voor te laten gaan en/of
- over het trottoir te rijden en/of
- één of meerdere malen geen richting aan te geven bij het wisselen van een rijbaan en/of bij het afslaan, door welke gedraging(en) van verdachte gevaar op die weg werd veroorzaakt, althans kon worden veroorzaakt, en/of het verkeer op die weg werd gehinderd, althans kon worden gehinderd;
2.
hij, op of omstreeks 29 augustus 2023 te Haarlem, in elk geval in Nederland, als degene tegen wie verdenking was gerezen als bestuurder van een personenauto te hebben gehandeld in strijd met artikel 8 van Pro de Wegenverkeerswet 1994 en aan wie door een opsporingsambtenaar was bevolen medewerking te verlenen aan een ademonderzoek, niet heeft voldaan aan de verplichting ademlucht te blazen in een voor het onderzoek bestemd apparaat en/of aan de verplichting gevolg te geven aan alle door een opsporingsambtenaar ten dienste van het onderzoek gegeven aanwijzingen;
3.
hij, op of omstreeks 29 augustus 2023 te te Velsen-Zuid, gemeente Velsen, Spaarnwoude, gemeente Haarlemmerliede, Zwanenburg en/of Halfweg, gemeente Haarlemmermeer en/of te Amsterdam als bestuurder van een motorrijtuig (personenauto) heeft gereden op de weg, de A9, de A200, de N200, de Willem Schermerhornstraat, de Ruys de Beerenbrouckstraat en/of de Wigbolt Ripperdastraat, terwijl het rijbewijs, dat voor het besturen van die categorie motorrijtuigen was vereist, te weten categorie B, en voornoemd rijbewijs (ingevolge artikel 25a van het Reglement rijbewijzen) voor een beperkte termijn was afgegeven, zijn geldigheid had verloren.
Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zal het hof deze verbeterd lezen. De verdachte wordt daardoor niet in de verdediging geschaad.

Vonnis waarvan beroep

Het vonnis waarvan beroep zal worden vernietigd, omdat het hof tot andere beslissingen komt ten aanzien van de bewezenverklaring en strafoplegging dan de politierechter.

Bewijsoverweging

De raadsvrouw heeft ten aanzien van het onder 1 primair tenlastegelegde vrijspraak bepleit en aangevoerd dat de verdachte geen opzet had op het
in ernstige mateschenden van de verkeersregels.
Het hof verwerpt het verweer. Voor ernstige gevaarzetting als bedoeld in artikel 5a van de Wegenverkeerswet 1994 is vereist dat sprake is van opzet gericht op zowel het overtreden van verkeersregels als het in ernstige mate schenden van die regels. Bij het bewijs van het opzettelijk in ernstige mate overtreden van de verkeersregels komt het onder meer aan op de feiten en omstandigheden die zicht bieden op de algehele instelling van de verdachte waar het in het concrete geval zijn deelname aan het verkeer betreft. Het kan daarbij gaan om een combinatie van gedragingen. Uit de veelheid en aard van de door de verbalisanten geconstateerde verkeersovertredingen van de verdachte en de omstandigheden waaronder deze zijn begaan blijkt van een zodanig onverantwoordelijk rijgedrag, waarbij zeer gevaarlijke situaties zijn ontstaan en door de verdachte onaanvaardbare risico’s zijn genomen, dat (ook) het opzet van de verdachte op het in ernstige mate schenden van de verkeersregels is bewezen.

Bewezenverklaring

Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het onder 1 primair, 2 en 3 tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande dat:
1. primair
hij, op 29 augustus 2023 te gemeente Haarlemmermeer en te Amsterdam als bestuurder van een voertuig (personenauto), daarmee rijdende op de voor het verkeer openstaande weg zich opzettelijk zodanig heeft gedragen dat de verkeersregels in ernstige mate werden geschonden door
- niet te stoppen voor een stop- en volgteken, gegeven door middel van een aan een politievoertuig aangebracht verlicht transparant en
- meerdere malen fors harder te rijden dan de ter plaatse toegestane maximumsnelheid en
- meerdere malen door rood licht te rijden en
- de middengeleider te overschrijden en
- te slingeren op een weg en
- voetgangers, die op een voetgangersoversteekplaats aan het oversteken waren of kennelijk op het punt stonden om over te steken, niet voor te laten gaan en
- over het trottoir te rijden en
- meerdere malen geen richting aan te geven bij het wisselen van een rijbaan en bij het afslaan, door welke verkeersgedragingen van verdachte levensgevaar of gevaar voor zwaar lichamelijk letsel voor een ander of anderen te duchten was;
2.
hij, op 29 augustus 2023 te Haarlem, als degene tegen wie verdenking was gerezen als bestuurder van een personenauto te hebben gehandeld in strijd met artikel 8 van Pro de Wegenverkeerswet 1994 en aan wie door een opsporingsambtenaar was bevolen medewerking te verlenen aan een ademonderzoek, niet heeft voldaan aan de verplichting ademlucht te blazen in een voor het onderzoek bestemd apparaat en/of aan de verplichting gevolg te geven aan alle door een opsporingsambtenaar ten dienste van het onderzoek gegeven aanwijzingen;
3.
hij, op 29 augustus 2023 te gemeente Haarlemmermeer en te Amsterdam als bestuurder van een motorrijtuig (personenauto) heeft gereden op de weg, de A9, de A200, de N200, de Willem Schermerhornstraat, de Ruys de Beerenbrouckstraat en de Wigbolt Ripperdastraat, terwijl het rijbewijs, dat voor het besturen van die categorie motorrijtuigen was vereist, te weten categorie B, en voornoemd rijbewijs (ingevolge artikel 25a van het Reglement rijbewijzen) voor een beperkte termijn was afgegeven, zijn geldigheid had verloren.
Hetgeen onder 1 primair, 2 en 3 meer of anders is tenlastegelegd, is niet bewezen. De verdachte moet hiervan worden vrijgesproken.
Het bewezenverklaarde is gegrond op de feiten en omstandigheden die in de bewijsmiddelen zijn vervat, zoals deze na het eventueel instellen van beroep in cassatie zullen worden opgenomen in de op te maken aanvulling op dit arrest.

Strafbaarheid van het bewezenverklaarde

Geen omstandigheid is aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het onder 1 primair, 2 en 3 bewezenverklaarde uitsluit, zodat dit strafbaar is.
Het onder 1 primair bewezenverklaarde levert op:
overtreding van artikel 5a van de Wegenverkeerswet 1994.
Het onder 2 bewezenverklaarde levert op:
overtreding van artikel 163, tweede lid, van de Wegenverkeerswet 1994.
Het onder 3 bewezenverklaarde levert op:
overtreding van artikel 107, tweede lid, van de Wegenverkeerswet 1994.

Strafbaarheid van de verdachte

De verdachte is strafbaar, omdat geen omstandigheid aannemelijk is geworden die de strafbaarheid ten aanzien van het onder 1 primair, 2 en 3 bewezenverklaarde uitsluit.

Oplegging van straffen

De politierechter heeft de verdachte voor het in eerste aanleg onder feiten 1 primair en 2 bewezenverklaarde veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 3 weken en tot een voorwaardelijke ontzegging van de rijbevoegdheid van 12 maanden met aftrek en een proeftijd van twee jaren en voor het onder feit 3 bewezenverklaarde veroordeeld tot een geldboete van € 110,00. Tevens is de inbeslaggenomen auto verbeurdverklaard.
De advocaat-generaal heeft ook ten aanzien van de strafoplegging bevestiging van het vonnis van de politierechter gevorderd.
De raadsvrouw heeft verzocht om bij het bepalen van de straf rekening te houden met het bepaalde in artikel 63 van Pro het Wetboek van Strafrecht (Sr), en om te volstaan met een taakstraf en voorwaardelijke straf. Daarnaast heeft zij verzocht de teruggave van de auto aan de verdachte te gelasten.
Het hof heeft in hoger beroep de op te leggen straffen bepaald op grond van de ernst van de feiten en de omstandigheden waaronder deze zijn begaan en gelet op de persoon en de draagkracht van de verdachte. Het hof heeft daarbij in het bijzonder het volgende in beschouwing genomen.
De verdachte heeft zich opzettelijk zodanig in het verkeer gedragen dat de verkeersregels in ernstige mate zijn geschonden. De verdachte heeft een stopteken van de politie genegeerd en tijdens de daaropvolgende achtervolging meerdere zware verkeersovertredingen met de auto begaan. Hij heeft verhinderd dat de politie hem kon passeren door zijn snelheid te verhogen, van links naar rechts te sturen en op twee rijstroken te gaan rijden. Hij is meermalen door rood licht gereden en bij een voetgangersoversteekplaats moesten voetgangers wegstappen om niet te worden geraakt. Twee fietsers moesten hard remmen om de auto te ontwijken. Tevens heeft de verdachte over de middengeleider gereden, geen richting aangegeven en over het trottoir gereden. Met deze reeks aan verkeersovertredingen heeft de verdachte de verkeersveiligheid zeer ernstig in het gevaar gebracht en zijn verantwoordelijkheid als verkeersdeelnemer op grove wijze veronachtzaamd. Dat de schade beperkt is gebleven is een gelukkig toeval. Daarnaast heeft de verdachte geweigerd mee te werken aan de ademanalyse, hoewel hij daartoe verplicht was. Door het weigeren mee te werken aan een ademtest heeft de verdachte een door het bevoegd gezag ten behoeve van de verkeersveiligheid gedaan bevel genegeerd. Tot slot heeft de verdachte een auto bestuurd terwijl zijn rijbewijs B verlopen was. Door desondanks te gaan rijden heeft de verdachte andermaal het openbaar gezag miskend en de verkeersveiligheid in gevaar gebracht.
Het hof weegt in het nadeel van de verdachte mee dat uit zijn strafblad van 26 februari 2026 blijkt dat hij eerder onherroepelijk is veroordeeld voor verkeersdelicten. Het taakstrafverbod als bedoeld in artikel 22b Sr is van toepassing.
Gelet op de ernst van de feiten en de recidive is het hof van oordeel dat niet kan worden volstaan met een andere dan een vrijheidsbenemende straf en een gedeeltelijk onvoorwaardelijke ontzegging van de bevoegdheid motorrijtuigen te besturen.
Het hof acht, alles afwegende, een gevangenisstraf voor de duur van drie weken passend en geboden.
Voorts is het hof van oordeel dat een ontzegging van de bevoegdheid motorrijtuigen te besturen van na te noemen duur moet worden opgelegd. Een deel hiervan zal voorwaardelijk worden opgelegd met een proeftijd van twee jaren. Het hof beoogt hiermee de verdachte ervan te doordringen niet opnieuw de fout in te gaan.
Daarnaast is het hof van oordeel dat ten aanzien van de overtreding onder feit 3 een geldboete moet worden opgelegd van € 110,00.
Tot slot is het onder 1 primair tenlastegelegde en bewezenverklaarde begaan met behulp van het in beslag genomen en nog niet teruggegeven voorwerp, te weten de personenauto die aan de verdachte toebehoort. De auto zal daarom worden verbeurd verklaard. Het hof acht deze maatregel niet disproportioneel, waarbij het heeft gelet op de ernst van de bewezenverklaarde feiten, de justitiële documentatie van de verdachte en de ouderdom van de inbeslaggenomen auto. Wat de raadsvrouw heeft aangevoerd doet het hof daarover niet anders oordelen.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

De op te leggen straffen is gegrond op de artikelen 14a, 14b, 14c, 23, 24, 24c, 33, 33a, 57, 62 en 63 van het Wetboek van Strafrecht en de artikelen 5a, 107, 163, 176, 177 en 179 van de Wegenverkeerswet 1994.

BESLISSING

Het hof:
Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:
Verklaart zoals hiervoor overwogen bewezen dat de verdachte het onder 1 primair, 2 en 3 tenlastegelegde heeft begaan.
Verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven is bewezenverklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij.
Verklaart het onder 1 primair, 2 en 3 bewezenverklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart de verdachte strafbaar.
Ten aanzien van het onder 1 primair en onder 2 bewezenverklaarde:
Veroordeelt de verdachte tot een
gevangenisstrafvoor de duur van
3 (drie) weken.
Ontzegt de verdachte de
bevoegdheid motorrijtuigen te besturenvoor de duur van
12 (twaalf) maanden.
Bepaalt dat een gedeelte van de bijkomende straf van ontzegging, groot
6 (zes) maanden, niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten omdat verdachte zich voor het einde van een proeftijd van
2 (twee) jarenaan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt.
Verklaart verbeurdhet in beslag genomen, nog niet teruggegeven voorwerp, te weten:
1 STK Personenauto [kenteken] (Omschrijving: PL1100-2023186170-1520444 , Zwart, merk: Volkswagen).
Ten aanzien van het onder 3 bewezenverklaarde:
Veroordeelt de verdachte tot een
geldboetevan
€ 110,00 (honderdtien euro), bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door
1 (één) dag hechtenis.
Dit arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mr. R. van der Heijden, mr. M.L.M. van der Voet en mr. A.E.M. Röttgering, in tegenwoordigheid van mr. R. Bleumers, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van 26 maart 2026.
mr. A.E.M. Röttgering is buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.