Het Gerechtshof Amsterdam heeft op 17 februari 2026 het vonnis van de rechtbank Amsterdam van 6 januari 2026 bekrachtigd waarbij appellant in staat van faillissement werd verklaard. Appellant was bestuurder van een failliet bedrijf en had zich persoonlijk verbonden als medeschuldenaar voor diverse overeenkomsten. Bidfood B.V. had een vordering ingediend wegens niet-nakoming van contractuele verplichtingen.
Appellant betwistte de vorderingen en stelde dat onvoorziene omstandigheden, zoals het niet verkrijgen van omgevingsvergunningen, hem verhinderden aan zijn verplichtingen te voldoen. Ook voerde hij aan dat sommige vorderingen verjaard of onterecht waren. Het hof oordeelde echter dat summierlijk was gebleken dat Bidfood een opeisbare vordering heeft en dat er sprake is van pluraliteit van schuldeisers.
Daarnaast werd vastgesteld dat appellant ernstige verwijten treffen als bestuurder, waaronder het niet tijdig opmaken en publiceren van jaarrekeningen, wat een belangrijke oorzaak van het faillissement was. Ondanks de betwisting van appellant kon het hof niet anders dan het faillissement bekrachtigen. Het arrest werd in het openbaar uitgesproken en kan binnen acht dagen worden aangevochten bij de Hoge Raad.