Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:GHAMS:2026:861

Gerechtshof Amsterdam

Datum uitspraak
31 maart 2026
Publicatiedatum
31 maart 2026
Zaaknummer
200.355.284/01
Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Beschikking
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 1:450 BWArt. 1:452 BWAlgemene Termijnenwet
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bekrachtiging mentorschap voor meerderjarige met verstandelijke beperking en psychiatrische stoornis

Het Gerechtshof Amsterdam heeft op 31 maart 2026 uitspraak gedaan in het hoger beroep tegen de beschikking van de kantonrechter Noord-Holland, locatie Alkmaar, waarin een mentorschap was ingesteld ten behoeve van betrokkene. Betrokkene heeft een verstandelijke beperking en een schizoaffectieve stoornis, waardoor hij duurzaam niet in staat is zijn niet-vermogensrechtelijke belangen zelf behoorlijk waar te nemen.

De vader van betrokkene was het niet eens met de benoeming van de professionele mentor en verzocht om het mentorschap op te heffen of een andere mentor te benoemen, bij voorkeur een familielid of iemand vertrouwd met de Marokkaanse cultuur. De bewindvoerder en de mentor steunden de oorspronkelijke beschikking. Tijdens de zitting werd het hoger beroep door de vader beperkt tot de persoon van de mentor.

Het hof oordeelde dat het mentorschap noodzakelijk is en dat betrokkene niet in staat is een voorkeur kenbaar te maken. Gezien de situatie en het zorgprofiel VG7 achtte het hof een onafhankelijke professionele mentor noodzakelijk. De door de vader voorgestelde persoon is geen professionele mentor en het hof zag geen bereidheid binnen de familie om het mentorschap op zich te nemen. De beschikking van de kantonrechter werd daarom bekrachtigd en het hoger beroep van de vader afgewezen.

Uitkomst: Het Gerechtshof Amsterdam bekrachtigt het mentorschap en wijst het hoger beroep van de vader af.

Uitspraak

GERECHTSHOF AMSTERDAM

Afdeling civiel recht en belastingrecht
Team III (familie- en jeugdrecht)
zaaknummer: 200.355.284/01
zaaknummer rechtbank: 11463256 MB VERZ 24-988MV
beschikking van de meervoudige kamer van 31 maart 2026 in de zaak van
[de vader] ,
wonende te [plaats A] ,
verzoeker in hoger beroep,
hierna: de vader,
advocaat: mr. J-M.F. Honders te Rotterdam,
en
Auxilium Hoorn B.V.,
verweerster in hoger beroep,
hierna: de bewindvoerder,
advocaat: mr. AJ. Butter te Hoorn.
Het hof heeft daarnaast als belanghebbenden aangemerkt:
- [betrokkene] (hierna: betrokkene);
- [X] , h.o.d.n. [X] Mentorschap (hierna: de mentor);
- [zus 1] (hierna: zus [zus 1] );
- [zus 2] (hierna: zus [zus 2] );
- [zus 3] (hierna: zus [zus 3] );
- [zus 4] , wettelijk vertegenwoordigd door [naam 1] van KOA Kantoor voor Ondersteuning B.V. te Hoorn (hierna: de curator van zus [zus 4] ).

1.De zaak in het kort

1.1
De zaak gaat over de instelling van een mentorschap ten behoeve van betrokkene.
1.2
De kantonrechter in de rechtbank Noord-Holland, locatie Alkmaar heeft in de beschikking van 24 februari 2025 (hierna: de bestreden beschikking) een mentorschap ten behoeve van betrokkene ingesteld, met benoeming van [X] Mentorschap tot mentor. De vader is het daarmee niet eens en verzoekt het mentorschap op te heffen, dan wel om te bepalen dat een andere mentor wordt benoemd. De bewindvoerder is het wel eens met de beslissing van de kantonrechter. Ook de mentor is het eens met de beslissing van de kantonrechter.

2.De procedure in hoger beroep

2.1
De vader is op 26 mei 2025 in hoger beroep gekomen van de bestreden beschikking. Dit beroepschrift is door de vader zelf, zonder tussenkomst van een advocaat, bij het hof ingediend.
2.2
Bij brief van 4 juni 2025 heeft het hof aan betrokkene meegedeeld dat het beroepschrift niet aan de wettelijke vereisten voldoet, omdat het niet door tussenkomst van een advocaat is ingediend. Daarbij is betrokkene in de gelegenheid gesteld het verzuim te herstellen door ondertekening en indiening van het oorspronkelijke beroepschrift door een advocaat. Dit verzuim is op 17 juni 2025 hersteld.
2.3
De bewindvoerder heeft op 4 oktober 2025 een verweerschrift ingediend.
2.4
De zitting heeft op 19 februari 2026 plaatsgevonden. Daarbij waren aanwezig:
- de vader, bijgestaan door zijn advocaat en door K. Lazar, een tolk in de Marokkaans-Arabische taal,
- de bewindvoerder, vertegenwoordigd door [naam 2] , bijgestaan door zijn advocaat,
- de mentor,
- de curator van zus [zus 4] ;
- [naam 3] (hierna: [naam 3] ).
2.5.
Gelet op de geestelijke toestand van de betrokkene, zoals blijkt uit de stukken en toegelicht door de bewindvoerder en de mentor, heeft het hof besloten hem niet te horen omdat het hof dat niet zinvol acht.

3.De feiten

3.1
Betrokkene is geboren [in] 1989 te [plaats A] . Hij is de zoon van [de vader] .
3.2
Bij beschikking van 12 mei 2016 heeft de kantonrechter een bewind ingesteld over de goederen die (zullen) toebehoren aan betrokkene als gevolg van zijn lichamelijke of geestelijke toestand, met benoeming van [naam 2] en [naam 4] , h.o.d.n. Auxilium Hoorn tot bewindvoerders. Bij beschikking van 11 september 2025 zijn [naam 2] en [naam 4] , h.o.d.n. Auxilium Hoorn ontslagen als bewindvoerder, onder gelijktijdige benoeming van Auxilium Hoorn B.V. tot bewindvoerder, onder gelijke condities als bij de instelling van het bewind is bepaald.

4.De omvang van het hoger beroep

4.1
De kantonrechter heeft in de bestreden beschikking een mentorschap ingesteld ten behoeve van betrokkene, met benoeming van [X] , h.o.d.n. [X] Mentorschap tot mentor.
4.2
De vader verzoekt, met vernietiging van de bestreden beschikking, het inleidende verzoek tot instelling van een mentorschap ten behoeve van betrokkene alsnog af te wijzen. Subsidiair verzoekt de vader een familielid of zijn administrateur, althans een persoon die vertrouwd is met de Marokkaanse cultuur, tot mentor te benoemen.
4.3
Ter zitting is door de vader het hoger beroep tegen het mentorschap ingetrokken. Het beroep beperkt zich tot de door de kantonrechter tot mentor benoemde persoon.
4.4
De bewindvoerder verzoekt, naar het hof begrijpt, de vader niet-ontvankelijk te verklaren in het door hem ingestelde hoger beroep dan wel de verzoeken van de vader af te wijzen.

5.De motivering van de beslissing

Het wettelijk kader
5.1
Op grond van artikel 1:450, eerste lid, Burgerlijk Wetboek (hierna: BW) kan de kantonrechter ten behoeve van een meerderjarige een mentorschap instellen indien de meerderjarige als gevolg van zijn geestelijke of lichamelijke toestand tijdelijk of duurzaam niet in staat is of bemoeilijkt wordt zijn belangen van niet-vermogensrechtelijke aard zelf behoorlijk waar te nemen.
5.2
Op grond van artikel 1:452, derde lid, BW dient de rechter bij de benoeming van de mentor de uitdrukkelijke voorkeur van de betrokkene te volgen, tenzij gegronde redenen zich tegen zodanige benoeming verzetten. Het vierde lid van dit artikel bepaalt kort gezegd dat, tenzij het derde lid wordt toegepast, bij voorkeur de echtgenoot tot mentor wordt benoemd. Is de vorige zin niet van toepassing dan wordt bij voorkeur een van de ouders, kinderen, broers of zusters tot mentor benoemd.
De standpunten
Standpunt vader
5.3
De vader vindt dat bij de procedure bij de kantonrechter geen hoor- en wederhoor heeft plaatsgevonden. Op het moment dat de zitting plaatsvond was de echtgenote van de vader (de moeder van betrokkene) terminaal ziek. Ook was zijn dochter ( [zus 4] ) opgenomen wegens een verwaarloosde kaakontsteking. Die zaken vereisten al de aandacht van de vader, waardoor hij niet bij de mondelinge behandeling op 18 februari 2025 aanwezig kon zijn. Bovendien was zijn zoon, de betrokkene, ook niet bij de zitting aanwezig en moet hij in de gelegenheid worden gesteld alsnog zijn verhaal te kunnen doen. Met betrekking tot de invulling van het mentorschap geeft de vader aan dat de relatie tussen de mentor en betrokkene niet werkbaar is; betrokkene wordt opvliegend en onhandelbaar als de mentor langskomt. Sinds de benoeming van de mentor is sprake van escalatie binnen het gezin. Dit lijkt het gevolg van de culturele afstand tussen het gezin en de mentor. Er moet een andere mentor worden benoemd. De familie kan de zorg over de betrokkene blijven dragen. Er is geen concreet onderzoek gedaan naar de bereidheid en geschiktheid van familieleden. Ook is onvoldoende meegenomen dat de familie langdurig en betrokken zorg heeft geleverd, waarbij verschillende instanties betrokken zijn geweest die nog steeds kunnen ondersteunen. De zorg voor betrokkene kan ook worden gedragen door iemand buiten de familie, die vertrouwd is met de Marokkaanse cultuur, zoals de administrateur van de vader. Zo ontstaat er geen culturele afstand. Ter zitting in hoger beroep heeft de vader aangegeven dat hij wenst dat [naam 3] als mentor wordt benoemd.
Standpunt bewindvoerder
5.4
De bewindvoerder stelt primair dat het beroep niet-ontvankelijk is omdat onduidelijk is of het stuk van de vader het hof tijdig heeft bereikt. Het is bovendien niet aannemelijk dat de vader niet beschikbaar was tijdens de zitting bij de kantonrechter. Het is onjuist dat de echtgenote van de vader toen terminaal ziek was. De ziekenhuisopname van [zus 4] was al ruim voor de zitting, te weten in augustus 2024. Betrokkene heeft een verstandelijke beperking en heeft een cognitieve ontwikkelingsleeftijd van 5-7 jaar. Hij is bekend met een schizoaffectieve stoornis. Hij is niet in staat zijn leven in te richten en heeft ondersteuning nodig op het gebied van ADL en inname van medicatie.
De bewindvoerder stelt dat betrokkene permanente begeleiding nodig heeft. De zorg die hem thuis werd geboden heeft tot grote zorgen geleid en was niet adequaat. De vader en de familie zijn op geen enkele wijze in staat de zorg voor betrokkene op zich te nemen. De betrokken instanties melden dat de situatie bij de vader zorgwekkend was. Aanleiding voor die zorgen zijn de incidenten die afgelopen tijd hebben plaatsgevonden. In juni 2025 is betrokkene in het ziekenhuis opgenomen vanwege een overdosis medicatie. Het ziekenhuis heeft Veilig Thuis toen ingeschakeld. Niemand van de familie die de zorg zou kunnen dragen heeft zich aangeboden toen de hulpverlening contact zocht met de familie. Er is geen familielid bereid om mentor te worden. De vader draagt ook geen familielid voor. Daarnaast is de door de vader voorgestelde mentor, [naam 3] , geen professionele mentor. Hij is niet bekend bij de hulpverlening als het gaat om zorg. Een voorkeur van betrokkene is ook niet aan de orde, gezien zijn verstandelijke beperking en psychiatrische problematiek. De vader heeft geen omstandigheden genoemd waaruit blijkt dat de situatie in het gezin is geëscaleerd sinds de benoeming van de mentor. Juist de thuissituatie bij de vader heeft geleid tot escalatie, waarbij hij niet adequaat heeft gehandeld. Naar aanleiding daarvan heeft de mentor in september 2025 een crisisopname voor betrokkene geregeld. Sinds de opname is er vooruitgang geboekt en de opname heeft een positieve uitwerking op betrokkene.
De mentor heeft bewerkstelligd dat in december 2025 het zorgprofiel voor betrokkene is verhoogd naar VG7. Alleen een-op-een behandeling is mogelijk.
Standpunt mentor
5.5
De mentor ziet betrokkene minstens eenmaal per maand. Volgens de mentor is sprake van een stabiele situatie. Betrokkene heeft intensieve zorg en begeleiding nodig. Er is een goed contact en samenwerking tussen de begeleiders en betrokkene. Betrokkene zal op korte termijn geplaatst worden in een instelling die passende zorg kan bieden.
Het is de mentor niet gelukt om met de vader de spreken. De mentor is bij de vader langs geweest, maar hem is de deur gewezen.
Standpunt curator van de zus
5.6
De curator benadrukt dat een professionele mentor nodig is. [naam 3] is dat niet.
Sinds de benoeming van de mentor is er rust, ook voor betrokkene zelf. Door de inspanningen van de mentor zijn de persoonlijke omstandigheden van betrokkene verbeterd en zijn er ook geen meldingen meer dat betrokkene op straat rondloopt en mensen bedreigt.
Informatie [naam 3]
5.7
[naam 3] werkt als vrijwilliger, op persoonlijke titel. [naam 3] is bereid om te bemiddelen in het contact tussen de mentor en de vader (en diens kinderen). [naam 3] is van mening dat de mentor wat heeft bereikt en hoopt dat betrokkene in Wognum geplaatst kan worden zodat [naam 3] samen met de vader bij betrokkene op bezoek kan gaan.
De beoordeling door het hof
Ontvankelijkheid beroepschrift
5.8
De vader is op 26 mei 2025 tijdig in hoger beroep gekomen van de bestreden beschikking. De beroepstermijn van drie maanden eindigde op 24 mei 2025. Dat was een zaterdag. Gelet op de Algemene Termijnenwet geldt maandag 26 mei 2025 als laatste dag van de termijn
.
Hoor en wederhoor
5.9
Het hof overweegt dat de vraag in het midden kan blijven of in de procedure bij de kantonrechter het beginsel van hoor-en wederhoor is geschonden. Eventuele tekortkomingen in de procedure bij de kantonrechter kunnen in hoger beroep namelijk worden hersteld. In hoger beroep is de vader gehoord en heeft hij zijn standpunt kunnen toelichten en heeft hij daarvan ook gebruik gemaakt. Het beginsel van hoor-en wederhoor is in acht genomen. Van het horen van de betrokkene heeft het hof om gegronde redenen, zoals hiervoor onder 2.5 vermeld, afgezien.
Persoon van de mentor
5.1
Uit de stukken en het verhandelde ter zitting blijkt naar het oordeel van het hof dat betrokkene niet voldoende in staat is om zijn uitdrukkelijke voorkeur (artikel 1:452 lid 3 BW Pro) kenbaar te maken. Op grond van artikel 1:452 lid 4 BW Pro dient bij voorkeur een familielid te worden benoemd als mentor bij afwezigheid van een levensgezel. Het hof ziet in de persoonlijke omstandigheden van de betrokkene en de gezinssituatie grond om hiervan af te wijken.
5.11
Het hof is van oordeel dat het noodzakelijk is dat de niet-vermogensrechtelijke belangen van betrokkene worden behartigd door een onafhankelijke professionele mentor. Het hof overweegt daartoe als volgt.
Betrokkene heeft een verstandelijke beperking en heeft een cognitieve ontwikkelingsleeftijd van hooguit 5 jaar. Hij is bekend met een schizoaffectieve stoornis. Vast staat dat hij duurzaam niet in staat is zijn belangen van niet-vermogensrechtelijke aard zelf behoorlijk waar te nemen. Betrokkene is op het zorgprofiel VG7 ingeschaald. Deze zorg is er voor mensen met een verstandelijke beperking die behoefte hebben aan zeer intensieve begeleiding, behandeling en verzorging vanwege ernstige psychische en/of gedragsproblemen. Voor betrokkene betekent dit, dat een-op-een behandeling en begeleiding noodzakelijk is.
De vader heeft verzocht een familielid of administrateur tot mentor te benoemen, maar hij heeft geen concreet persoon als mentor voorgedragen terwijl ook niet van bereidheid bij de familie is gebleken. Aan dit verzoek gaat het hof dan ook voorbij.
Sinds het mentorschap is ingesteld en de mentor de zorg voor betrokkene op zich heeft genomen is zijn situatie en verzorging aanzienlijk verbeterd en gaat het naar omstandigheden beter met hem. Door de inspanningen van de mentor wordt aan betrokkene de benodigde zorg geboden en is zicht op een plek in een instelling die langdurig passende zorg aan betrokkene kan bieden. Zowel de bewindvoerder als de curator van de zus onderstrepen het belang van een professionele mentor.
Ter zitting in hoger beroep is gebleken dat [naam 3] bij de vader is betrokken en hem helpt bij praktische zaken, maar geen professionele mentor is. Aan het verzoek om [naam 3] te benoemen tot mentor gaat het hof op grond van het vorengaande dan ook voorbij. De beschikking van de rechtbank zal worden bekrachtigd.

6.De beslissing

Het hof:
bekrachtigt de beschikking van de kantonrechter in de rechtbank Noord-Holland, locatie Alkmaar van 24 februari 2025;
wijst af het in hoger beroep meer of anders verzochte.
Deze beschikking is gegeven door mr. J. Schoemaker, mr. J.M. van Baardewijk en mr. D.H. Steenmetser-Bakker, in tegenwoordigheid van mr. S.G. Risseeuw als griffier en is op 31 maart 2026 in het openbaar uitgesproken door de voorzitter.