De verdachte werd op 23 november 2023 door de economische politierechter veroordeeld bij verstek. Tegen dit vonnis stelde de verdachte op 23 februari 2024 hoger beroep in, wat buiten de wettelijke termijn viel.
Het hof nam kennis van de vordering van de advocaat-generaal die stelde dat het hoger beroep te laat was ingesteld en derhalve niet-ontvankelijk verklaard moest worden. De verdachte was op de hoogte van de zitting bij de politierechter, waardoor de termijn van veertien dagen na de uitspraak van toepassing was.
Daarnaast werd vastgesteld dat de mededeling van de uitspraak op 18 december 2023 in het digitale portaal was geplaatst en dat de verdachte op 5 februari 2024 had ingelogd, wat eveneens onvoldoende was om de termijn te respecteren.
Het hof oordeelde dat het hoger beroep niet binnen de wettelijke termijn was ingesteld en verklaarde de verdachte daarom niet-ontvankelijk. Het arrest werd uitgesproken op 17 maart 2026 door de meervoudige economische strafkamer van het gerechtshof Amsterdam.