Uitspraak
1.Onderzoek van de zaak
17 maart 2026 en naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in eerste aanleg.
2.Tenlastelegging
3.Vonnis waarvan beroep
4.Bewijsoverweging
bewustheeft aanvaard. Zwaar lichamelijk letsel kan wel bewezen worden; de verdediging refereert zich dan ook aan het oordeel van het hof ten aanzien van het subsidiair tenlastegelegde.
very severe). Ook heeft de arts overwogen dat in de borst- en buikregio zich belangrijke structuren bevinden zoals organen, (slag)aders en zenuwen, zodat een scherpe krachtsinwerking, zoals contact met een scherprandig/scherppuntig voorwerp, daaraan potentieel levensbedreigend letsel kan veroorzaken.
5.Bewezenverklaring
primairtenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande dat:
[slachtoffer] opzettelijk van het leven te beroven, verdachte, met dat opzet, meermaals met een mes heeft gestoken in de linkerschouder en bovenbuikstreek en de borststreek en/of de rug van die [slachtoffer] , terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid.
6.Bewijsmiddelen
Het is juist dat ik in de avond van 21 november 2023 in de woning van mijn ex-vrouw in Hoorn ben geweest, waar ik [slachtoffer] heb gestoken, die drie steekwonden heeft opgelopen.
Op 22 november 2023 waren wij, verbalisanten, ter plaatse in het ziekenhuis bij de heer [slachtoffer] . Ik, verbalisant, vroeg aan [slachtoffer] hoe het met hem ging en ik hoorde hem het volgende verklaren: “Ik ben gestoken bij mijn linkerschouder, in mijn buik en in mijn borst, waarbij mijn long doorboord is. Zij, mijn collega, woont daar en het is haar huis. Ik zat daar gewoon. Ik had eten gehaald en ineens komt hij binnen. Hij vroeg wie ik was. Hij liep toen naar boven. Toen hij daarna terugkwam, werd hij heel boos op mij. Hij begon te schreeuwen en ruzie te maken. Ineens zie ik dat hij een mes openklapt en op mij in gaat steken. Ik heb nog met een stoel geprobeerd hem af te weren. Ik voelde dat hij mij stak met dat mes. Ik ben dat huis uitgerend en naar het ziekenhuis gereden.
Ik doe aangifte van een feit gepleegd op 21 november 2023 tussen 19.00 uur en 19.15 uur. Ik heb een steekwond in mijn buik en onder mijn linker oksel en ik ben een keer in mijn rug gestoken. Kort nadat ik bij [getuige] was aangekomen kwam hij naar binnen. Hij vroeg wie ik was. Toen hoorde ik hem zeggen: “niet bij mijn kinderen” of zo. Toen liep hij naar boven. Toen kwam hij naar beneden. Ik zag dat hij een zwart mes uit zijn jaszak pakte en open klapte. Ik denk dat het lemmet ongeveer zo lang was als een pen. Ik zat nog steeds op dat moment. Toen begon hij op mij in te steken. Ik ben opgestaan. Met de stoel heb ik me verdedigd. Ik kon wonderbaarlijk naar het ziekenhuis gaan. Ik ben zelf naar het ziekenhuis gereden. Ik heb twee liter bloed verloren.
U heeft mij gevraagd om medische gegevens te beoordelen van dhr. [slachtoffer] , geboren
[geboortedag 2] -1987. Er is medische informatie opgevraagd bij het [geboorteplaats 2] ziekenhuis, locatie Hoorn , met toestemming van meneer zelf. Hieronder een weergave van de relevante informatie van de correspondentie.
Meneer is op 21-11-2023 in het ziekenhuis opgenomen in verband met drie steekverwondingen.
Er was sprake van drie steekverwondingen aan de romp. Bij de steekwonden aan de rug (ter hoogte van het linker schouderblad) en buik (net boven de navel) was sprake van huidbeschadiging. Bij de steekwond in de okselregio was sprake van een (slagaderlijke) bloeding. Er was sprake van een klaplong links en letsel aan de linker long (kneuzing en/ of bloeding).
Bloedtransfusies en vocht via het infuus; pijnstillende medicatie; behandeling van de klaplong door middel van een drain (slangetje door de borstkas waardoor lucht en/of vocht de borstkas uit kan, zodat de long ontplooit). De drain is na twee dagen verwijderd; operatieve behandeling van de (slagaderlijke) bloeding in de borstkas ter hoogte van de linker oksel, bestaande uit onderbinden van de bloedende aders.
Ik woon op de [adres] . [verdachte] en ik hebben een relatie gehad. Op 11 november 2023 rond 19.00 uur was ik boven in mijn woning en kwam [verdachte] naar boven lopen. Hij zei: kom naar beneden nu. Ik zag dat hij boos was. Ik hoorde het ook aan de toon van zijn stem. Ik vroeg [verdachte] wat er was, hij zei: kom naar beneden. Ik ben toen samen met [verdachte] naar beneden gelopen. Ik zag dat [slachtoffer] aan tafel zat. Ik zag dat [verdachte] boos was en hij verhief zijn stem. Ik zag dat [verdachte] op [slachtoffer] af stormde. [slachtoffer] zat op dat moment op de stoel. [verdachte] stond. [slachtoffer] heeft toen snel een stoel gepakt en daarmee heeft hij zich verweerd. om [verdachte] van zich af te weren. Ik zag dat [verdachte] hem dus te lijf ging. Ik ben toen snel naar boven gegaan.
Spreker 1: Ik heb die dochter van die hoer tien keer gezegd ‘kerel, je loopt dingen uit te vreten. Of je gaat trouwen of wat je ook gaat uitvreten; maar neem hem niet mee naar mijn kinderen’. ‘Ok, ik neem hem niet mee. Hij heeft geen contact met de kinderen. Hij ziet je kinderen niet’. Dit en dat. Ik zei ‘doe lekker wat je wil, zolang je hem maar niet bij mijn kinderen brengt’. Broer, ik ging toen naar huis en ik had zo’n voorgevoel hè. (…) Ik kwam daar en een hoerenkind zat daar gewoon te eten. Zie je, toen draaide ik verdomme helemaal door en heb ik hem in elkaar geslagen. Toen heb ik het mes vastgepakt en heb ik hem verneukt. Ik heb hem gewoon overal gestoken. Toen (…) is hij weggerend.
Aanvullende overweging:Het hof overweegt dat uit de inhoud van het proces-verbaal van bevindingen van 22 november 2023, doorgenummerde dossierpagina’s 84-85, volgt dat ‘spreker 1’ de verdachte betreft.
7.Strafbaarheid van het bewezenverklaarde
8.Strafbaarheid van de verdachte
9.Oplegging van straf
10.Beslag
11.Vordering van de benadeelde partij [slachtoffer]
€ 10.495,00 (€ 495,00 aan materiële schade en € 10.000,00 aan immateriële schade). De benadeelde partij heeft zich in hoger beroep opnieuw gevoegd tot het bedrag van de oorspronkelijke vordering.
€ 495,00 (gelijk aan de vordering). De verdachte is tot vergoeding van die schade gehouden zodat de vordering tot dat bedrag zal worden toegewezen. Ten aanzien van de post f., de toekomstige schade, zal het hof de benadeelde partij niet-ontvankelijk in de vordering verklaren. De benadeelde partij kan de vordering voor dat gedeelte slechts bij de burgerlijke rechter aanbrengen.
[bedrijf 1], Den Haag: [bedrijf 2] 2025). Mede gelet daarop acht het hof een bedrag van € 15.000,00 billijk, zodat de vordering tot dat bedrag zal worden toegewezen.
12.Toepasselijke wettelijke voorschriften
13.BESLISSING
gevangenisstrafvoor de duur van
5 (vijf) jaren.
teruggaveaan de verdachte van de in beslag genomen, nog niet teruggegeven voorwerpen, te weten:
- Jas (omschrijving: PL1100-2023250705-1547972, grijs);
- GSM (omschrijving: PL1100-2023250705-G1547987, wit, merk: Apple).
€ 15.495,00 (vijftienduizend vierhonderdvijfennegentig euro) bestaande uit € 495,00 (vierhonderdvijfennegentig euro) materiële schade en € 15.000,00 (vijftienduizend euro) immateriële schade, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de hierna te noemen aanvangsdatum tot aan de dag der voldoening.
[slachtoffer] , ter zake van het primair bewezenverklaarde een bedrag te betalen van € 15.495,00 (vijftienduizend vierhonderdvijfennegentig euro) bestaande uit € 495,00 (vierhonderdvijfennegentig euro) materiële schade en € 15.000,00 (vijftienduizend euro) immateriële schade, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de hierna te noemen aanvangsdatum tot aan de dag der voldoening.
21 november 2023.