Uitspraak
GERECHTSHOF AMSTERDAM
1.De zaak in het kort
2.Het geding in hoger beroep
3.Feiten
As we move toward one [appellant] , the overall organizational structure for the Legal function
“As mentioned in out telephone call on March 30 and our subsequent meeting in Hoofddorp, I was surprised to receive your e-mail late on March 29 as this was not something we had ever discussed before. In fact, for the past 6 months we only discussed options that would expand my scope of responsibilities. The reporting line change effectively downgrades my position and creates an intermediate level between the VP and GC position. The change removes the strategic responsibilities and autonomy that define the [functie 2] role as the head of Legal in the business unit, and the direct accountability towards the CEO. (…)”
I therefore respectfully ask that the changes announced concerning my position on April 2 are retracted and that my role and reporting line remain unchanged.”
(...) 1 agree that it’s best to leave your role and reporting line intact (...)”
Overall Performance Rating - Outstanding”
[naam 14] : Since this is taking place next Tuesday, we agree to let you present on the panel (though I note your title does not include International Operations). We expect to send you over the weekend our offer, and thanks for providing a list you upcoming speaking engagements. Please let me know if the list is comprehensive. Thanks. [naam 13]”
The list that was included in the e-mail (...) of 12 June 2024 is a complete overview of
My client prefers to continue his work in the usual way. I understand from your email that the employment contract of my client has not been amended and that the existing reporting lines also remain intact, i.e. he will continue to report in the usual manner to the CEO of [appellant] Express. (…)
(…) I refer to my email dated June 24, and note that your client has not been given permission to perform these speaking engagements, incur costs and spend time preparing and
(...) Parties seemed to have agreed that my client could continue his work in the usual way. However, I understand from my client that he is still not being enabled to perform his job as usual, despite the fact that you wrote in your email of 1 July 2024 that my client will again be invited to [naam 5] ’s staff meetings and put on his direct repots mailing list. (…)
“We received word that you attended the [naam 10] Sustainable Transport 2024 event as a speaker yesterday. In this event, you were representing [appellant] and you presented yourself as the ‘SVP Legal, [functie 2] , Head of Sustainability’. (…) You know that we instructed you not to speak at all the other events including the [naam 10] Sustainable Transport 2024 and that we instructed you to always use the correct title that has been given to you. (…) We will start an investigation to gather the facts regarding this event, your attendance and your actions related to this. We consider the mediation tomorrow not to be opportune and therefore have decided to cancel it. (…)”
“I was quite taken back when I saw your e-mail at the end of my day yesterday. I have been working with Communications on this event for several weeks. They prepared the talking points, worked with the event producers and assured me they secured all approvals in the US. (…) It is unfortunate that the mediation session of this morning was cancelled at the last minute since everyone has freed up their agendas for this. I am looking forward to starting that process back up as soon as possible. I think it will be very useful for all involved.”
4.Het verzoek in eerste aanleg en in hoger beroep
€ 329.141,18 bruto;
€ 500.000,00 bruto terug te betalen;
5.Beoordeling
direct reports mailing list”(zie bij de feiten onder 3.22 en 3.23). Dat [appellant] dit vervolgens heeft nagelaten, heeft [appellant] onvoldoende betwist en wordt bovendien bevestigd door het feit dat de advocaat van [geïntimeerde] op 17 juli 2024 nogmaals heeft gevraagd om [geïntimeerde] toe te laten tot de staff meetings en de mailinglist van [naam 7] (zie bij de feiten onder 3.24) en doordat [naam 7] verrast en geërgerd was dat [geïntimeerde] zich uiteindelijk op 8 augustus 2024 zelf uitnodigde voor de staff meetings van [naam 7] . [appellant] is de gemaakte afspraak niet nagekomen en heeft de afspraak kennelijk niet teruggekoppeld aan de betrokken personen, waarmee [appellant] de relatie met [geïntimeerde] onnodig verder onder druk heeft gezet.
I have discussed your email dated juni 12 with [naam 3]”, en waarvan [geïntimeerde] in een e-mail van 22 juni 2024 aan [naam 3] schreef dat het een compleet overzicht van de evenementen betrof. Omdat [naam 3] tijdens de bespreking van 18 juli 2024 aan [geïntimeerde] had gemeld de e-mail van 22 juni 2024 niet te hebben gezien en had gevraagd die nogmaals toe te zenden, heeft [geïntimeerde] deze e-mail nogmaals doorgezonden aan [naam 3] op 22 juli 2024. Indien [naam 3] desondanks niet op de hoogte was van het evenement, zoals [appellant] betoogt, dan is dat aan hemzelf te wijten omdat hij de lijst met evenementen aantoonbaar toegezonden heeft gekregen. Met de doorzending van de e-mail op 22 juli 2024 aan [naam 3] en expliciete toestemming van de afdeling communicatie van 23 augustus 2024, mocht [geïntimeerde] ervan uitgaan dat hij alsnog toestemming had gekregen van [appellant] om op 3 september 2024 op het evenement te spreken en dat het eerder op 24 juni 2024 en 1 juli 2024 gegeven verbod daarmee was achterhaald. Gezien het voorgaande heeft [appellant] [geïntimeerde] ten onrechte beschuldigd de afspraken niet te hebben nageleefd.
€ 251.784,39 bruto bedraagt indien de LTI-vergoedingen niet worden meegenomen. Die berekening komt het hof juist voor en is door [geïntimeerde] niet (voldoende) betwist, zodat die tot uitgangspunt wordt genomen. Het hof zal bepalen dat [appellant] € 251.784,39 bruto aan transitievergoeding verschuldigd is en [geïntimeerde] veroordelen tot terugbetaling van het verschil met de aan hem door [appellant] betaalde transitievergoeding van € 329.141,18 bruto (te weten
€ 77.356,79 bruto), te vermeerderen met de wettelijke rente daarover zoals [appellant] heeft verzocht.
€ 24.004,00 aan 10 maanden gemiste pensioenpremies). De inkomstenderving vanwege de misgelopen vrijval van aandelen en opties berekent het hof op dezelfde wijze als de kantonrechter dat heeft gedaan in onderdeel 5.37 van de bestreden beschikking, maar dan over een periode van tien in plaats van zes maanden. [appellant] heeft weliswaar aangevoerd dat de opties en aandelen niet zouden zijn vrijgevallen, althans dat de vrijgevallen opties en aandelen grotendeels onder water stonden en geen waarde zouden vertegenwoordigen, maar heeft dit niet onderbouwd zodat het hof aan die betwisting als onvoldoende gemotiveerd voorbijgaat. Verder heeft [appellant] aangevoerd dat ten onrechte is aangesloten bij de aandelenprijs van de laatste dag van het dienstverband (31 januari 2025) en bij de wisselkoers van USD naar EUR zoals gehanteerd in het verzoekschrift (november 2024), maar onvoldoende toegelicht welke aandelenprijs en wisselkoers dan wel hadden moeten worden gebruikt. [appellant] heeft toegelicht dat het moment dat de aandelen en opties zouden vrijvallen en [geïntimeerde] deze kon laten uitkeren had moeten worden gehanteerd, maar niet toegelicht op welk moment dat in de hypothetische situatie zou zijn geweest en waartoe (tot welke bedragen) dat zou moeten leiden, zodat het hof daaraan als onvoldoende gemotiveerd voorbijgaat. Dat betekent dat er in de tien maanden dat de arbeidsovereenkomst langer zou hebben geduurd (6.433/36*10 =) 1.786,94 opties zouden zijn vrijgevallen en (1.451/36*10=) 403,06 aandelen. Uitgaande van een gemiddelde prijs per optie van $ 148.982,98/6433 maal 1.786,94 opties gaat het om een bedrag van
$ 41.384,06 * 0,9650 = € 39.935,62 aan opties. Uitgaande van een gemiddelde prijs per aandeel van $ 768.652,74/1.451 maal 403,06 aandelen gaat het om een bedrag van
$ 213.517,00 * 0,9650 = € 206.043,91 aan aandelen. De inkomstenderving vanwege misgelopen vrijval aan aandelen en opties komt daarmee afgerond neer op € 245.980,00 aan opties en aandelen.
€ 759.264,00 bruto (€ 556.284,00 plus € 245.980,00 minus € 43.000,00). Daarmee acht het hof [geïntimeerde] voldoende gecompenseerd voor het ernstig verwijtbaar handelen door [appellant] . De tweede beroepsgrond van [geïntimeerde] in incidenteel hoger beroep slaagt en de tweede beroepsgrond van [appellant] in principaal hoger beroep slaagt niet.