Uitspraak
GERECHTSHOF AMSTERDAM
1.De zaak in het kort
2.Het geding in hoger beroep
3.Feiten
4.Procedure bij de kantonrechter
5.Vordering in hoger beroep
6.Beoordeling
€ 3.870,00(tarief II, 3 punten)
Gerechtshof Amsterdam
De huurder [appellant] heeft sinds 2011 een woning gehuurd van Stichting Woonwaard Noord-Kennemerland. Vanaf medio 2018 zijn er diverse klachten binnengekomen over ernstige overlast veroorzaakt door haar en haar toenmalige partner. Ondanks herhaalde waarschuwingen en pogingen tot hulpverlening bleef de overlast voortduren, met meldingen tot begin 2021 en opnieuw vanaf mei 2024.
Woonwaard heeft meerdere brieven gestuurd, huisbezoeken aangekondigd en gesprekken geprobeerd te voeren, maar [appellant] reageerde onvoldoende en de overlast bleef aanhouden. De kantonrechter heeft daarop de vordering tot ontruiming toegewezen, met een termijn van veertien dagen na betekening. De ontruiming vond uiteindelijk plaats op 22 mei 2025.
In hoger beroep betoogde [appellant] dat de ontruiming disproportioneel was en in strijd met haar rechten op grond van artikel 8 EVRM Pro, mede vanwege haar psychische gesteldheid en gebrek aan alternatieve woonruimte. Het hof oordeelde echter dat zij onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat haar persoonlijke omstandigheden zwaarder wegen dan het belang van Woonwaard en de omwonenden bij een veilige en rustige woonomgeving.
Het hof stelde vast dat er ook na het vonnis nieuwe klachten waren en dat [appellant] onvoldoende had meegewerkt aan hulpverlening. De grieven faalden en het hof bekrachtigde het vonnis tot ontruiming, veroordeelde [appellant] in de proceskosten en verklaarde de kostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt het vonnis tot ontruiming van de woning wegens structurele ernstige overlast veroorzaakt door de huurder.