ECLI:NL:GHAMS:2026:917
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- L. Alwin
- I.A. van der Burg
- A.L. Bervoets
- Rechtspraak.nl
Afwijzing schorsing en zekerheidstelling proceskosten in hoger beroep civiele zaak
In deze civiele hogerberoepszaak vordert appellant de schorsing van de uitvoerbaarheid bij voorraad van het vonnis van de kantonrechter en zekerheidstelling voor proceskosten van geïntimeerde. Het bestreden vonnis veroordeelde appellant tot betaling van € 15.000,- plus rente en proceskosten, uitvoerbaar bij voorraad.
Het hof overweegt dat op grond van artikel 353 lid 2 Rv Pro van geïntimeerde geen zekerheidstelling kan worden verlangd, zodat de vordering daartoe wordt afgewezen. De vordering tot schorsing van de tenuitvoerlegging wordt eveneens afgewezen omdat appellant onvoldoende concreet heeft gesteld dat er een reëel restitutierisico bestaat dat zwaarder weegt dan het belang van geïntimeerde bij onmiddellijke tenuitvoerlegging.
De kosten van de incidenten worden aangehouden tot het eindarrest in de hoofdzaak. De hoofdzaak wordt verwezen naar de rol voor memorie van antwoord door geïntimeerde. Het arrest is gewezen door drie raadsheren en op 31 maart 2026 in het openbaar uitgesproken.
Uitkomst: De incidentele vorderingen tot schorsing van de tenuitvoerlegging en zekerheidstelling voor proceskosten worden afgewezen.