ECLI:NL:GHAMS:2026:932
Gerechtshof Amsterdam
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep geslachtsnaamkeuze minderjarige na overlijden vader
De zaak betreft de vaststelling van de geslachtsnaam van twee minderjarige kinderen na het overlijden van hun vader in 2024. De rechtbank had eerder bepaald dat de kinderen de achternaam van de vader zouden dragen. De moeder kwam in hoger beroep en verzocht om de kinderen een dubbele achternaam te geven, bestaande uit haar eigen naam en die van de vader, dan wel alleen haar naam te behouden.
De moeder vreesde vanwege een lopende strafzaak rondom de moord op de vader dat het dragen van diens achternaam de veiligheid van de kinderen zou kunnen schaden. Het hof stelde vast dat het ouderschap van de vader onherroepelijk was vastgesteld en dat de moeder een verklaring omtrent de naamskeuze had afgelegd conform artikel 1:5 lid 9 BW Pro.
Het hof oordeelde dat de wet geen tussenstreepje tussen de achternamen toestaat, maar dat de dubbele naam zonder streepje kan worden gevoerd. Het verzoek van de moeder werd dan ook opgevat als een dubbele achternaam zonder streepje. Het hof vernietigde het eerdere vonnis voor zover het de geslachtsnaam betrof en stelde vast dat de kinderen de dubbele achternaam van moeder en vader zullen dragen. De bijzondere curator werd ontslagen, behalve bij cassatieberoep.
Uitkomst: Het hof stelt vast dat de kinderen de dubbele geslachtsnaam van moeder en vader dragen en vernietigt het eerdere besluit voor zover het de geslachtsnaam betreft.