ECLI:NL:GHAMS:2026:941
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid verdachte in hoger beroep wegens intrekking bezwaren
Het gerechtshof Amsterdam behandelde het hoger beroep van verdachte tegen het vonnis van de kinderrechter van 12 september 2025. De advocaat-generaal vorderde niet-ontvankelijkheid van verdachte in het hoger beroep. Tijdens de terechtzitting gaf de huidige raadsvrouw namens verdachte aan dat verdachte het hoger beroep niet langer wilde handhaven, waarmee hij de eerder opgegeven bezwaren introk.
Het hof concludeerde dat verdachte geen rechtens te respecteren belang heeft bij voortzetting van het hoger beroep. Op grond van artikel 416, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering werd verdachte daarom niet-ontvankelijk verklaard in het hoger beroep.
Het arrest werd uitgesproken door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam op 19 maart 2026. De jongste raadsheer kon het arrest niet medeondertekenen.
Uitkomst: Verdachte wordt niet-ontvankelijk verklaard in het hoger beroep wegens intrekking van het hoger beroep en gebrek aan belang.