ECLI:NL:GHAMS:2026:944
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid verdachte in hoger beroep wegens intrekking
In deze strafzaak was hoger beroep ingesteld tegen het vonnis van de kantonrechter van 27 oktober 2025. De verdachte, geboren in 2008, was in eerste aanleg veroordeeld en stelde hoger beroep in tegen de bewezenverklaring en de strafmaat.
Tijdens de procedure gaf de advocaat van de verdachte op 16 maart 2026 aan dat de verdachte wenste te berusten in het vonnis en het hoger beroep niet langer wilde handhaven. Het hof overwoog dat hierdoor de eerder opgegeven bezwaren waren ingetrokken en dat er geen rechtens te respecteren belang meer bestond bij verder onderzoek.
Op grond van artikel 416, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering verklaarde het hof de verdachte niet-ontvankelijk in het hoger beroep. De uitspraak werd gedaan door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam op 19 maart 2026.
Uitkomst: Verdachte is niet-ontvankelijk verklaard in het hoger beroep wegens intrekking.