Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:GHAMS:2026:946

Gerechtshof Amsterdam

Datum uitspraak
2 april 2026
Publicatiedatum
8 april 2026
Zaaknummer
23-002565-25
Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 63 Sr
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bevestiging vonnis jeugdige verdachte openlijk geweld tegen goederen en personen

In deze zaak heeft het gerechtshof Amsterdam het hoger beroep behandeld van een jeugdige verdachte die werd veroordeeld voor openlijk geweld tegen goederen en personen. Het hof heeft het vonnis van de kinderrechter van 28 oktober 2025 bevestigd, waarbij een taakstraf van 40 uur en 20 dagen jeugddetentie werd opgelegd.

Tijdens de terechtzitting in hoger beroep op 19 maart 2026 heeft het hof kennisgenomen van de vorderingen van de advocaat-generaal en de verdediging. Het hof zag geen aanleiding om af te wijken van de waardering van de ernst van het feit en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte zoals door de kinderrechter vastgesteld.

Het hof heeft voorts aangegeven dat de door de kinderrechter gebruikte bewijsmiddelen nader zullen worden uitgewerkt indien er cassatie wordt ingesteld. Het arrest is uitgesproken door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam op 2 april 2026.

Uitkomst: Het gerechtshof bevestigt het vonnis van de kinderrechter met een taakstraf van 40 uur en 20 dagen jeugddetentie.

Uitspraak

afdeling strafrecht
parketnummer: 23-002565-25
datum uitspraak: 2 april 2026
TEGENSPRAAK
Arrest van het gerechtshof Amsterdam gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de kinderrechter in de rechtbank Noord-Holland van 28 oktober 2025 in de strafzaak onder parketnummer 15-262113-24 tegen
[verdachte],
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 2009,
adres: [adres] .

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van 19 maart 2026 en naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in eerste aanleg.
Namens de verdachte is hoger beroep ingesteld tegen voormeld vonnis.
Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen de verdachte en de raadsman naar voren hebben gebracht.
De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het hof het vonnis waarvan beroep zal bevestigen.

Vonnis waarvan beroep

Het hof verenigt zich met het vonnis waarvan beroep.
In hetgeen in hoger beroep naar voren is gekomen ziet het hof in het bijzonder geen aanleiding om de ernst van het feit dan wel de persoonlijke omstandigheden van de verdachte anders te waarderen dan de kinderrechter heeft gedaan. Het hof zal het vonnis dus bevestigen met dien verstande dat het hof
  • de door de kinderrechter gebezigde bewijsmiddelen zal uitwerken indien beroep in cassatie wordt ingesteld;
  • aan de toepasselijke artikelen artikel 63 van Pro het Wetboek van Strafrecht toevoegt.

BESLISSING

Het hof:
Bevestigt het vonnis waarvan beroep met inachtneming van het hiervoor overwogene.
Dit arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mr. M.J.A. Duker, mr. M. Iedema en J.H. van der Werff, in tegenwoordigheid van mr. A.M. van Tilburg, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van 2 april 2026.
De jongste raadsheer is buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.
=========================================================================
[…]