ECLI:NL:GHAMS:2026:983
Gerechtshof Amsterdam
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Verlenging machtiging uithuisplaatsing van minderjarige kinderen in netwerkpleeggezin
De zaak betreft de verlenging van de machtiging tot uithuisplaatsing van twee minderjarige kinderen, [minderjarige 1] en [minderjarige 2], die sinds juni 2020 bij hun pleegmoeder, de zus van de moeder, wonen. De moeder oefent het gezag uit en is het niet eens met de verlenging van de machtiging tot 26 augustus 2026, omdat zij vindt dat de kinderen weer bij haar kunnen wonen.
De moeder heeft positieve stappen gezet, zoals het verbeteren van haar woonsituatie, het volgen van therapie en het onderhouden van een goede omgang met de kinderen. De gecertificeerde instelling (GI) en de Raad voor de Kinderbescherming stellen echter dat de moeder onvoldoende openheid en medewerking toont, wat het zicht op haar draagkracht belemmert. Ook is de verstandhouding tussen moeder en pleegmoeder recent verslechterd, wat belastend is voor de kinderen.
Het hof heeft een deskundigenonderzoek gelast dat niet kon worden uitgevoerd vanwege gebrek aan medewerking van de moeder. Het hof oordeelt dat een nieuw onderzoek te belastend zou zijn voor de kinderen, die vooral behoefte hebben aan rust en duidelijkheid. Het hof onderschrijft het standpunt van de GI dat het perspectief van de kinderen niet langer bij de moeder ligt en bekrachtigt de verlenging van de machtiging tot uithuisplaatsing.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt de verlenging van de machtiging tot uithuisplaatsing en wijst het verzoek van de moeder tot terugplaatsing af.