De zaak betreft een geschil tussen ouders over vervangende toestemming voor psychologische evaluatie en behandeling van hun kinderen, contactherstel tussen vader en kinderen, en de hoogte van de kinderalimentatie.
De rechtbank wees verzoeken van de moeder tot vervangende toestemming en hogere alimentatie af, en het verzoek van de vader tot hervatting van de zorgregeling. Beide partijen gingen in hoger beroep. Het hof oordeelt dat onvoldoende zicht is op de situatie van de kinderen en verzoekt de raad een onderzoek te verrichten naar contactmogelijkheden, belemmeringen, en benodigde behandeling. De zaak wordt pro forma aangehouden tot 7 februari 2027.
Ten aanzien van de kinderalimentatie stelt het hof vast dat de vader sinds 15 januari 2026 een vast inkomen heeft in Denemarken. Op basis van draagkrachtberekeningen wijzigt het hof de alimentatie tot €102 per kind per maand vanaf die datum. Er wordt geen zorgkorting toegepast vanwege het ontbreken van omgang sinds september 2023.
De beslissing vernietigt de eerdere beschikking voor zover deze de alimentatie betreft, wijzigt deze en verzoekt de raad een onderzoek uit te voeren. De verdere behandeling wordt aangehouden tot ontvangst van het rapport van de raad.