In hoger beroep heeft het gerechtshof Amsterdam het vonnis van de rechtbank Noord-Holland van 6 augustus 2024 bevestigd, behalve de strafoplegging die het vernietigde en opnieuw bepaalde. De verdachte werd samen met een medeverdachte veroordeeld voor een overval op een winkel in Alkmaar waarbij het slachtoffer werd bedreigd en een glazenwasser werd mishandeld.
De rechtbank had een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van één jaar opgelegd. De advocaat-generaal en de raadsman van de verdachte vorderden een taakstraf van 240 uur met een voorwaardelijke gevangenisstraf van zes maanden. Het hof nam deze vordering over, mede vanwege de bekennende verklaring van de verdachte en zijn positieve gedragsverandering.
Het hof hield rekening met de ernst van het feit, de traumatische gevolgen voor het slachtoffer en de maatschappelijke onrust die dergelijke misdrijven veroorzaken. Tegelijkertijd woog het hof mee dat de verdachte op het moment van het delict 19 jaar was, zich had losgemaakt van slechte invloeden, school en werk combineerde en verantwoordelijkheid nam voor zijn handelen.
Verder speelde mee dat ruim vier jaar waren verstreken sinds het bewezenverklaarde feit en dat de verdachte in de tussentijd was veroordeeld voor een soortgelijk feit. Het hof legde daarom een taakstraf van 240 uur en een voorwaardelijke gevangenisstraf van zes maanden met een proeftijd van twee jaar op, als stimulans voor gedragsverbetering en ter voorkoming van recidive.