Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
1.Het geding in eerste aanleg
2.Het geding in hoger beroep
- de appeldagvaarding van 6 oktober 2010,
- de memorie van grieven,
- de memorie van antwoord.
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
De moeder beviel na een zwangerschap van 39 weken op 17 oktober 2003 via een keizersnede van een dochter in stuitligging. De keizersnede werd uitgevoerd door een gynaecoloog in opleiding onder supervisie. Tijdens de ingreep ontstond een totaalruptuur van de sfincter van het kind, vermoedelijk doordat de gynaecoloog met een vinger in de anus of vagina van het kind 'aangehaakt' had.
Er waren twee deskundigenrapporten met tegenstrijdige conclusies: de ene stelde dat de complicatie een zeldzame, niet-verwijtbare gebeurtenis was, de andere dat het aanhaken vermijdbaar en verwijtbaar was en een medische fout betrof. Het hof achtte het rapport dat het handelen als verwijtbaar bestempelde overtuigend en concludeerde dat de gynaecoloog tekortgeschoten was in zijn verplichtingen.
Het hof oordeelde dat het ziekenhuis aansprakelijk is voor de schade die hierdoor is ontstaan en bekrachtigde het vonnis van de rechtbank Zutphen dat het ziekenhuis veroordeelde tot schadevergoeding. De grieven van het ziekenhuis werden verworpen en het hof veroordeelde het ziekenhuis tevens in de proceskosten van het hoger beroep.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt het vonnis en veroordeelt het ziekenhuis tot schadevergoeding wegens verwijtbaar handelen van de gynaecoloog in opleiding.