Belanghebbende, een projectontwikkelaar, kreeg een naheffingsaanslag omzetbelasting over 2007 opgelegd, inclusief een vergrijpboete van 50%. De rechtbank had de boete verminderd tot €4.560 wegens overschrijding van de redelijke termijn en aangenomen dat belanghebbende opzet had.
In hoger beroep stond alleen de vergrijpboete ter discussie. Belanghebbende stelde dat de aangiften omzetbelasting door een adviseur werden gedaan en dat hij niet zelf de aangiften had ingediend. De inspecteur kon dit niet aannemelijk maken en ging ervan uit dat belanghebbende zelf de aangiften had gedaan.
Het hof oordeelde dat de inspecteur onvoldoende bewijs had dat belanghebbende zelf de aangiften had gedaan. Verder was belanghebbende er vanuit gegaan dat de adviseur een regeling had getroffen voor betaling. Hoewel belanghebbende meer actief had moeten zijn in de samenwerking met de adviseur, was dit onvoldoende voor opzet of grove schuld.
Daarom werd de boete vernietigd. Proceskosten werden niet toegewezen omdat de gemaakte kosten niet direct verband hielden met deze procedure.