Het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden behandelde het hoger beroep van de man tegen een beschikking van de rechtbank Assen waarin partneralimentatie was vastgesteld. De man betoogde dat door het grievende en kwetsende gedrag van de vrouw de lotsverbondenheid tussen hen was beëindigd, zodat hij niet langer verplicht was tot betaling van alimentatie.
Het hof stelde vast dat het huwelijk in 2008 was ontbonden en dat de vrouw zich jegens de man onheus had bejegend, onder meer door kwetsende e-mailadressen te gebruiken, hem niet te informeren over zaken rondom de kinderen en onterechte beschuldigingen van kinderporno en seksueel overschrijdend gedrag te uiten. Ook was er geen omgang meer tussen de man en de kinderen, mede door het handelen van de vrouw.
Het hof oordeelde dat deze gedragingen in onderlinge samenhang door de man als zeer kwetsend en ingrijpend waren ervaren en dat daardoor het gevoel van lotsverbondenheid bij hem onherroepelijk was beëindigd. Gezien het belang van de lotsverbondenheid als grondslag voor alimentatieplicht, kon van de man niet redelijkerwijs worden verlangd bij te dragen in het levensonderhoud van de vrouw.
Daarom vernietigde het hof de beschikking van de rechtbank en wees het verzoek van de vrouw om partneralimentatie af. De kosten van het geding werden ieder voor eigen rekening gelaten.