Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM - LEEUWARDEN
[Z]
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Belanghebbende, mede-eigenaar van twee recreatiewoningen, kreeg voor 2010 een aanslag toeristenbelasting opgelegd gebaseerd op het werkelijke aantal overnachtingen. Voorheen werd de belasting forfaitair berekend, wat voor belanghebbende voordeliger was.
De gemeenteraad van Borger-Odoorn stelde in 2009 een nieuwe verordening vast die de heffing baseert op het aantal overnachtingen, met een tarief van €0,85 per overnachting. Belanghebbende stelde dat deze wijziging in strijd was met algemene beginselen van behoorlijk bestuur, waaronder het vertrouwensbeginsel, het zorgvuldigheidsbeginsel en het proportionaliteitsbeginsel.
Het hof oordeelde dat de gemeenteraad binnen zijn bevoegdheid handelde en dat de aanslag in lijn is met artikel 224 van Pro de Gemeentewet. Het beroep op het vertrouwens- en zorgvuldigheidsbeginsel werd verworpen omdat belanghebbende onvoldoende feiten had gesteld die een schending aannemelijk maakten.
Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de aanslag toeristenbelasting 2010 wordt bevestigd.