Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
verzoeker in het hoger beroep,
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Het huwelijk van de man en vrouw werd op 21 april 2010 ontbonden. In het echtscheidingsconvenant werd een partneralimentatie van €1.670 per maand vastgesteld voor een periode van 9 jaar en 5 maanden, met een niet-wijzigingsbeding. De man verzocht om wijziging van de alimentatie wegens een ingrijpende inkomensdaling door het faillissement van een vennootschap waarvoor hij werkte.
De rechtbank wees het verzoek af omdat de man niet voldeed aan de zware stelplicht die geldt bij het doorbreken van een niet-wijzigingsbeding. In hoger beroep voerde de man aan dat zijn draagkracht door het faillissement sterk was verminderd en dat deze wijziging niet voorzienbaar was bij het sluiten van de overeenkomst.
Het hof oordeelde dat hoewel het faillissement en de inkomensdaling inderdaad niet voorzienbaar waren, de man nog steeds beschikt over een managementvergoeding en een vermogen van circa €250.000,-. Hierdoor kan hij naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid nog steeds voldoen aan zijn alimentatieverplichting. De grieven van de man faalden daarom en het hof bekrachtigde de beschikking van de rechtbank.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt de beschikking dat de partneralimentatie ongewijzigd blijft vanwege voldoende draagkracht van de man.