De terbeschikkinggestelde, een zwakbegaafde autistische jongeman met een ernstige stoornis en een hoog risico op agressie zonder begeleiding, is in hoger beroep gegaan tegen de verlenging van zijn terbeschikkingstelling met verpleging van overheidswege door de rechtbank Almelo.
Het hof heeft het onderzoek heropend en kennisgenomen van een rechterlijke machtiging op grond van de Wet BOPZ, geldig tot 23 december 2013. Deskundigen bevestigden dat de terbeschikkingstelling gecontinueerd moet worden vanwege het gevaarscriterium, maar dat een overgang naar reguliere geestelijke gezondheidszorg met rechterlijke machtiging een reëel alternatief is.
De verdediging stelde dat de maatregel niet aansluit bij de problematiek en vroeg om verlenging met één jaar om een soepele overgang mogelijk te maken. Het openbaar ministerie vorderde verlenging met één jaar, mede vanwege de wijziging van artikel 509t Sv die een voorwaardelijke beëindiging van de verpleging vereist.
Het hof oordeelde dat verlenging met één jaar passend is om de overgang naar reguliere zorg mogelijk te maken, waarbij het belang van de terbeschikkinggestelde en de veiligheid van anderen worden meegewogen. De eerdere beslissing van de rechtbank Almelo wordt vernietigd en de terbeschikkingstelling wordt met één jaar verlengd tot 14 december 2013.