Uitspraak
[appellant],
1.[geïntimeerde 1],
de vof,
2. [geïntimeerde 2],
[geïntimeerde 2],
3. [geïntimeerde 3]
[geïntimeerde 3],
de vof c.s. respectievelijk (in geval van geïntimeerden 2 en 3) de vennoten,
1.Het geding in eerste aanleg
2.Het geding in hoger beroep
- de dagvaarding in hoger beroep,
- de memorie van grieven, houdende wijziging van eis (met producties).
3.De eiswijzigingen
op 14 augustus 2009buitengerechtelijk is ontbonden, onder de bepaling dat partijen
vanaf die datum dan wel vanaf een door het hof te bepalen datumniet meer aan het concurrentiebeding gehouden zijn. De wijziging ten aanzien van de incidentele vordering is niet toelaatbaar op grond van het bepaalde in de artikelen 130 lid 3 juncto 353 lid 1 Rv, nu niet gesteld of gebleken is dat deze aan de vof c.s. bekend is gemaakt. Wel toelaatbaar zijn de eiswijzigingen in hoger beroep die met de dagvaarding in hoger beroep zijn betekend, en de eisvermindering ter zake van de gevorderde boete.
4.De feiten
8. In onderling overleg mogen de vennoten als voorschot op de winst bedragen opnemen uit de kas der vennootschap.
9. Voor opname van een groter bedrag dan het overeengekomene is toestemming van de andere vennoten vereist.
Ingebrekestelling”. Laatgenoemde brief luidt, voor zover van belang, als volgt:
grieven II, XII en XIIIbestrijdt [appellant] dat hij voorafgaand aan zijn vakantie in augustus 2009 niet meer op het werk is verschenen, respectievelijk dat de nieuwe vof van [geïntimeerde 2] en [geïntimeerde 3] voor € 33.605,40 aan schulden heeft overgenomen van de vof. Dit staat daarmee in hoger beroep niet (langer) vast. In zoverre is deze grief met succes voorgedragen.