Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM - LEEUWARDEN
[Z](hierna: belanghebbende)
heffingsambtenaarvan de
gemeente Groningen(hierna: de Heffingsambtenaar)
1.Ontstaan en loop van het geding
2.De vaststaande feiten
Vloeroppervlakten
Taxatieopbouw
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Belanghebbende betwist in hoger beroep de bevoegdheid van de functionaris die uitspraak deed op bezwaar en de hoogte van de vastgestelde WOZ-waarde van zijn onroerende zaak, een kantoor met kelderruimte.
De rechtbank had de waarde vastgesteld op €99.500, maar het hof oordeelt dat de Heffingsambtenaar niet aannemelijk heeft gemaakt dat deze waarde niet te hoog is. De taxatierapporten ontberen een toetsbare onderbouwing van de huurwaarden per m2 en de huurwaardekapitalisatiefactor, waardoor de waardebepaling onvoldoende betrouwbaar is.
Belanghebbende slaagt er ook niet in een lagere waarde op een toetsbare wijze te onderbouwen. Het hof stelt daarom de waarde van de onroerende zaak vast op €96.000, rekening houdend met alle feiten en omstandigheden.
Daarnaast oordeelt het hof dat de uitspraak op bezwaar is gedaan door een bevoegd functionaris, zodat dit punt geen reden tot vernietiging geeft.
Het hof veroordeelt de Heffingsambtenaar in de proceskosten van belanghebbende en gelast vergoeding van het griffierecht. De uitspraak is openbaar gedaan op 20 augustus 2013.
Uitkomst: De WOZ-waarde van de onroerende zaak wordt vastgesteld op €96.000 en het hoger beroep wordt gegrond verklaard.