Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM - LEEUWARDEN
27 augustus 2013
heffingsambtenaarvan de
gemeente Doetinchem(hierna: de heffingsambtenaar)
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Belanghebbende, eigenaar van twee bouwpercelen op het industrieterrein te [Q], betwistte de door de heffingsambtenaar vastgestelde WOZ-waarde per 1 januari 2011. De rechtbank Zutphen verklaarde het beroep ongegrond, waarna belanghebbende hoger beroep instelde bij het Hof.
De percelen waren bij aankoop bestemd voor perifere detailhandel, maar op de waardepeildatum gold een bestemmingsplan met strikte voorwaarden voor wijziging naar bedrijventerrein, waardoor rendabele ontwikkeling volgens belanghebbende niet meer mogelijk was. De heffingsambtenaar baseerde zich op aankoopprijzen en vergelijkbare verkopen om de hogere waarde te onderbouwen.
Het Hof oordeelde dat de aankoopprijzen en vergelijkingspercelen niet representatief waren vanwege de strikte bestemmingsvoorwaarden en niet-marktconforme verkoop. Belanghebbende slaagde er niet in aannemelijk te maken dat de percelen geen meerwaarde hadden. Het Hof stelde daarom zelf de waarde in goede justitie vast op €40 per m².
Daarnaast veroordeelde het Hof de heffingsambtenaar in de proceskosten van belanghebbende en gelastte vergoeding van griffierechten. Het hoger beroep werd gegrond verklaard en de eerdere uitspraken vernietigd.
Uitkomst: Het Hof stelde de waarde van de bouwpercelen per 1 januari 2011 in goede justitie vast op €40 per m² en vernietigde eerdere uitspraken.